MAG IK KIND ZIJN ?
Groeikansen in geloven
| KATRIEN TONNARD |
Een uittreksel
Vanuit een eerste analyse lijkt het erop dat het godsdienstonderricht uit de middelbare school weinig of geen impact heeft op het leven van jongvolwassenen: ze grijpen terug naar wat ze als kind over het christendom hebben vernomen in de kleuter- en lagere school. Niet zelden getuigen hun inzichten van ‘verkeerde’ godsbeelden en ‘foute’ bijbelinterpretaties. Jezus is wel ‘gekend’, maar baadt in letterlijke bijbelinterpretaties. Hij ‘plakt’ soms van de zoetigheid, wat maakt dat wie met deze beelden gelooft het moeilijk heeft met bijvoorbeeld een geloofsantwoord op de lijdensvraag. Over God weet men vaak niet veel, Hij is de grote onbekende. Diegenen voor wie Hij wél betekenis heeft, zijn meestal op weg naar een volwassen geloven. "Men heeft ons van alles ‘wijsgemaakt’!" hoor ik regelmatig als reactie van achttienjarigen (de toekomstige (kleuter)onderwijzers/essen die ik begeleid) op de confrontatie met dit lagere-school-geloof. Ze komen trouwens veel vroeger reeds in conflict met de wijze waarop in de lagere school met geloof wordt omgegaan. Geloven en God worden er naar hun zin (als pubers) veel te zoeterig voorgesteld, de harde kant lijkt dan in het geloof niet ter sprake te komen. Hierdoor beleven heel wat jongeren in het secundair onderwijs de afbraak van wat ze in de basisschool hebben gehoord. Vele jongeren gooien het geloofsaanbod weg als "dat is iets uit onze kindertijd". Deze groep stagneert in de geloofsgroei en komt vaak niet verder, tenzij ze volwassenen ontmoeten die zo levensécht geloven dat het ‘beklijft’ en aan het denken zet.
Het volledige artikel is te lezen in TGL 2000/4
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.