DE RELATIE CREËERT EN RADICALISEERT SOLIDARITEIT

Een gesprek over de fabel van de postmoderne moraal. Interview: J. Vandikkelen

(tekstfragment)


ANNELIES VAN HEIJST 

Geef uw mening over dit artikel

Wanneer mensen hun solidariteit uiten, is allicht een zekere vorm van eigenbelang nooit afwezig en misschien niet eens zo slecht?

"Dat ligt eraan hoe je ‘eigenbelang’ opvat. Ik zoek het vandaag veel meer in het eigen zelfverstaan. Hoe begrijp je jezelf. Religieuzen, en met hen alle christenen, zien zichzelf als mensen die op de wereld zijn om God lief te hebben en de naasten zoals zichzelf. ‘Als zichzelf’ is dan een maatstaf, een soort criterium. Daarin ligt besloten dat je van jezelf mag houden. Maar het gebod blijft dat je de naasten lief moet hebben. Dat zie ik religieuzen in praktijk brengen. Als het je doel is God lief te hebben en de naaste zoals jezelf, dan kom je in je leven maar tot je bestemming door werkelijk iets voor de andere(n) te doen.

Dat is wat anders dan ‘zelfverstaan’ vanuit de postmoderne moraal. Want dan leef je om er zoveel mogelijk uit te halen. Dus dat levensbeschouwelijke denkkader dat je jezelf leert begrijpen – Wie ben ik? Waartoe ben ik op aarde? - is essentieel. In het huidige totaal geseculariseerde en geëconomiseerde denkkader ben je natuurlijk helemaal krankzinnig als je iets voor een ander doet om niet. Dat is immers winstderving, dan lijd je verlies. Dan ga je de hele tijd failliet."

In het christendom wordt de solidariteitslat hoog gelegd. Denk aan het verhaal van de rijke jongeling: het was alles of niets. Je linkerhand mag niet weten wat je rechterhand geeft. Je moest niet alleen de slag op de ene wang incasseren, je moest ook nog eens de andere aanbieden. Hoe moet je die christelijk radicaliteit verstaan? En vormt die radicaliteit misschien een onderscheid tussen christelijke en andere – humanistische, islamitische, … - vormen van solidariteit?

Over dat laatste ben ik echt terughoudend, want dan zou christelijke solidariteit een suprematie hebben t.o.v. andere bronnen van solidariteit. Daar ben ik niet voor. Wel wil ik een onderscheid maken tussen de radicale solidariteit die je zag in de jaren zestig en de huidige. In de jaren zestig ging het om een wereldverbeterende solidariteit: als we flink ons best deden, dan zou de wereld veranderen en wel hélemaal. Dat was eigenlijk een heel aanmatigende solidariteit. We dachten dat we gemakkelijk solidair konden zijn met – ik geef maar een voorbeeld - de vrouwen in de sloppenwijken in Calcutta. We draaiden nergens de hand voor om: met ons actiegroepje stencilden we brochures en dan zou het veranderen.

Die pretentie is verdwenen. Tegenwoordig is het engagement veel kleinschaliger en de groep aan wie solidariteit betuigd wordt, heeft een gezicht. En ik vind dat je kan zeggen dat daarin een soort van radicaliteit zit. Het gaat dan om mensen die zich inzetten voor de milieubeweging of voor heel concrete groepen uit de derde wereld en daar ook verbanden mee aangaan, of mensen die in hun eigen buurt iets opzetten om b.v. de integratie, de communicatie in de buurt te verbeteren. Het radicale daarvan bestaat erin dat mensen, doordat er nieuwe verbintenissen ontstaan, soms verder gaan voor anderen dan ze voorheen van zichzelf hadden gedacht. En naar mijn idee komt dat omdat er een relatie is ontstaan, een vorm van verbondenheid, bondgenootschap. Die eist, vordert op tot, appelleert voor radicale inzet."

Het volledige interview is te lezen in TGL 2000/5

bestellen kan hier



Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :