Solidariteit, armoede,
ongelijkheid
7/12/2000
Herman Torfs
[email protected]

Zoals steeds ben ik blij met een
nieuw nummer van TGL. Waarvoor dank.
Toch zit ik na lectuur van dit
hele (!) nummer een beetje ongemakkelijk. Natuurlijk dat alle artikelen niet
iedereen op gelijke wijze aanspreken. Hoe zou dat kunnen? Maar deze keer worden
enkele bijdragen toch bijzonder weinig gehinderd door enige zin voor nuance waardoor
de zo moeilijke oefening om ratio en emotie in evenwicht te houden de mist
ingaat.
Natuurlijk kun je (met recht) in
abstracto zeggen: armoede, en zulk danige ongelijkheid onder mensen is in die
mate inhumaan, dat ik weiger op dit vlak enige nuance onder ogen te nemen. Maar
een aantal bijdragen stellen het toch te simpel: de rijke (wij dus) is de
verdachte die de schuld is van alles en die dit maar niet wil inzien. En
daarnaast wordt de arme, de achtergestelde, a priori buiten verdenking gesteld;
hij is de authentieke, de betrouwbare, de humane. Enfin, het verhaal van de
kameel en het oog van de naald. Dat gebeurt als 'heilige onrust' de 'drijvende
kracht' wordt.
Was het maar zo simpel. Mag
ik in enkele punten mijn ongemak wat toelichten?
- Wat ik allereerst mis, zelfs
aan het einde van mijn lectuur, is een duidelijk inzicht over wie we het
hebben. Een definitie van wat wij bedoelen met armoede. Het ontbreken
hiervan zet, denk ik, de lezer van dit TGL-nummer de hele tijd op glad ijs.
Over wie of wat gaat het nu eigenlijk?
- Voor de ervaringsberichten
pleit ik verzachtende omstandigheden, maar toch. In onze argumentering mogen
we ons niet laten drijven op een mogelijke heilige onrust. Die is geen
excuus voor selectieve waarneming met even selectieve oordeelsvorming. Goede
bedoelingen en zware gedrevenheid leiden vaak naar kromme redeneringen of
grove simplismen. Calling a spad a spade, een kat een kat noemen is
nog altijd de beste methode. Dus zeg het ook maar eens duidelijk: er zijn
punten in dit armoedeverhaal waar wij ook geen blijf mee weten. B.v.: Is het
uitgesloten dat iemand schuld heeft aan zijn blijvende (onderhouden)
armoede? Of speelt dat niet?
- Het is bovendien niet wijs te
spreken over DE arme, en DE rijke. Die bestaan natuurlijk niet. Met een
boutade zou ik durven zeggen dat ik eerder denk dat er vandaag op deze aarde
ongeveer zes miljard soorten van armen en evenveel soorten van rijken
rondlopen. Als je begrijpt wat ik bedoel. Sorry, laat de windmolens met
rust, maar mensen zijn niet gelijk. Noch de Belgen noch de (legale) inwoners
van België. Zovele soorten van ongelijkheid, en ieder die zijn specifieke
armoede moet (ver)dragen. Valt ook nog te bezien wie wil ruilen met wie.
- Een punt dat mij ronduit
irriteert is het gevoelen dat die gedreven mensen, nu de kerk op dat gebied
is uitgeteld, andere brave mensen (de zgz. harteloze rijken dan) gaan
culpabiliseren, verbieden of beletten te genieten, somberheid en angsten
aanreiken. En waarom? Wat hebben zij misdaan? En waarvoor moeten zij zich
vrijkopen? Begint het oude verhaal van her?
- Soms geven ze je de indruk dat
de strijd tegen elke ongelijkheid kan gewonnen worden door met de zeis over
het maaiveld te gaan. Alle toppen eraf scherend. Als er al iets ongelijk is
in de samenleving dan is het de spreiding van de talenten. De zeisoplossing
is toch te gek en vooral contraproductief. Want 1. het zal niet lukken en 2.
de minder bedeelde zal ook hier als eerste de rekening betalen.
- In dezelfde geest zien we
alsmaar de economisch-technologische dynamiek, de economische instellingen
en de economische politiek ongenuanceerd tot vijand verklaren. Zij krijgen
de schuld van alles. Wel, door een andere bril bekeken kan men net zo goed
het tegengestelde volhouden: a. dat een sterke economische ontwikkeling de
meest efficiënte manier is om armoede in te dijken; b. het is dankzij de
economie dat wij een misschien niet perfecte sociale zekerheid en een soms
manke welvaartstaat toch maar in stand kunnen houden en c. het is ook zo dat
enkel via een behoorlijke economische ontwikkeling al die achterblijvende
landen ooit uit hun uitzichtloze slop kunnen geraken.
- En dan langs de kant van 'de
rijken': (relatieve) rijkdom valt zelden uit de lucht. In feite is er, wat
men ook moge beweren, niets mis aan een onderhouden arbeidsethos. Werken om
"in het leven vooruit te komen", wat is daar mis aan? En als men
dan vooruitgekomen is, klinkt het als een verwijt. Mensen die met hard
zwoegen één, twee sporten op de maatschappelijke ladder konden klimmen,
wat is daar misprijzenswaardig aan? Kijk gewoon naar Vlaanderen drie
generaties terug. Wie wil er nog terug?
- Heel die discussie rond
rechten / bemoeizorg / paternalisme / identiteit / afhankelijkheid vind ik
een vrij theoretisch vertoog. Men gaat van de zorg nu een soort wetenschap
maken. De zorgologie. Het is als met de pedagogie: in abstracto kan je
bibliotheken vol schrijven en op een bepaald ogenblik bij god niet weten wat
je met dat ene kind in die omstandigheid moet aanvangen. Geef ook de arme
een naam, een gezicht en dan zal blijken dat er wellicht zoveel strategieën
nodig zijn als er armen zijn. Het zal dan blijken dat je in het ene geval
zult moeten gedogen wat je in het andere geval niet mag laten gebeuren:
paternalistisch betuttelen of niet. Zo begrijp ik dat zondags woord:
contextueel optreden. En dat is altijd een kwestie van try and error,
niet van canons of doctrines.
- Wel kan ik van ganser harte
inkomen in het artikel 'Voor medemens of God' van Schillebeeckx. Ik krijg
daar een antwoord op mijn vraag: wat is buiten het humaniseringseffect, de
meerwaarde van het invoeren van een religieuze dimensie aan het werken met
mensenrechten? Letterlijk: un supplément d'âme. Ook voor die
gewelddadige crimineel die zelf niets of niemand ontziet blijft het zo dat
ook zijn lichaam geest is, en zijn geest lichamelijk.
Intussen is zoveel duidelijk dat
ik ook met een hoop vragen blijf lopen, zelfs na lectuur van TGL 2000/5. Ik weet
het dus ook niet zo goed. Sorry, ik ben er zelf niet uit, en daarom is zo'n
TGL-nummer met zijn onvermijdelijke beperktheden, toch een weldaad. Het laat je
toe je denken te toetsen.
Zo las ik laatst ook nog een
column van Roel Janssen in NRC (9/11) over datzelfde onderwerp. Ik citeer hem niet letterlijk, ik
parafraseer rond zijn column:
Probeer het begrip armoede maar
eens te definiëren. Je zult er altijd op uitkomen dat het vooral een relatief
begrip is. En dat is het dus ook. Bij de invoering van de Algemene Bijstandwet
in Nederland (1965) gold het dat "een bloemetje erbij hoort".
Tegenwoordig zijn de auteurs akkoord dat "een computer erbij hoort".
Bovendien blijkt dat ook het effect van een van overheidswege algemene en
gerichte armoedebestrijding zeer relatief is. Nederland gaf vorig jaar 16
miljard fr. aan armoedebestrijding en de statistieken bewijzen onomstotelijk dat
het aantal gezinnen in een situatie van duurzame armoede quasi onveranderd
blijft. Of is dat op zich al een succes?
En weet u wat het in 2000
verschenen Nederlandse armoederapport aanbeveelt als oplossing? De nadruk die
vroeger lag op werk en werkgelegenheid is verschoven naar behoud van baan en
doorstroming. Het rapport zegt nu letterlijk: maak werken financieel
aantrekkelijker dan uitkeringen of inkomenssubsidies. Voorkom dus
eenoudergezinnen, laat kinderen opgroeien in gezinnen, zorg voor een partner in
huis, voorkom jeugdzwangerschappen en stuur kinderen naar school.
Ja, nu dat weer.
Intussen, kijken we best gewoon
eens rondom ons.
Herman Torfs, Lier
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.
