SOLIDARITEIT:
EEN
VOOR ALLEN, ALLEN VOOR EEN
(tekstfragment)
| KARIN DE HAART |
In het gedachtegoed van Nagy wordt het begrip solidariteit weinig expliciet gebruikt. Onmiskenbaar is echter zijn doel solidariteit door de generaties heen en binnen families te bewerkstelligen. In 1990 schrijft Nagy: "De zorg om transgenerationele solidariteit binnen de gezinnen heeft direct betrekking op bijvoorbeeld de zorg om het milieu en op de kwaliteit van het bestaan van de mensheid"[1]. Solidair zijn met je gezinsleden of met andere mensen vereist dat je openlijk loyaal kunt zijn met je gezin van herkomst. Twee belangrijke pijlers van zijn theorie zijn de begrippen ‘loyaliteit’ en ‘rechtvaardigheid’. Loyaliteit gebruikt Nagy om aspecten van het tussenmenselijke (de relationele ethiek) te beschrijven. Met loyaliteit bedoelt hij de onverbrekelijke band tussen ouders en kinderen. Per definitie zijn vader, moeder en kind aan elkaar gebonden, er is een bloedband. Nagy maakt onderscheid tussen basale loyaliteit, die ontstaat door het existentiële feit dat het kind uit zijn ouders geboren is en verworven loyaliteit, die wordt opgebouwd. Door beschikbaar te zijn voor je kind versterk je de basale loyaliteit van je kind. Een kind doet in de omgang met zijn ouders ervaringen op waardoor "de aard en de kwaliteit van de ouder-kind-loyaliteitsband in belangrijke mate wordt bepaald"[2].
Een adoptieouder kent geen basale loyaliteitsband met zijn adoptief kind, maar kan door zorg te geven aan het kind wel (in tegenstelling tot de afwezige, biologische ouder) loyaliteit opbouwen, verwerven. Openlijk respect van de adoptieouder voor de basale loyaliteit van het kind vergroot het vertrouwen en vermindert het loyaliteitsconflict dat het adoptiekind per definitie heeft. Mag en kan het solidair zijn met zijn verwanten, of land van herkomst, in welke vorm dan ook?
Bij problemen in gekozen (horizontale) relaties veronderstelt Nagy problemen in de bloedrelatie(verticaal). Het kan zo zijn dat iemand de loyaliteit die hij zijn ouders verschuldigd is, ontkent of relativeert. Dan wordt deze loyaliteit onzichtbaar maar des te merkbaarder in de horizontale relaties. Ik ben er bijvoorbeeld achter gekomen dat ik in mijn jeugd en adolescentie onzichtbaar heel loyaal ben geweest aan mijn vader. Mijn vader stierf toen ik 10 jaar oud was en ik had een hele goede en hechte band met hem. Toen hij stierf vond ik het niet rechtvaardig dat ik bleef leven en hij niet. Om dat enigszins ‘goed’ te maken besloot ik om in ieder geval niet gelukkig verder te leven. Ik ontnam mijzelf plezier in het leven want dat vond ik niet gepast. Leven werd zo voor mij en dus ook de anderen waarmee ik verbonden was en raakte (partner, kinderen) een noodzakelijk kwaad. Hoe rechtvaardig was dat t.o.v. hen? Helemaal niet dus. Mijn onzichtbare loyaliteit aan mijn overleden vader kleurde mijn aangegane relaties. Des te meer ik dat zichtbaar maakte door erover te vertellen aan mijn kinderen des te vrijer werd ik. Mijn bezoek aan de presentatie van de CD van Wouter Muller met twee van mijn kinderen is daar een voorbeeld van. Hun opa was ook zo’n man, een Indo, dat weten ze nu want ze hebben zo’n man in de persoon van Wouter Muller gezien en gehoord. En wanneer ik nu mijn jongste zoon in de kamer luid hoor meezingen met Wouter: "Wat is een Indo?" en mijn middelste zoon dan zingt: " De papa van mama…" ,denk ik dat dit raakt aan wat Nagy bedoelt met solidariteit door de generaties heen.
Je kunt je relatie met je ouders nooit ontkennen. Want dat bloed wil zijn stroom vervolgen, hoe dan ook. Problemen ontstaan op de kruispunten van horizontale en verticale relaties, door Nagy loyaliteitsconflict genoemd. Een loyaliteitsconflict ontstaat b.v. wanneer het kind gedwongen wordt partij te kiezen tégen de andere ouder. Nagy spreekt dan van gespleten loyaliteit. Een ernstige situatie dus, want je doet het nooit goed. Je zit als het ware gevangen tussen je vader en moeder.
| 1. | In het voorwoord op: D. Schlüter (red.), In het voetspoor van Ivan Nagy (VO Cahier 6), 1990. Eigen cursivering. |
| 2. | Annelies Onderwaater, De theorie van Nagy, 1995, p. 51 |
Het volledige artikel is te lezen in TGL 2000/5
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.