TUSSEN AUTONOMIE EN AFHANKELIJKHEID
Een gesprek over
zorgethiek
Interview:
J. Vandikkelen
(tekstfragment)
| BERNADETTE HOUDART |
"De Amerikaanse zorgethica J. Tronto stelt dat zorg begint in de aandacht voor de behoeften. Anders geformuleerd: in de aandacht voor waar mensen niet tot hun recht komen. Ze heeft een omschrijving in vier punten van wat zorg is. Om te beginnen moet er gezocht worden naar de behoeften. Vervolgens moet er iets gedaan worden aan die behoeften of moeten er structurele voorwaarden geschapen worden om er iets aan te kunnen doen. Ten derde is er de eigenlijke zorg die moet geboden worden. En tenslotte eindigt elke zorg bij het nagaan van de zorgontvankelijkheid: is de zorg goed ontvangen geweest? Zonder dit laatste is de kans op paternalisme en inefficiëntie groot. Maar zorgontvankelijkheid wil ook zeggen dat diegene die zorg ontvangt, bereid moet zijn om zorg te ontvangen. Een probleem is dat zorg een negatieve connotatie heeft gekregen. Wie verleent er in de Verenigde Staten, waar Tronto woont, zorg? Meestal zijn het vrouwen, zwarte vrouwen, weinig of niet geschoolde zwarten vrouwen. Terwijl moeder en vader de Amerikaanse droom waar moeten maken, zijn het deze maatschappelijk minder gewaardeerde mensen die de zorgtaak op zich nemen, en daardoor hun maatschappelijk positie bevestigen. Tronto is een feministe. Omwille van de vrouwonvriendelijkheid van de zorg, pleit ze voor een vermaatschappelijking van de zorg. Zorg moet een algemeen maatschappelijk ideaal worden en mag niet langer voorbehouden zijn voor het privéleven en gekoppeld worden aan vrouwentaken. Zij constateert een maatschappelijke kloof tussen privé en publiek leven, tussen vrouw en man, tussen het eisende rechtendiscours en het zorgende discours, tussen het efficiënte en het waardegebonden handelen. De privé vrouw bevindt zich steeds langs de ene kant. Tronto wil de kloof opheffen in het voordeel van de kant van de zorg. Zorg is in haar ogen een maatschappelijke grondwaarde, zonder zorg zijn mensen niet goed gekleed, gevoed, wonen ze niet fatsoenlijk. Zorg is het levensonderhoudende en -herstellende handelen. Zorg is positief.
In Tronto’s visie zijn zorg en solidariteit bijna synoniemen. Zorg wijst op verbondenheid en de erkenning van verbondenheid. Iedereen is tijdens zijn leven afwisselend zorgkrijger en zorggever. Er is ook een verbondenheid of solidariteit tussen de generaties. Als kind krijg je zorg, als ouderling heb je zorg nodig, als volwassene geef je zorg. Het netwerk van zorg houdt mensen recht en het is de zorg die maakt dat mensen solidair handelen tegenover elkaar. In die zin is haar pleidooi voor zorg niet beperkt tot hulpverlening, het is echt een pleidooi voor een solidaire maatschappij.
Dit alles neemt niet weg dat ik ook kritisch sta t.o.v. Tronto. Zorg veronderstelt in haar visie bereidheid om zorg te ontvangen. Wat doe je met mensen die geen zorg wensen te ontvangen? Is een verregaande bemoeizorg, paternalisme te rechtvaardigen? Ik vind het frappant dat haar definitie van zorg of solidariteit aanvangt met te kijken naar waar zorg nodig is. Haar eerste fase begint niet met te vragen naar de behoeften. Degene waar het om gaat, degene die een solidaire tussenkomst nodig heeft, komt pas in de vierde fase ter sprake. En dan nog wordt het accent gelegd op diens zorgontvankelijkheid – weliswaar niet negatief bedoeld.
Garandeert een rechtendiscours niet beter dat mensen aan hun trekken komen, zeker op momenten dat het mis gaat met de zorg en de goede bewogenheid van de hulpverlener. Van zodra je iemand een recht geeft, kan je niet meer naast hem kijken. Rechten constitueren een soort van menselijke waardigheid. Dit is een aspect dat je niet vindt bij zorg. In ‘rechten’ zit een scherpere claim. Anderzijds kennen we bepaalde groepen mensen maar rechten toe vanuit een zorg: denk aan de rechten van het kind of van de gehandicapten. Dus ook hier zie je dat zorg en rechten samengaan.
Als ik nu naar mijn studenten kijk, dan constateer ik dat ze van het rechtendiscours doordrenkt zijn. Dat kennen ze. Het besef van bemoeizorgend op te treden is er minder. Ik wijs hen daar op. De truc om uit de valkuil van het paternalisme te blijven bestaat in het legitimeren. Hoe meer bemoeizorgend je optreedt, hoe meer je het moet legitimeren en verwoorden naar je cliënt toe. Want niet besefte bemoeizorg is gevaarlijk."
Het volledige interview is te lezen in TGL 2000/5
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.