![]() A.M. Van de Walle, Heverlee |
TEGELIJKERTIJD
MOETEN ER NOG KINDEREN ZIJN? - ROOS MAES - |
|
|
Als kind droomde ik van een kroostrijk gezin. Thuis waren we met acht, dat was toen niet echt veel. Mijn vader was de oudste van elf. Zo waren de tantes en nonkels een beetje onze grotere broer of zus. We gingen ook regelmatig op bezoek bij een boerengezin. Daar waren veertien kinderen. Ons gezin erbij, dat was een hele klas. Het erf was onze speelplaats, de oudsten onze leiders. We speelden zoals in een echte jeugdbeweging. We werden opgedeeld in verschillende kampen, vochten strategische oorlogen uit, bouwden hutten en schuilplaatsen in de omringende bossen, speelden verstoppertje in de stallen en bijgebouwen. We waren één grote familie. |
||
Nu vormen we zelf een modaal gezin. Met twee kinderen benaderen we goed het gemiddelde in deze moderne westerse samenleving. Maar daar ligt nu net het probleem. We hebben te weinig kinderen. En er zijn teveel mensen die te oud worden. Dat geeft een onevenwicht in de bevolkingspiramide. Als het zo doorgaat kan de komende generatie de last van een steeds grotere groep ouderen niet meer dragen. Elders in de wereld is het net andersom. Daar zijn er te veel kindermonden die moeten gevuld worden.
Voor sommige simpele zielen ligt de oplossing voor de hand. Wat er ginder teveel is, wordt overbracht naar hier. De vreemdelingen zijn welkom. Ze hebben veel kinderen en kunnen het onevenwicht herstellen. Maar het mogen niet zomaar vreemdelingen zijn. Ze moeten hooggeschoold zijn, want hen hebben we vooral nodig op de arbeidsmarkt.
Ik huiver als ik dergelijke redeneringen hoor.
Ik denk aan die andere gruwelijke periode in onze geschiedenis waarin mensen op
hun zuiverheid en bruikbaarheid werden geselecteerd. Wie niet voldeed werd uitgemoord. Mensen uitmoorden, daartoe
achten we onze samenleving niet meer in staat. Maar mensen gebruiken als
nuttigheidsvoorwerpen, dat lijkt wel te kunnen. Ze moeten dan wel inpasbaar
zijn om ons systeem levensvatbaar en rendabel te houden. Onze gulzigheid kent werkelijk geen grenzen. Als
we de natuurlijke rijkdommen van de landen hebben leeggeroofd dan rest ons nog
de intellectuele rijkdom. Vreemdelingen zijn welkom, als ze maar veel kinderen
ter wereld brengen en als ze bovendien nog slim zijn ook!
Ik word er zowaar cynisch van!
In mijn betere momenten probeer ik het positief te zien. De vreemdelingen zijn onze toekomst. Zij verzekeren het voortbestaan van onze samenleving. Of we het nu willen of niet, mensen uit andere culturen komen steeds dichter bij ons. Zij testen ons op onze solidariteit.
Onze naaste buren zijn Marokkanen. Schatten van mensen. En goede vrienden van ons komen uit Congo. Het is altijd lachen en gekscheren als we elkaar zien. Misschien komt straks mijn zoon thuis met een jonge Marokkaanse. Dat zal even wennen zijn.
Mijn kinderdroom is niet in vervulling gegaan. Zelf heb ik niet veel kinderen die voor mij kunnen zorgen op mijn oude dag. Maar misschien is er dan wel een Indische verpleger die me met zijn prachtige, grote, donkere ogen liefdevol aankijkt.
Dat zou mij intens gelukkig maken.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.