WOON IN ONZE OGEN


Een gebed. II Samuel 7

(integrale versie)

PIETER VAN HOOF 

Geef uw mening over dit artikel

Dit is de eerste bijdrage in de nieuwe rubriek 'werkSchrift'. Diverse auteurs - allen verbonden als voorganger aan de Dominicus in Amsterdam bieden er hun eigenzinnige en op het leven geënte, bijbelse reflectie in aan. In een krantenadvertentie met een oproep tot gebed lees ik, dat "gezamenlijk gebed de oplossing is voor conflictsituaties in de wereld; komt daarom allen en laten wij alle zorgen aan God aanbieden. God zal aanwezig zijn en de wereld helpen." Die durft. Het doet me aan een wasmiddel denken: "als niets meer helpt, helpt God nog volop!" Een tekst die staat als een huis. De geschiedenis door zien wij het beroep op God in uiterste nood. God, een laatste factor. Daarmee is hij een factor onder de factoren, een woord onder de woorden, een reden onder de redenen. "God zal aanwezig zijn!"
Voor het gebed

Iets dergelijks zegt David eigenlijk ook in dit verhaal uit II Samuel 7: "Ik woon zelf in een paleis van cederhout", zegt hij, "en de ark van God staat maar onder een tentdoek". God zou in een schitterend huis moeten wonen bij zijn volk en God zelf zegt: "Woon jij, David, rustig in een prachtig huis van cederhout, maar Ik, Ik heb nooit in een huis willen wonen; laat mij maar zwerven." David wil God in een huis: "God zal aanwezig zijn!" En de Eeuwige onttrekt zich...

Stel je een ogenblik voor, dat God het huis dat David voor hem wilde bouwen in dank had aanvaard – "eindelijk iemand die het snapt... !" - ik weet zeker, dat wij dan niet meer zouden samenkomen om tot deze God te bidden! En daarmee zitten wij midden in het geheim van de religie. En dus ook in het hart van wat wij bidden noemen.

Ontroerend is, dat David, in plaats van aan te dringen bij God, zelf in gebed gaat en daarin als het ware de positie van God bevestigt als de God die altijd trouw is meegetrokken, waar de mensen ook gingen. Hij aanvaardt kennelijk dat God geen bezit is van het volk. Het is dus mogelijk met je Geliefde te vertoeven, zonder deze te bezitten. Wie dat kan, is ver gekomen. Een mens doet er soms een leven lang over om van de behoefte te geraken tot het gebied van het zuivere verlangen. In dit gebied van het verlangen verliest de ander als het ware zijn of haar functie. De ander wordt bemind, niet vanwege dit of dat, maar zomaar. Pas dan begint de genieting.

Al zo' n dertig jaar vergezelt mij een zinnetje dat in mijn eigen liefdesleven een sleutel is gebleken om de kwaliteit van mijn relaties te onderzoeken: ofwel zeg je tegen je geliefde: "ik heb je nodig en daarom hou ik van je", of je zegt: "ik hou van je, en dus heb ik je ook nodig". En wat we over onze menselijke liefdesverhoudingen kunnen zeggen, kunnen we ook toepassen op onze verhouding tot God. Hebben wij God nodig en gaan wij van de weeromstuit van Haar houden, of houden wij van God en hebben wij Hem dus ook nodig? Pas als we God niet meer nodig hebben, zelfs niet als verklaring voor de wereld, kunnen wij vrijelijk van Hem gaan houden. Onze tijd is op dit punt, meer dan ooit, vol gouden kansen.

De advertentie deed vermoeden, dat God wel erg nodig is. Wie God zo nodig heeft, zal Hem graag vasthouden, Haar bijna dwingen in een huis vlakbij te gaan wonen. Zo, dat je er elke dag heen kunt met je vragen. "Waarom ga je niet even naar God, Hij is altijd thuis!" Zo'n huis waar je ongevraagd altijd zomaar achterom kunt lopen. Althans dat denk je! Smeekbede na smeekbede gaat er langs het tuinpad. 0, geen kwaad woord over onze verzuchtingen aan Gods adres. Maar voor mij zelf staat vast: de ware liefde heeft geen reden! Zij is er niet voor dit doel, niet voor dat doel. Zij is er zomaar.

Als alle voorwaardelijkheid in ons stopt: "Als wij zus, dan Gij zo". Als het woordje ‘indien’ geschrapt wordt. De woordjes die God vastleggen. De kleine woordjes die huizen bouwen. Verdragen wij dat, een God die ons een huis gunt, maar die Zelf wil blijven zwerven, in de buurt, zeker, maar zwerven niettemin? Zou het kunnen, dat God woont in onze gebeden? Zoals Slauerhoff dichtte: "alleen in mijn gedichten kan ik wonen". Zeker, als de gebeden op een tent lijken, niet op een tempel! Als zij even zwervend zijn, fragmentarisch misschien en niet te massief. Ik geloof, dat God er dan in wonen wil.

Een zwervende God. Een God die nooit thuis is en er toch altijd is! Dat is de paradox waarmee ons hart moet leren leven. Al vanaf de eerste bladzijde spreekt de bijbel over de beweeglijkheid van God. Zelf keer ik dan ook graag terug naar die eerste zinnetjes van Genesis. De wereld was chaos, maar de Geest van God zweefde boven de chaos. Zoiets. Ik ben Hem kwijt, de God die nuttig is, de God van de doelen. Ik kan leven zonder Haar. God kwijt raken is een nuttig proces, zoals Piet Mondriaan alle verbeelding in de kunst kwijt raakte en maar drie kleuren overhield, zo is de Geest uit Genesis 1. Deze Geest van wie ik houd, deze lieve Geest. Iemand zei me ooit na een dienst, dat ik zoiets niet zeggen mocht, omdat het Heilige Geest moest zijn en niet Lieve Geest. En nu denk ik: ik wil het beste terug van Onze Lieve Heer van weleer en zeg graag Lieve Geest. Meer is er niet!

Gebed

Lieve Geest... Het is dat hier veel mensen zijn dat ik nu woorden spreken moet. Gemeenschap schept taal, is taal. Waai, lieve Geest, het is het enige dat ik ken en dat in mij zelf taal is. Ik weet dat Gij waait. Gij zijt alles wat ik overhield na jaren. Maar dit ‘Bijna-Niets’ kan mij soms zo sterk zijn, dat mijn lichaam er van rilt. Dat Gij er zijt, ook al weten wij het niet. Maar Uw aanwezig-zijn hangt niet af van ons weten of ons geloof. Alsof wij U zouden kunnen sturen. Ach, ik heb U niets te zeggen, Gij, Warmte, Adem, Kracht. Al mijn spreken doet U in feite te kort. Want nog voor wij spreken, weet Gij al wat in ons hart leeft, Ik kan U alleen soms nog zeggen: "waai, over hem, over haar, deze mensen". Soms bij het passeren in de stad..., het is een korte zucht. Flinterdun. Ik geloof het steeds sterker: bidden is waarnemen. Zien! En het geziene met U, de Geest, verbinden. Niet dat Gij deze inspanning van ons behoeft. Maar soms denk ik, dat Gij bij het waaien weet, dat Gij medestanders hebt. Ik geloof: bidden is een manier van kijken, een blikrichting. Woordloos de wereld in de ogen meenemen en de chaos er in op U, de Geest, betrekken. Ja, ik geloof het: bidden begint in onze ogen. Het is zo dun als het tentdoek naast het cederhouten huis van David. Alle gebed dat wil staan als een huis: Gij onttrekt U. U behoeft geen lijstjes met onze doelen. Gij laat U niet opsluiten in het huis van onze woorden. Soms denk ik, dat de woorden heimelijk alleen maar ongeloof zijn: alsof Gij niet alles al wist, voor wij begonnen te spreken. Maar misschien is dit voor ieder van ons anders: Gij gaat met ieder een unieke, eigen weg. Gij kiest ieder van ons met liefde uit, al Uw mensen, een voor een, waar ook ter wereld..., maar door niemand laat Gij u vastleggen! Gij zijt ieder van ons ingeblazen. Dus kent Gij reeds de allerkleinste zenuw van onze ziel. Gij die in ons woont. "Houd me niet vast", zegt Gij, "maar beweeg met me mee, lieve mens, geef mij het gevoel", zegt Gij, "dat Ik een partner heb, een medestander tegenover de chaos, een gezel in het waaien..." Gij, die het lawaai van de wereld verdraagt en niet de stilte zoekt, de afwezigheid van decibels. Gij doet ons horen door het rumoer heen. Gij doet ons mee-zien, door alles wat lelijk is heen. Gij maakt onze ogen onverschrokken. O ja, woorden eisen stilte, de stilte van het huis, de dikke muren. Maar Gij laat ons met U mee-ademen, ook als het schreeuwt in onszelf. Het met U mee-bewegen laat zich door niets belemmeren. Een soort van dansen is het, dat ook in een rolstoel kan. Niets, maar dan ook niets hebben wij nodig om dicht bij U te zijn. Woon niet in een huis, lieve Geest, woon in onze blik, woon in onze ogen. En wees geprezen. Ik houd van je Lieve Geest, ik houd van je. Amen.

Klik hier voor:


Bekijk reactie(s) op dit artikel
Bekijk reacties


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :