Maak van de kerk geen afgod
30/8/2000
Jan de Leeuw
[email protected]
Alvorens kort in te gaan op de artikelen wil ik, om misverstand te vermijden, benadrukken, dat ik mij wel degelijk beschouw als christen. Daaronder versta ik iemand die Jezus in zijn gerichtheid op God en medemensen tot voorbeeld neemt. Ik heb echter het dogmatisme van mijn jeugd (ik ben nu 68) ver achter mij gelaten. Om maar eens een paar dingen te noemen, ik geloof niet meer in Gods concreet handelen in de geschiedenis (wel in de universele werkzaamheid van zijn Geest), de godheid van Jezus, 'de' verlossing, de Messias, de kerk als mystiek lichaam van Christus, het absolute gezag van de Schrift. Ik ben er daarentegen van overtuigd dat een spiritualiteit buiten het christendom, b.v. het boeddhisme, het hindoeïsme, de islam, even goed heilzaam kan zijn en dat daarin wezenlijke waarden voorkomen die in het christendom niet of slechts latent aanwezig zijn.
In het artikel Doet God
wonderen? onderneemt Spong een te waarderen poging om een aantal
Schriftpassages te hertalen zodanig dat ze voor een eenentwintigste-eeuwer te
aanvaarden zijn. Ik vind het uitstekend dat men probeert de bijbelverhalen zo te
vertellen dat we er vandaag de dag nog wat mee kunnen. Maar ik heb er moeite mee
dat daarbij wordt gesuggereerd dat die 'interpretatie' de bedoeling van de
auteur is geweest. We zullen er nooit achter komen wat een auteur indertijd met
zijn tekst bedoeld heeft, want hij leefde in een andere cultuur en had dus een
geheel ander referentiekader. Nog afgezien van de ontstaansgeschiedenis van de
tekst zoals die tot ons gekomen is, lijkt me dus een veronderstelling over de
eigenlijke bedoeling puur speculatief. Hetgeen niet wil zeggen dat we met een
bijbeltekst nooit iets kunnen. Er zijn tal van teksten die eye-openers
zijn of dat door een goed commentaar kunnen worden. Kijk maar eens naar p. 274
van dit nummer. Laat de Geest maar waaien.
Nog een enkel woord over een detail. Op p. 219 wordt gesproken over
"dezelfde god van toen". Dat lijkt me niet een erg zinnige benadering.
Het is toch zonneklaar dat er in de bijbel tal van zeer verschillende godsbeelden
voorkomen, waarvan er vele naar onze begrippen helemaal verkeerd, want inhumaan
zijn. Hoe kun je dan ooit spreken over "dezelfde god"?
Colpaert tracht in het artikel Als de Nijl overstroomt ruimte te maken
voor zinzoekers in de kerk. Hij noemt ook het onderscheid tussen de kerk als
organisatie en als organisme. Best sympathiek allemaal. Maar ik zou wel eens
willen weten wat hij onder 'kerk' verstaat. Deze editie van tgl heeft de titel
'kerkopbouw' meegekregen. Het is me niet duidelijk waarom en wat men daar mee bedoelt. Naar mijn mening is het hele begrip 'kerk' verwarrend en
overbodig. Er wordt door gesuggereerd dat er onder de vele vormen van
mensengemeenschappen een bepaalde vorm is die wezenlijk zou zijn voor het heil.
Ik geloof daar niet in. Het is begrijpelijk dat mensen die Jezus tot voorbeeld
willen nemen op enige wijze contact met elkaar willen hebben, zoals dat in het
geval van een andere gemeenschappelijke interesse ook gaat. Zo'n gemeenschap
rond Jezus ontwikkelt zich volgens de cultuur waarin die ontstaat. Prima. Maar
is het zinvol om zo'n gemeenschap tot zelfstandig onderwerp van reflexie te
maken? Ik heb wel eens de indruk dat het begrip 'kerk' belangrijker is dan
waar het naar mijn mening in het leven om gaat, n.l. 'navolging van Jezus'. Gods
Geest waait even hard buiten als binnen dat wat men maar met 'kerk' zou kunnen
bedoelen.
De Visscher wijst er op dat de mens steeds zoekt naar herbergzaamheid. Ik vind dat een prachtig artikel, heel existentieel. Ik denk dat een 'kerk' velen
ook zo'n thuisgevoel geeft, zowel door de feitelijke gemeenschap die wordt
ervaren als door de daar heersende spiritualiteit.
Het artikel Geroepen door de gemeenschap riekt me teveel naar 'kerk' als
gemeenschap van speciaal geroepenen, uitverkorenen. Ik heb een heilige huiver
voor zo'n benadering. We maken tegenwoordig als individu deel uit van tal van
gemeenschappen: via baan, vrienden, verenigingen, noem maar op. Daar moet
overal Jezus voorbeeld een rol spelen. De ene club is niet heiliger dan de
andere. Maak van de kerk geen afgod! Wat voorts een zekere mijnheer Paulus
wellicht ooit bedoeld heeft, lijkt me niet echt relevant. Datgene wat hij zegt
over de verschillende taken der ledematen is overigens heel raak maar geldt
uiteraard voor elke soort gemeenschap.
Uit het artikel Uitverkoop van de zielzorg blijkt eens te meer dat
het zonde is van de energie als je je concentreert op 'de kerk' in plaats van op
het verbeteren van de wereld, waartoe de kerk een instrument zou moeten zijn
maar het niet is, althans maar zeer ten dele, omdat zoveel aandacht wordt
besteed aan binnenkerkelijke zaken. Ik ben al lang opgehouden me daar druk over
te maken. Grote weerzin voel ik tegen een formulering als op p. 287: het
probleem van het heil der heidenen. Dat is nu toch echt een 'probleem' dat
alleen bestaat omdat je vanuit een vals geloof helemaal scheef tegen de
mensenwereld aankijkt. In plaats van onbevooroordeeld te kijken naar wat mensen
doen en het resultaat daarvan wordt vanuit een of andere tekst een volstrekt
onnatuurlijk onderscheid gemaakt tussen mensen op grond van hun
levensovertuiging en de vraag gesteld of zij, die anders tegen het leven
aankijken dan jij, eigenlijk wel heil kunnen vinden. Wat een aanmatiging! Ik ben
er van overtuigd dat er voor God geen christenen, moslims, boeddhisten,
ongelovigen etc. zijn, maar alleen maar mensen, van wie elk individu op zich een
mysterie is, een hele eigen wereld, die alleen door God helemaal gekend en
bemind wordt. Voorts acht ik geen uitdrukking méér in strijd met Jezus
levenshouding dan de kreet: buiten de kerk geen heil (p. 287).
Lepers stelt op p. 301 dat de menswording van God het centrale geloofspunt
van het christelijk geloof is. Daar ben ik het niet mee eens, en al helemaal
niet met wat daarna gezegd wordt over de inhoud van die stelling: het
christendom betekent een radicale afrekening met de transcendente God. Beter is
wat daarop volgt: "God als een diepte in het middelpunt van ons
leven", met dien verstande dat het niet alleen over ons leven gaat maar
over de hele werkelijkheid. Op p. 302 wordt in de uitdrukking "ik geloof
dat ik geloof" onder het tweede woord 'geloof' de belijdenis van het
christelijk geloof verstaan. Ik hoop dat Vattimo geloof bedoelt in een veel
wezenlijker zin, n.l. als 'overgave aan de Eeuwige'. In het artikel worden
zinnige dingen gezegd over de verschillende waarheidsbegrippen. Ik zou ook nog
willen verwijzen naar wat Karen Armstrong in haar magistrale boek De strijd
om God zegt over de waarheid van de 'mythos' (tegenover die van de 'logos') als vergelijkbaar met de waarheid
van muziek, kunst, liefde.
Tot slot een hartelijk dankwoord voor het prachtige artikel van Mennen over zijn
ervaringen in 'Taalfabet'. Hier zien we iemand nou echt bezig zoals Jezus
het gedaan zou hebben: aandacht voor en hulp aan mensen die zelfstandig niet
overeind kunnen blijven. Ik kan me levendig voorstellen dat je de steun van een
levensbeschouwing nodig hebt om in dat werk zelf overeind te blijven. Op p.272
blijkt Mennen te 'lijden aan de kerk', zoals velen; ik heb dat ook gedaan, maar
me tenslotte van het instituut afgekeerd, je kunt je energie beter positief
inzetten. De kerk is dermate verkrampt in haar onfeilbaarheidswaan dat ze niet meer toegankelijk is voor de vruchten van de moderne psychologie, biologie en bijbel- en andere wetenschappen omdat
koste wat kost moet worden vastgehouden aan eerdere uitspraken. Waarom zou je
ook "binnen de kerk" (wat dat ook moge betekenen) moeten blijven,
daarbuiten is veel meer vrijheid om naar eigen gewetensvol inzicht
te werken aan een betere wereld.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.