TEGELIJKERTIJD

TUSSEN GEBOORTE EN DOOD

- ROOS MAES -

Geef uw mening over dit artikel


A.M. Van de Walle, Heverlee

Ze zit op haar hurken voor haar paalwoning, ergens in een onooglijk klein dorp zo’n 120 kilometer ten noorden van Phnom Phen. Ik schat dat ze 60 jaar is. Een mooie oude Cambodjaanse vrouw. Eén voor één spreidt ze de lange palmbladeren op de grond uit. Langzaam, bedachtzaam, een beetje plechtig, vind ik. Alsof het kunstwerkjes zijn. Mijn begeleiders vertellen dat ze vroeger kunstenares was. Ze schilderde. De massale deportatie van Pol Pot verplichtte haar op het platteland te werken. Rijst planten en oogsten, dag na dag, voeten in de modder, rug kromgebogen. Nu leeft ze hier alleen, al haar familieleden zijn uitgemoord. Ze heeft eindelijk haar eigen huisje, en één varken. Ze boert verder. Ik voel me machteloos. Ik wil iets zeggen, iets hoopgevends. Maar ik ken haar naam niet, spreek haar taal niet. Ik glimlach haar zenuwachtig toe als we weggaan.

Maria zit voor zich uit te staren op haar kamer in het rusthuis. Ze heeft een goed leven gehad. Hard gewerkt als naaister, later samen met haar man een zaak uitgebouwd. Ze heeft een paar huizen, porselein en kristal, juwelen. Maria is vijfenzeventig. Twintig jaar geleden verloor ze haar man. Haar ouders zijn al lang dood, ze heeft geen broers of zussen, geen kinderen. Ze is alleen. Ze doet niets. “Ik heb geen ‘iver’ meer, zegt ze. Maria heeft er geen zin meer in, ze leeft verder. Ik voel me machteloos. Ik ken haar naam, ik spreek haar taal. Ik wil iets zeggen dat haar hoop kan geven, maar ik weet niet hoe ik tot haar moet spreken.

De Cambodjaanse vrouw of Maria, ik weet niet hoe hen nabij te zijn. Ze brengen mij bij deze naakte en ontluisterende werkelijkheid: het leven is wat het is. Mensen worden geboren en ze gaan dood. En in de tussentijd proberen ze zinnig te leven. Dat is het, niet meer maar ook niet minder dan dat.

Sommigen, zoals Maria, hebben hard gewerkt. Ze zijn niet stinkend rijk geworden, maar ze hebben niets tekort. Ze hebben gespaard en kunnen een lang verblijf in een rusthuis betalen. Maria kan genieten van de oude dag. Ze doet dat niet. Maria is depressief. Ze heeft geen zin meer om te leven. Ze heeft niemand om voor te zorgen, zelfs niet zichzelf. Er wordt voor haar gezorgd. Ze leeft in het passief.

Als ik aan Maria vraag hoe ze de tijd doorbrengt zegt ze: “Ik bid veel. Ik heb dat geleerd.” Bidden tegen beter weten in, omdat er niets anders rest dan te schuilen bij een ongekende god. Die god van Maria heeft een groot deel van haar leven beheerst, ten goede of ten kwade, het doet er niet meer toe. Maar die god, die was er toen, nu en altijd. Voor haar. Maakt het haar gelukkig? Ik weet het niet.

De oude vrouw in Cambodja, ik weet niet hoe ze zich voelt. Er wordt niet voor haar gezorgd, ze zorgt voor zichzelf. Ze spreidt palmbladeren uit op de grond, alsof het kunstwerkjes zijn. Is dat haar geluk?

Wat blijft er over voor een mens die alles heeft verloren? Ik kan het me niet voorstellen. Soms, in momenten van pijn en leegte schieten woorden door mijn hoofd, of flarden muziek. Meer niet. Een psalm, of een lied dat we regelmatig in de kerk zingen. Ze vallen mij te binnen. Zo werkt dat bij mij. Zoals Maria haar gebeden prevelt, zoals de Cambodjaanse vrouw palmbladeren schikt.

Of zoals de monniken het koorgebed lezen. En erbij in slaap vallen.

Als ik voorbij de kamer van Maria kom ligt ze vaak op haar sofa. Ik weet niet of ze slaapt of bidt. Misschien is ze gewoon heel even gelukkig.

Geef uw mening over dit artikel


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


 

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :