DE DROOM VAN EEN KETTER
Kritische reactie op Lenaers' TGL-cahier
(integrale versie)
| JAN BECAUS |
Natuurlijk is pater Lenaers een ketter. Geen zinnig mens die daaraan twijfelt. Want hoe anders noem je iemand die het hele credo van Nicea-Constantinopel sloopt, op de eerste vijf woorden na (en dan nog) ? Er zijn er al voor heel wat minder in Rome op het matje geroepen. Dat ze pater Lenaers tot nu toe met rust hebben gelaten, kan enkel verklaard worden vanuit de zekerheid dat de Congregatie van de Geloofsleer niet geabonneerd is op TGL, wat na al de commotie niet lang meer kan uitblijven. Een vrijzinnig gelovige
Roger Lenaers sj heeft een poging gedaan om "het ene en eeuwige geloof in Jezus Christus en zijn God om te zetten in de taal van de moderniteit" (blz. 6). Hij doet dat door af te stappen van het heteronome wereldbeeld, dat het bestaan van een tweede wereld buiten de aardse veronderstelt. Om het lapidair uit te drukken: hij schaft de hemel af. In de plaats komt iets nieuws: de theonomie, die zich opwerpt als "de verzoener tussen godsgeloof en autonomie" (blz. 21). Volgens pater Lenaers is een nieuwe christelijke kosmologie nodig, omdat het oude axioma van twee werelden niet meer te rijmen is met de inzichten van de moderne wetenschappen: "de kosmos danst niet naar een buitenaards pijpen" (blz. 18).
Wie afstapt van het heteronome wereldbeeld waarop het christendom gebaseerd is, stapt meteen uit die religie. Lenaers zegt het zelf, op blz. 17: "Heel het Oude en Nieuwe Testament, heel de patristiek, heel de scholastiek, alle concilies, de hele liturgie, alle dogma’s en de uitwerking ervan in de theologie gaan ervan uit".
Waarin hij dan wel terechtkomt, is ook voor Roger Lenaers niet meteen duidelijk.
Zijn "theonomie" is zelfs geen "religie" meer in de strikte zin, want van enige binding (re-ligare) met een godheid is geen sprake meer. De God van Lenaers is "de diepste Grond van kosmos en mens" (blz. 20), maar dan weer niet de schepper van hemel en aarde, zoals in het Credo. Het opperwezen van Lenaers houdt zich niet bezig met de kosmos. Dat heeft verregaande gevolgen: Jezus was alleen mens; er is geen sprake geweest van enige verrijzenis, laat staan tenhemelopneming; er zal ook geen laatste oordeel zijn, en het vooruitzicht op de eeuwige beloning in de hemel of een permanente straf in de hel wordt verwezen naar het rijk der sprookjes. Roger Lenaers mag zich terecht een vrijzinnige gelovige noemen (De Standaard, 12 mei 2001), maar in geen geval nog een katholiek of een christen. Daarvoor is hij een paar lichtjaren afgeweken van de catechismus. Overigens is "vrijzinnige gelovige" een contradictio in terminis; men kan niet de twee tegelijk zijn, hoe hard men ook probeert.
Visionair maar elitair
De lezer mag nu vooral niet gaan denken dat ik Roger Lenaers aan het kapittelen ben, vanuit mijn persoonlijke visie op gelovig christen zijn. Ik was waarschijnlijk bij de eersten om hem schriftelijk te feliciteren met zijn essay. Lenaers’ poging om de katholieke leer uit te zuiveren van historisch ballast verdient alle lof, maar hij gaat wel erg ver. Zò ver zelfs, dat hij de massa eenvoudige gelovigen kwijtraakt en alleen nog gevolgd wordt door een klein groepje gelijkgestemden. In dat opzicht is hij wellicht visionair, maar evengoed elitair. In onze bescheiden correspondentie geeft de pientere pater ook toe, dat zijn nieuwe leer geen massaproduct is. Waaruit ik meteen concludeer dat de theonomie geen lang leven beschoren is, omdat er op de markt van de zingevingssystemen andere theorieën te koop zijn die beter tegemoet komen aan wat de zoeker verlangt. In de monotheïstische religies is dat in de eerste plaats zich gedragen te weten door een opperwezen. Een godheid bij wie men kan vragen en klagen, die men kan loven en desnoods vervloeken, en in wiens hand men zijn lotsbestemming legt. De God van de christenen garandeert de rechtvaardigen na de dood het eeuwige leven voor Zijn aanschijn. Dat perspectief spreekt enorm veel mensen aan. Het verzoent ze met hun eindigheid, het leert ze vrede te nemen met hun eigen en andermans onvolmaaktheden, het maakt ze domweg gelukkiger. Tegelijk putten zeer velen uit dat geloof de kracht om boven zichzelf uit te stijgen en grootse dingen te doen voor hun medemensen.
Wie de navelstreng tussen hemel en aarde doorknipt, wat Lenaers doet, ontneemt de gelovige zijn belangrijkste motivatie. In de plaats van onbaatzuchtige inzet "om de liefde Gods", blijft alleen de inzet voor de (vaak ondankbare) naaste over. De oerangst voor het einde vindt nergens nog soelaas, want de dood is het absolute einde. De drang om elk onrecht meteen te vergelden neemt toe, want een opperste rechter is er toch niet. De wereld zal er beslist niet leefbaarder door worden. Nochtans zijn dat de onvermijdelijke gevolgen van een godsbeeld, dat weliswaar "de scheppende grond van kosmos en mens" is, maar dat zich voorts van beide niets aantrekt.
Pater Lenaers heeft zijn essay niet geschreven op een blauwe maandagochtend. Daarover is lang en grondig nagedacht. In zijn inleiding schrijft hij, dat hij al een halve eeuw de ontwikkelingen binnen de christelijke geloofsleer en binnen het moderne denken en voelen van nabij volgt. Zijn gedachten zijn nu afgerijpt en "nu voel ik de behoefte de vrucht van die lange periode van lezen, denken, van gedachten wisselen, publiceren, eindelijk samen te vatten" (blz. 5). En zijn bedoeling is zonder enige twijfel nobel: "voor anderen de weg vrijmaken voor een geloof dat zich in de 21ste eeuw thuis kan voelen" (blz. 5).
Tabula rasa
De vraag is natuurlijk of een gewone sterveling met de inzichten van pater Lenaers kan leven.
Wie vertrouwd is met de evolutieleer en de moderne genetica, wie kennis heeft van de godsdienstpsychologie, wie beslagen is in de moderne theologie, is misschien al net zoals Lenaers tot het inzicht komen, dat de God van Abraham niet langer de God van de 21ste eeuw kan zijn. Heel veel intellectuelen hebben die God al lang begraven. Ze proberen goedschiks kwaadschiks vrede te nemen met hun lot, en zoeken vertroosting in de filosofie, de kunst, de muziek, of desnoods in seks, drugs en rock’n roll. Roger Lenaers doet een eerlijke poging om die mensen terug te winnen, voor het geloof en voor de kerk. De clevere pater vergeet evenwel dat de meeste mensen nooit nadenken over moeilijke dingen als God. Zijn argeloze Tiroolse parochianen zijn al blij dat er op zondag een misviering is, en ze weten zich verzekerd van een christelijke begrafenis. De katholieken van Vorderhornbach liggen er niet wakker van dat hun godsbeeld niet meer rijmt met de inzichten van de moderne wetenschappen. En wat geldt in Tirol, geldt heel waarschijnlijk in de rest van de wereld. Het zijn misschien maar enkele tienduizenden die menen dat de God van de christenen dringend aan revisie toe is. Zij voelen zich t.o.v. hun ongelovige omgeving lichtjes gegeneerd over zoveel katholieke naïviteit. Als ze dan ook nog het huidige centralistische kerkbeleid zien, de niet-werkbare inspraakstructuren, de uitsluiting van de vrouw, de achterhaalde morele voorschriften, en nog zoveel andere dingen waaraan een nadenkend mens zich terecht ergert, dan is het verlangen naar een complete tabula rasa best te begrijpen. Een dergelijke grote schoonmaak wordt aangereikt door pater Lenaers. Meteen is de belangstelling voor zijn essay verklaard. Hier is een pientere jezuïet aan het woord, die verwoordt wat vele intellectuelen misschien al lang gedacht hadden, maar nooit durfden te formuleren: een deïstisch christendom, ontdaan van een bemoeizieke God. Een verdere stap kan er alleen nog in bestaan dat ook die God naar de geschiedenis wordt verwezen, en de mens volledig autonoom wordt. Ik vrees dat dat niet lang op zich zal laten wachten. Want veel nestwarmte zullen de theonomen in hun geloof niet vinden. De gloed die kan uitgaan van het mystieke beschouwen zullen ze niet ervaren. Alleen de eenzaamheid van een kille, rationele, afstandelijke God.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.