A.M. Van de Walle, Heverlee

TEGELIJKERTIJD

GRATIS, BELANGELOOS, VOOR NIETS

- ROOS MAES -

 

 

 

 

Geef uw mening over dit artikel

Het jaar 2001 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Internationaal Jaar van de vrijwilliger’. Het is dus opletten geblazen. Kwaadsprekers beweren dat niets zo nefast is als het uitroepen van een Internationaal Jaar: iedereen wordt er beter van, behalve de groep waarvoor het Jaar bedoeld is. Deze wordt eens te meer gestigmatiseerd als marginaal en dus problematisch. Maar hun situatie verandert nauwelijks. Dit is getuigen van kwade wil. Maar toegegeven, zo'n jaar afkondigen geeft een dubbel signaal. Het richt onze aandacht op vergeten of verborgen problemen in onze samenlevingen. 
Dat alleen al is prijzenswaardig. Tegelijk schept het de verwachting dat er ten gronde iets zal veranderen. En dat is misleidend. Mens en samenleving veranderen niet in één jaar tijd.

Er is nog een bijkomend effect aan zo'n speciaal jaar. Het verscherpt ons inzicht in bepaalde maatschappelijke evoluties. Zo bijvoorbeeld het vrijwilligerswerk.

Vrijwilligers zijn van alle tijden. Als groep vinden ze nu erkenning. Luidop klinkt de roep naar een juridisch statuut. Vrijwilligers willen medespelers worden in de opbouw van onze maatschappij. Hun plaats in het geheel wordt stilaan gevaloriseerd. Niet omdat ze nu belangrijker zouden zijn dan vroeger, wel omdat hun inbreng noodzakelijk geworden is om het peil van ons samenleven te blijven garanderen. Niet zozeer de welvaart, maar wel het morele gehalte van ons samenleven.

Elk menselijke verkeer is gestoeld op het principe do ut des (voor wat, hoort wat). In onze moderne tijd vertaalt zich dat hoofdzakelijk in financiële termen. Prestaties worden met geld beloond. Premies en extra legale voordelen moedigen de ijver en inzet van werknemers aan. Wie thuis werkt, zijn zieke ouders of kind verzorgt, krijgt daarvoor een vergoeding.

Vrijwilligerswerk wordt niet financieel vergoed. Logisch. Zou men dat wel doen dan ondergraaft men het principe zelf. Je zou dus kunnen stellen dat vrijwilligerswerk ons behoedt van een te doorgedreven berekend en egoïstisch gedrag.

En toch, we moeten ons geen illusies maken. Er zijn vrijwilligers van allerlei soort. Eén soort is wel oververtegenwoordigd: de vrouwen. En wat mij ook opvalt: heel weinig mensen doen iets helemaal belangeloos. Daarmee wil ik geen afbreuk doen aan het mannelijk geslacht noch aan de edelmoedigheid van mensen. Het is gewoon een vaststelling. Vrijwilligers zijn geen supermensen. Net zoals iedereen willen ze dat hun werk gewaardeerd wordt. Meer zelfs, als de financiële waardering wegvalt dan blijft alleen de menselijke over. Soms vinden mensen in hun vrijwillige inzet de erkenning die ze thuis of op het werk onvoldoende krijgen.

Jean heeft altijd hard gewerkt. Hij wou vroeger naar de missies vertrekken, maar thuis wilden ze dat niet. Na veel stielen en evenveel ongelukken heeft hij zijn weg gevonden in de ondernemerswereld. Een ploeg leiden, mensen dirigeren en bevelen geven, dat heeft hij geleerd. En hij kan dat goed. Maar hij moest wegens gezondheidsproblemen vroegtijdig met pensioen. Aan zijn werk heeft hij weinig vrienden overgehouden. En nu, na 35 jaar, laat zijn vrouw hem in de steek. Jean is niemand meer.

Maar Jean blijft niet bij de pakken zitten. Zijn idealen van vroeger - iets gaan opbouwen in de missies - heeft hij nooit kunnen verwezenlijken. Maar in het vrijwilligerswerk heeft hij nu een nieuw werkterrein gevonden. Hij krijgt praktische taken waarvoor hij verantwoordelijk is. Dat kan hij goed, daarin worden zijn kwaliteiten erkend. Iedere keer als ik hem zie, groet ik hem uitdrukkelijk en vraag hoe het met hem gaat. Maar als ik eens te vlug aan hem voorbijloop, dan zal ik het geweten hebben. En Jean is niet de enige.

Ontelbare keren zeg ik "dank u wel", "dat was goed", "je hebt dat prachtig gedaan", "bedankt dat je er weer was"... Zoveel vrijwilligers schreeuwen om erkenning. Misschien omdat hun werk te weinig gewaardeerd wordt. Maar evenzeer omdat ze; net als wij, geen supermensen zijn. Niemand van ons kan zonder de aandacht en de bevestiging van anderen. We zijn op elkaar aangewezen in goede en barre tijden. Ondanks onszelf. leder mensenleven is een schreeuw om erkenning.

Zelfs een schrijfster van cursiefjes ontsnapt er niet aan. Men mag het haar niet ten kwade duiden. Ze blijft een mens zoals alle andere.

Bedankt lieve lezers.

 


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


 

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :