SHOPPING OF AUTHENTIEKE GELOOFSBELEVING
Naar een nieuwe
visie op parochiepastoraal
en -catechese
| RENILDE VOS |
![]() |
Komt parochiële catechese nog tegemoet aan de vraag die leeft bij de mensen die vragen om een doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk...? Of, vanuit een andere invalshoek, biedt de inhoud van de catechese nog wel een voldoende diepgaande inwijding in de christelijke geloofsinhoud? Dit zijn theoretische vragen die als dusdanig niet vaak gesteld worden. Eerder komen ze in heel concrete vorm naar boven bij catechisten en hun begeleiders op plaatselijk vlak. |
Zo ook in de O.L. Vrouwparochie van
Herent. Zoals op zovele andere plaatsen ervaren de catechisten ook daar
dat hun inhoudelijk aanbod en de manier van werken niet altijd
‘rendeert’. Kinderen volgen misschien nog wel in groten getale de
catechese ter voorbereiding van b.v. het vormsel. Na hun vorming zijn het
uitzonderingen die naar de wekelijkse eucharistie blijven komen.
Tientallen andere voorbeelden kunnen gegeven worden. Alle zorgen ze er mee
voor dat catechisten ontmoedigd geraken, zich vragen stellen bij hun eigen
geloofsbeleving en bij hun vrijwillige inzet in de parochie. In
Herent werd het voorbije jaar tijd vrijgemaakt om, in dialoog met geëngageerde
parochianen, een analyse te maken van (bepaalde tendensen in) onze huidige
samenleving en van de plaats en het uitzicht van het geloof daarin. Vervolgens
werd een inventaris opgemaakt van de vragen en problemen die uit deze veranderde
situatie op het vlak van de catechese en de sacramenten ontstaan. En tenslotte
werden door de betrokkenen een aantal denkpistes uitgewerkt die een antwoord op
deze vragen kunnen bieden. Op dit punt zijn we in Herent aanbeland. Nu zal het
erop aankomen om, steeds in nauw overleg, keuzes te maken en deze in de praktijk
te vertalen. Ook dat zal zeker een proces van lange adem zijn.
We bieden u onze werktekst aan, zoals die in Herent gegroeid is, in de overtuiging
dat de inhoud ook elders in Vlaanderen en Nederland herkenbaar en vruchtbaar kan
zijn.
De wereld verandert
Wat is er zo typisch aan onze maatschappij dat anders is
dan vroeger? Ten eerste is het nog niet zo lang geleden dat de kerk en het
geloof letterlijk in het midden van de samenleving stonden. De godsdienst, het
geloof, de kerk heerste en besliste over alle domeinen van het leven: de
godsdienst schreef voor hoe het gezinsleven er moest uitzien, de pastoor riep in
de kerk op voor een bepaalde partij te stemmen en vooral niet voor de andere,... Dit is volkomen verleden tijd: onze economie draait zonder de inmenging van
de godsdienst, de wetenschap ontwikkelt zich volgens haar eigen tempo en wetten,
in de politiek laat de kerk haar stem nog nauwelijks horen. Ook in het leven van
elke afzonderlijke mens speelt de godsdienst een andere rol. Men gelooft
misschien nog wel. Maar het geloof is een klein deelstukje van het leven
geworden dat men op bepaalde momenten activeert en de rest van de tijd in de
kast opbergt. In wetenschappelijke studies noemt men deze verandering
'secularisering'.
Een ander woord dat men in wetenschappelijke studies over
onze samenleving vaak tegenkomt is 'postmodernisme'. Dit betekent, zeggen de
filosofen in kwestie dan, dat 'de grote verhalen het niet meer doen'. Mensen
vonden vroeger zin voor hun leven in enkele grote tradities of verhalen: men was
bijvoorbeeld met hart en ziel socialist en geloofde in het socialisme, of men
was katholiek en nam alles wat in de katholieke godsdienst gold als waar aan. Zo
zijn er nog andere 'grote verhalen' op te sommen: het communisme, het
kapitalisme, het geloof dat onze wereld er steeds op vooruitgaat enz. In onze
samenleving werken deze verhalen eigenlijk niet meer. Er zijn scheuren in
gekomen. Ze verliezen hun geloofwaardigheid. En ook de mensen gaan anders met
deze verhalen en systemen om. Men noemt zich nog wel katholiek, maar men is
alleen nog geïnteresseerd in bijvoorbeeld de rituelen rond doop en huwelijk en
dood. Voor zijn opvattingen over het leven na de dood neemt men een stukje uit
een andere godsdienst over en gelooft men dat men -zoals bijvoorbeeld
boeddhisten doen- eeuwig wederkeert. Men kiest met andere woorden uit elke
godsdienst dat stukje dat men zelf interessant vindt en men stelt zelf zijn
eigen religie samen.
Een laatste geheel van woorden dat men vaak tegenkomt
wanneer men iets leest over onze samenleving is het begrippenpaar
'individualisering' en 'subjectivisme'. Men hoort hierin het woord
individu of subject. Deze begrippen gaan dan ook over de trend in onze
samenleving om het individu, de individuele persoon, het ik, de eigen ervaring
in het kernpunt te stellen. Het is niet omdat gezagsfiguren iets zeggen dat men
dit zal aannemen. Neen, men denkt zelf na over het leven en men beslist zelf wat
men belangrijk vindt. In de audiovisuele media bijvoorbeeld duiken meer en meer
programma’s op waar mensen 'hun eigen gedacht' mogen komen zeggen over
allerlei maatschappelijke problemen.
Deze trend is niet altijd positief. Wie zichzelf
altijd in het centrum stelt, vervalt al snel in 'ikke, ikke, ikke en de rest
kan stikken'. Maar toch is er ook iets positief aan deze beweging. Want
vroeger hadden mensen misschien te veel de neiging om alles maar voor waar aan
te nemen. Als deze of gene belangrijke figuur iets zei, zou dit wel waar of
belangrijk geweest zijn. Dat is nu niet meer het geval. Mensen denken veel meer
zelf na over hun leven, over wat ze belangrijk vinden. De kans is groter dat ze
nu echter leven.
Het geloof verandert,
al blijven de grote vragen dezelfde
Niet alleen de maatschappij, maar ook het geloof en vooral
wat theologen over het begrijpen van het geloof en de bijbel denken is
veranderd. De vraag hoe je de christelijke boodschap moet begrijpen is een vraag
van alle tijden. Maar het antwoord dat op deze vraag gegeven wordt is met de
loop van de jaren veranderd. Vroeger zou men gezegd hebben dat de christelijke
boodschap onveranderd vaststond. Als mensen ze op een bepaald moment niet meer
verstonden was het alleen een kwestie van andere woorden zoeken om wat vaststond
anders uit te drukken. Nu denkt men daar in bepaalde richtingen van de theologie
anders over. Er is wel een kern van geloof die absoluut vaststaat, zal men
zeggen. Maar deze kern is in de verschillende tijden van onze geschiedenis
anders uitgedrukt. En het is onze opdracht om te zoeken hoe deze kern van geloof
in onze tijd uitgedrukt moet worden. Een concreet voorbeeld om dit wat
duidelijker te maken. Het kan best zijn dat in Jezus’ tijd alleen mannen deel
uitmaakten van de groep apostelen. Maar, zullen deze theologen zeggen, we moeten
daaruit niet concluderen dat nu nog altijd alleen mannen belangrijke functies
binnen de kerk mogen vervullen. Want de tijd waarin Jezus leefde was helemaal
anders dan de onze. Vrouwen bekleedden in de tijd van Jezus inderdaad een
minderwaardige plaats. En dus is het heel goed te begrijpen dat er geen vrouwen
in de apostelgroep aanwezig waren. Maar onze tijd is anders. Vrouwen bekleden
een andere plaats in de samenleving. Wat moeten we in onze tijd dan doen? We
moeten kijken naar de manier waarop Jezus omging met mensen. En deze manier van
omgaan moeten we in onze tijd opnieuw vorm proberen te geven. Het zou dan ook
perfect denkbaar zijn dat vrouwen bij ons wel een priesterfunctie opnemen. Wat
moet er in die vormgeving voorop staan? De kern van de christelijke boodschap:
nl. dat het een blijde boodschap is. De boodschap van het christendom is een
boodschap van bevrijding, die aanzet om echt te leven; die mensen aanzet om zich
van hun angsten te bevrijden en vol vertrouwen te leven; die aanzet om de
oogkleppen af te zetten en uit te gaan naar hen die op welke manier dan ook in
nood verkeren.
En deze boodschap blijft ook in onze tijd relevant.
Want hoe de maatschappij ook verandert, en misschien zelfs des te meer omdat ze
zo verandert, het leven blijft mensen met heel belangrijke vragen confronteren.
Vragen als: wie ben ik eigenlijk? Wie ziet mij graag? Wat vind ik zinvol voor
mezelf en de wereld? Hoe zie ik mijn toekomst? Wat komt er na de dood? Niemand
kan om deze vragen heen. Soms stellen mensen zich bewust deze vragen en zoeken
zij bewust een antwoord. Het levensverhaal van Jezus en de vele verhalen van
gelovige mensen vroeger en nu kunnen een inspiratie bieden in het zoeken naar
een antwoord.
Kansen tot authentiekere geloofsbeleving?
Wat kunnen we, samenvattend, besluiten uit voorgaande
overwegingen? Het uitzicht van het geloof kan grondig verschillen met wat het
vroeger was. En in de manier waarop we met het geloof omgaan moeten we de
inbreng van de cultuur en de samenleving ernstig nemen. Het is normaal dat de
geloofsbeleving van mensen gekleurd wordt door de samenleving waarin ze leven.
In onze catechese en in onze pastoraal moeten we hiermee rekening houden.
We noemen drie consequenties. In het omgaan met het geloof
zal nu, veel sterker dan vroeger, een persoonlijke klemtoon liggen. Elke persoon
zoekt zelf, individueel, uiting te geven aan zijn geloof. Ten tweede: er zal een
veel grotere verscheidenheid zijn dan vroeger in de manier waarop mensen met hun
geloof omgaan. Sommigen nemen nog deel aan het totale kerkgebeuren, maar velen
doen bijvoorbeeld, alleen een beroep op de kerk voor de grote rituelen bij
overgangen in het leven. Anderen zetten zich, bijvoorbeeld wel in voor de
medemens in de parochie of engageren zich in een catechesegroep, maar voelen er
niet veel voor om elke zondag naar de kerk te gaan. En tenslotte: het pastorale
aanbod zal er in deze wereld van verscheidenheid misschien wat anders moeten
uitzien. Misschien moet er, bijvoorbeeld, wat meer verscheidenheid mogelijk zijn
in de rituelen die we mensen aanbieden bij de grote momenten in hun leven.
Zonder dat het één belangrijker dan het andere zou zijn, of het één meer en
het ander minder sacrament.
Op de keper beschouwd levert deze analyse in haar essentie
een positief resultaat op. De veranderingen die zich in onze samenleving
doorzetten zijn uiteraard een uitdaging en een opgave maar tegelijk bieden zij
een enorme kans voor een authentiekere geloofsbeleving.
Toch zijn de ervaringen van mensen die zich in de
catechese en de parochiepastoraal engageren vaak heel wat minder positief. De
ervaring is dat velen een sacrament komen vragen maar dat de motivatie hiertoe
soms (vaak) weinig met de inhoud van het sacrament te maken heeft en dat de
interesse voor de voorbereiding erop ontbreekt. Op basis van de ervaring in de
catechesepraktijk kwam het volgende onderscheid naar voren: in de catechese
werkt men met en voor een beperkte groep geëngageerden; een tweede groep mensen
die bewust kiezen voor de sacramenten, die daarna afhaken maar wel degelijk iets
aan de voorbereiding en de vieringen zelf hebben gehad; en een derde groep
mensen die om diverse redenen willen meedoen, maar er niet helemaal of zelfs
helemaal niet achterstaan. Deze groep wordt soms ervaren als een 'blok aan het
been'.
De veranderingen in onze samenleving bieden dus een kans
tot authentiekere geloofsbeleving. Maar zien wij deze authentieke
geloofsbeleving toenemen? Is er niet eerder sprake van toenemende
onverschilligheid? Of: mensen beleven in deze veranderde tijden hun geloof op
een zeer individuele manier. Bij de meesten betekent dit dat zij op de voor hen
belangrijke momenten in hun leven komen 'shoppen' in de kerk, zonder dat zij
zich verder inlaten met de echte inhoudelijke betekenis van het gebeuren, laat
staan zich op een of andere manier engageren in de gemeenschap. Moeten en mogen
wij ons reduceren tot een 'service'-pastoraal die mensen op hun wenken
bedient zonder verder een inhoudelijk engagement te verwachten? Moeten en mogen
wij mensen aanspreken en bevragen op hun motivatie om voor een bepaald sacrament
te kiezen? En wanneer wij ervaren dat de motivatie van mensen niets te maken
heeft met het inhoudelijke gegeven van het sacrament, moeten en mogen wij deze
mensen dan vriendelijk maar kordaat verzoeken elders hun gading te zoeken?
Hoe moeten we met deze veranderingen op een
vruchtbare manier omgaan? We schetsen vier denkpistes.
1. Het probleem zal zichzelf wel oplossen
Op dit moment zitten we met het probleem dat sommige mensen om een sacrament komen vragen, maar er eigenlijk inhoudelijk niet in geïnteresseerd zijn. Dit probleem zal zichzelf oplossen want naarmate de mensen minder kerks, kerkelijk en gelovig worden, zal de vraag naar sacramenten vanzelf afnemen. Jonge mensen die zich niet meer gelovig noemen, zullen niet meer voor de kerk huwen. Op het moment dat deze mensen kinderen krijgen, zal de vraag naar het doopsel zich niet meer stellen, want zij zijn niet meer geïntegreerd in een gemeenschap die rituelen rond een nieuw leven aanreikt. Achtereenvolgens valt ook het probleem van de eerste communie, het vormsel,... weg.
Evaluatie
Deze denkpiste kan men niet echt met empirische gegevens
staven. Al gaat de vraag naar rituelen (sacramenten) achteruit, zij daalt niet
evenredig met de daling in kerk- of geloofsbetrokkenheid. Ook al zijn mensen
niet meer betrokken op een geloofsgemeenschap, toch blijven zij in groten getale
een beroep doen op de kerk op het moment van de zgn. overgangsrituelen. Dit doen
zij om diverse redenen. Eén ervan is zeker het feit dat elders nauwelijks
zinvolle rituelen voorhanden zijn of omdat mensen onvoldoende 'gewapend'
zijn om zelf zinvolle rituelen te ontwerpen. Voor Herent is één van de redenen
zeker ook het feit dat het aanbod van sommige rituelen/sacramenten (b.v. de
eerste communie) mede via de school wordt georganiseerd en de sociale druk om
mee te doen dus vrij hoog ligt. Alleszins kunnen we stellen dat deze denkpiste
voorbijgaat aan de realiteit en (voorlopig) een onrealistisch toekomstvisioen
blijft.
Bovendien gaat deze mogelijkheid voorbij aan het
feit dat ook het geloof van diegenen die we (in mindere of meerdere mate)
'gemotiveerd' noemen veranderd is. Het is een dwaling te denken dat de
veranderingen die zich in onze maatschappij hebben voorgedaan aan de
geloofsbeleving van deze 'gemotiveerden' zijn voorbijgegaan. Ook zij denken
individualistischer, zijn 'kieskeuriger' (in de positieve zin van het woord)
in wat zij van het geloof overnemen, beleven hun geloof gefragmenteerder dan
voorheen het geval was. Wanneer het pastoraal en catechetisch aanbod niet
verandert, blijven deze mensen dan niet in de kou staan?
2. Het is nog te vroeg om iets te veranderen
We zien de problemen wel, maar zien geen mogelijkheid om adequaat te reageren en dus laten we alles maar bij het oude.
Evaluatie
Angst voor verandering is een menselijk gegeven. Zeker
wanneer men niet weet waar te beginnen. Men doet een stap in het onbekende,
waarbij men niet weet hoe het echt zal (af)lopen. Als menselijke reactie is deze
denkpiste dus zeker herkenbaar.
Feit is wel dat deze denkpiste, net zoals de
voorgaande, voorbijgaat aan de realiteit: de maatschappij en het geloof zíjn
veranderd. Daar komt men niet onderuit. Niet ingaan op deze realiteit is een
vorm van zelfbedrog en laat mensen met oningevulde noden zitten. Bovendien gaat
men ook voorbij aan de positieve krachten die in het nieuwe geloofsverstaan
opgeslagen zitten. Wanneer men het geloof historisch mag verstaan en het nieuwe
inhoud mag geven vanuit de omringende werkelijkheid, ligt de weg van
creativiteit en vrijheid open. Men creëert voor zichzelf op dat moment ook de
kans om 'zoekende' mensen echt iets inhoudelijk zinvols aan te bieden dat
inhaakt op hun ervaring en hun werkelijkheid.
3. We bieden verschillende rituelen aan
Iedereen die om gelijk welke reden iets van onze
gemeenschap verwacht, willen en moeten we gastvrij onthalen. Of mensen nu meer
of minder betrokken zijn bij de geloofsgemeenschap: onze fundamentele keuze is
open en gastvrij te zijn voor iedereen die een beroep doet op ons.
Onafhankelijk of mensen meer of minder betrokken zijn of zullen worden. Want
we vinden dat wie erom vraagt de bevrijdende en goede boodschap mag horen en
ervaren dat God om alle mensen geeft.
Wanneer mensen op scharniermomenten in hun leven naar een
zingevend ritueel vragen, moeten wij daar vanzelfsprekend zo goed mogelijk aan
tegemoet komen. Aan dit ritueel gaat een voorbereiding vooraf waarin de
rijkdom van het leven en van God ter sprake komen. Zo’n zingevende rituelen
zijn authentieke momenten waarin God en mens elkaar ontmoeten. Maar dat wil
nog niet zeggen dat zo’n zingevend ritueel een sacrament zou moeten zijn
zoals we dat nu kennen. Want sacramenten sluiten het voorgaande wel in, maar
hebben tegelijk nog een andere dimensie: zij zijn een teken dat je bewust tot
de geloofsgemeenschap wil behoren en dat je op je eigen manier aan deze
geloofsgemeenschap wil meebouwen. Het verschil tussen een ritueel en een
sacrament ligt niet in de kwaliteit van het geloof van de mensen, maar in het
bijna pure sociologische feit of iemand daarbij deel wil uitmaken van een
geloofsgemeenschap of niet.
Op diverse momenten in hun leven hebben mensen nood aan een authentieke
ontmoeting met het mysterie dat de werkelijkheid overstijgt -en dat christenen
God noemen. Mensen willen God danken om het nieuwe leven en bescherming afsmeken
over hun kind. Of mensen kiezen voor elkaar en willen God daarvoor danken en een
zegening van deze relatie vragen. Mensen worden geconfronteerd met de dood en
vragen God om geborgenheid en kracht. Dit aanvoelen is echt en eerlijk. Als
geloofsgemeenschap willen we meewerken om deze gevoelens te verwoorden en God
ter sprake te brengen. Tegelijk wijst de ervaring uit dat voor vele mensen de
kerkelijke dimensie niet hoeft. Dit is hun vrije keuze. En wij hebben daar niet
over te oordelen -alleen God kent het diepste van elke mens. Niettemin lijkt
het ons weinig zinvol om via een sacrament een kerkelijke dimensie toe te voegen
wanneer mensen daar eigenlijk niet om vragen. Vandaar het onderscheid tussen
zingevende rituelen en sacramenten[1].
Evaluatie
De positieve zijde van deze denkpiste is dat ze de
problemen erkent en niet uit de weg gaat, en bovendien ook nog poogt een
antwoord te formuleren. Positief is dat een poging gewaagd wordt om
verscheidenheid in het pastoraal aanbod aan te brengen zonder dat een
waardeuitspraak over het één of het ander wordt gedaan. Het is uitdrukkelijk
de bedoeling het sacrament niet waardevoller te laten zijn dan het zingevend
ritueel. Het enige onderscheidende criterium is de graad van betrokkenheid in de
plaatselijke geloofsgemeenschap.
Meteen is één van de zwakke punten van deze denkpiste
blootgelegd. Want, hoewel niet zo bedoeld, zal de opsplitsing tussen ritueel en
sacrament door vele betrokkenen snel aangevoeld worden als een onderscheid
tussen 'eerste' en 'tweede' keus, tussen het 'echte' ding en het
zwakke en mindere afkooksel. Wie gaat bovendien oordelen wie tot het sacrament
en wie tot het ritueel toegelaten wordt? In de voorgestelde denkpiste ligt dit
oordeel bij de vragende partij zelf. Gelukkig maar, want wie heeft het recht om
over anderen te oordelen? En toch: precies deze stellingname luidt het
ondergraven van de denkpiste zelf in. Immers: het voorstel luidt dat wie zich
betrokken weet op de geloofsgemeenschap om een sacrament mag vragen. Wanneer men
deze betrokkenheid eng gaat verstaan als deelnemen aan de liturgie, vervalt men
in een elitaire invulling van de kerkgemeenschap. Dit is niet de bedoeling van
de denkpiste. Maar wanneer men de kans biedt om deze betrokkenheid ruim te
interpreteren, zal men iedereen een sacrament moeten 'geven' want iedereen
die hierom vraagt voelt zich op één of andere, soms uiterst minieme wijze
betrokken op de gemeenschap. En ofschoon we soms onze twijfels hebben omtrent de
motivatie van sommigen, oordelen -zo zeggen we zelf (terecht!)- komt ons niet
toe. Waarom dan nog een onderscheid tussen ritueel en sacrament aanbrengen?
Vanuit een ruim begrepen invulling van 'de betrokkenheid op de
geloofsgemeenschap' komt het sacrament immers aan iedereen toe.
Een tweede zwakheid van deze denkpiste ligt hierin
dat de sacramenten nog teveel gezien worden als een eindpunt. Wanneer een
bepaald sacrament 'in zicht' komt, doorloopt men één of andere vorm van
catechese. Eens het sacrament is toegediend, is het curriculum afgerond en (vaak
ook) afgelopen. Men zou de sacramenten ook anders kunnen zien: eerder dan
eindpunten zijn zij immers verdichtingsmomenten in een geheel van gelovig op weg
gaan. De klemtoon komt zo te liggen op continue geloofsvorming en -verdieping,
waarbij men op bepaalde momenten intenser met bepaalde aspecten van de
geloofsbeleving bezig is.
4. We pakken de chatechese anders aan
In de voorgaande denkpistes werd de klemtoon vooral op de
sacramenten gelegd: men stelt vast dat heel wat mensen om een sacrament vragen
terwijl ze er inhoudelijk niet echt of slechts van ver in geïnteresseerd zijn.
Dit roept vragen, ergernis, problemen,... op. De vraag is of deze sacramentele
klemtoon wel zo goed en vruchtbaar is. De vraag is of de sacramenten wel echt zo
belangrijk zijn: is niet veeleer het beleven, voeden en uitdragen van ons geloof
en het bezig zijn met het geloofsverhaal belangrijk? Maken we ons niet te druk
om uiterlijke tekenen waardoor we het uiteindelijke doel voorbijschieten?
Vandaar dat we in deze denkpiste de klemtoon niet leggen op de sacramenten, maar
wel op de catechese. Catechese willen we hierbij veel ruimer zien. De neiging
bestaat de parochiecatechese op te sluiten binnen het sacramentele gegeven. Maar
catechese is niet enkel voorbereiding op de sacramenten. Het is (veel ruimer
gezien) verkondiging van het geloofsverhaal. Ondanks de secularisering leeft bij
vele mensen wel degelijk een vraag naar levensbeschouwelijke (en religieuze)
zingeving. Moeten we als geloofsgemeenschap niet veel meer op deze vraag naar
zin ingaan, zonder dat dit binnen het perspectief van één of ander sacrament
moet staan?
De veranderingen in maatschappij en geloof indachtig,
zullen we in ons aanbod dan wel zowel op het vlak van de vorm als van de inhoud
nieuwe wegen moeten durven bewandelen. Opdat een geloofsaanbod kan aanslaan,
moet het immers veel meer aansluiten bij de veranderde wereld van kinderen en
volwassenen. In de kinder- en jongerencatechese zou zo b.v. gedacht kunnen
worden aan een 'actie-gerichte' catechese: meer aandacht voor (geduid)
engagement, bezoeken aan niet-gekende werelden (vierde wereld, abdijen, groepen
die werken om deze wereld menswaardiger te maken), een tentenkamp-formule (cfr.
de tentenkampen van Broederlijk Delen of van de jeugddiensten van het bisdom
Antwerpen of het vicariaat Vlaams-Brabant). We zouden de kinderen en jongeren
meer medeverantwoordelijkheid kunnen geven in de organisatie van de catechese,...
Tegelijk zou een veel grotere klemtoon komen te
liggen op de volwassenencatechese. De bedoeling van deze catechese is, zoals
gezegd, kansen te bieden om bezig te zijn met de grote vragen van het leven en
ruimte te scheppen om hierop antwoorden te zoeken en te vinden. Mogelijkheden
hiertoe zouden kunnen zijn: het organiseren van een praatcafé waar op informele
wijze kan gepraat worden over afgesproken onderwerpen; het opstarten van
leesgroepen waarin het gelezen boek expliciet op het leven wordt gelegd; het
organiseren van samenkomsten waarin bijbel en leven met elkaar geconfronteerd
worden, waar achtergrond geboden wordt, waar eventueel kan gevierd worden...
Essentieel in wat we aanbieden is dat het moet vertrekken van de ervaringen en
existentiële vragen van de mensen. Zo niet gaan we aan het leven en aan hun
interesse voorbij.
Evaluatie
Deze denkpiste erkent de problemen maar probeert er
tegelijk op een andere manier dan de voorgaande mee om te gaan. De klemtoon op
catechese, bezig zijn met het geloofsverhaal doet volop recht aan de
veranderingen in de samenleving en in het geloofsverstaan van mensen zoals we ze
in de analyse geschetst hebben. Maar deze weg vergt moed en durf, want men moet
hier echt de gekende paden verlaten.
Anderzijds is deze denkpiste niet helemaal vrij van het
'fatalisme' dat ook de eerste en tweede geschetste mogelijkheid kenmerkte.
De sacramenten en een eventuele andere vormgeving ervan verdwijnen hier op de
achtergrond: men laat op dit vlak dus net als in de eerste en de tweede
denkpiste alles bij het oude. Terwijl er evenveel vragen (en ergernis) zullen
blijven omtrent de motivatie van sommigen die voor een sacrament kiezen. Mag men
het sacramentele element dus wel uit het oog verliezen?
Nu, precies in de grotere aandacht die men heeft
voor de catechese zitten kansen en openingen om tot een andere visie op de
sacramenten en hun vormgeving te komen. Wanneer men immers de klemtoon legt op
het spirituele zoekproces en het gelovig zoekend op weg zijn, dan zijn de
catechetische vormingsmomenten die men aanbiedt op de eerste plaats een
'helpende hand' om zijn/haar weg in het gelovig-zijn verder te vinden en uit
te klaren. De vraag naar de sacramenten zal vanuit dit zoeken naar voren komen,
eerder dan dat ze van buitenaf wordt aangereikt. Precies omdat de vraag naar het
sacrament vanuit het eigen existentiële bezig zijn naar voren komt, kunnen in
de vormgeving ervan sterkere, eigen individuele inhoudelijke accenten gelegd
worden. Het ritueel krijgt voor de mensen in kwestie zo een diepere zin, terwijl
de 'bedienaars' ervan zelf ook meer authenticiteit en dus zinvolheid
ervaren. Meteen wordt ook
ondervangen wat we bij de derde denkpiste als een zwakheid noteerden: het
sacrament is geen eindpunt meer, maar een ankerpunt waar je in je zoeken naartoe
kan gaan, en vanwaar je weer verder kan trekken.
| 1. | De beschrijving van deze denkpiste werd overgenomen uit een eerder geschreven werktekst. Deze eerste 'visietekst' was van de hand van Bart Fivez, parochie-assistent in Herent. |
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.