VREEMD MOOI
Geluk en vergankelijkheid in de poëzie van Rutger Kopland
(tekstfragment)
| PHILIPPE LEPERS |
Maar is het feit dat geluk en vergankelijkheid samengaan wel perse een tragisch feit? Kan geluk wel anders zijn dan zeldzaam? Is het juist niet omdat het occasioneel is, dat we van geluk spreken? Is geluk ook niet per definitie onzeker? Kunnen wij een succes dat wij met honderd procent zekerheid kunnen scheppen wel als geluk ervaren? En ook: is het wel zo dat het zich bewust zijn van geluk onvermijdelijk een afstand schept die de pret bederft? Bestaat er niet een verschil tussen 'zich bewust zijn ván iets' en het 'zelfbewustzijn' als 'aanwezigheid bij datgene wat we ervaren'? Kopland (…) stelde dat eenzaamheid een voorwaarde is voor verbondenheid. Je kunt het een niet willen zonder het ander. Twee samengesmolten wezens kunnen elkaar niet liefhebben. Misschien geldt hetzelfde voor geluk en vergankelijkheid. Misschien zelfs voor leven en dood. Mocht dat waar zijn, dan kunnen wij eenzaamheid én verbondenheid, geluk én vergankelijkheid, leven én dood liefdevol omarmen binnen een bestaan dat (met een uitdrukking die hij in 'Tijd' op de tijd toepast) "vreemd mooi" is.
![]() |
Klik hier voor:
|
Het volledige artikel is te lezen in TGL 2000/6
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.