A.M. Van de Walle, Heverlee |
TEGELIJKERTIJD
DE 'ZWAKKE' WEGGEBRUIKER - ROOS MAES -
|
| Ik heb het geluk te behoren tot een zeer grote familie. Zelf ben ik opgegroeid in een gezin met zes kinderen. Vijftig jaar geleden was dat niet uitzonderlijk veel. |
Vader werkte als bediende, hij was de enige kostwinner in huis. Moeder had gestudeerd voor onderwijzeres, maar toen ze zwanger werd van het eerste kind – ik schat in de eerste huwelijksnacht – kon ze niet blijven lesgeven. Vader had als oudste van elf nooit de kans gekregen verder te studeren. Zijn kinderen zouden allemaal een goed diploma halen. Veel geld om op vakantie te gaan was er niet. Dus brachten wij bezoekjes aan een hele reeks ooms en tantes.
Ik herinner mij nog heel goed één gezin. Ze woonden in een piepklein huis, met heel veel kinderen. Naast het huis was een terrein met grote betonnen rioleringsbuizen. We konden er rechtop in staan en speelden verstoppertje.
Er stond ook een vrachtwagen, met een laadbak. De oudste zoon, die ons heel erg groot en volwassen leek, reed af en toe stiekem met die camion op het erf. En dan mochten wij om beurt naast hem in de stuurcabine zitten. Het was een machtig gevoel. Later leerde ik zelf auto rijden in een grote bestelwagen. Ik voelde mij machtig en sterk, zoals ik boven alle andere auto’s uittroonde.
Vandaag rijd ik vaak met de fiets. Ik behoor nu tot de categorie van de ‘zwakke’ weggebruikers. Meestal voel ik me vrij en onbevangen, dus helemaal niet zwak.
Behalve als ik tegen de stroom in fiets. Op weg naar het werk kies ik voor de kleine binnenwegen. Daar rijden geen auto’s, wel veel fietsen. Op een smalle bosweg rijdt mij elke morgen een hele bende jong volk tegemoet. Ze laten mij nauwelijks genoeg ruimte om te passeren. Ze voelen zich sterk, want ze zijn met velen. In het begin ergerde ik mij vreselijk en probeerde ik de stroom te ontwijken. Dan restte mij nauwelijks plaats om te fietsen.
Heel dikwijls voel ik ook de neiging om er eens tegenaan te gaan. Lekker rakelings langs die ene fiets scheren, de grens tussen de twee fietsen aftasten en telkens verkleinen tot we net niet botsen. Dan gaat mijn hart sneller kloppen. Ik ben mijn frustratie kwijt. Maar er verandert niets. De volgende dag voel ik me opnieuw even zwak.
Nu gebruik ik een andere tactiek. Ik laat me niet meer marginaliseren en eis mijn rechtmatig deel op. Ik rijd voortaan de bende heel zelfzeker tegemoet en bezet de volle helft van het fietspad. Ik maak mezelf sterk dat ik niet zwak ben. Ik heb toch ook recht op veilig fietsen. Ik overtuig mezelf dat ik geen zwakke weggebruiker ben omdat iedereen zegt dat fietsers tot deze categorie behoren. De andere fietsers zijn even zwak of sterk als ikzelf. Maar zij zijn wel jong en met velen. Dat maakt het verschil. Want jong kan ik me niet meer noemen. En ’s morgens blijf ik de enkeling die tegen de richting in fietst.
Het is raar hoe zo’n stom dagelijks voorval mij tot een helder inzicht brengt. Ik heb me jaren solidair verklaard met de zwakken, veraf of dichtbij. Ik heb goede analyses gelezen over armoede en ontwikkeling, over macht en tegenmacht. En nu doet dat ene voorval mij plots heel helder zien hoe het mechanisme werkt. Je bent zwak omdat anderen altijd opnieuw herhalen dat je zwak bent of omdat de situatie je in een zwakke positie duwt. En wie niet weet welke zijn rechten zijn, kan ze ook niet opeisen. En je sterkte is ook niet altijd evenredig met de middelen die je ter beschikking hebt. Bij recente blokkades van de autowegen reed ik op de fiets de ellenlange file stilstaande wagens voorbij. En of ik me sterk voelde !
Maar het ergste is als je alleen bent. Dan moet je alle sterkte uit jezelf halen. En dat is een werk van jaren. En dan kan dat jaartje méér best van pas komen.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.