Een droom, te mooi om waar te zijn
31/10/2001
Paul Celie
[email protected]
Mijnheer Lenaers
(geen 'pater' meer, wegens te paternalistisch en te heteronoom, en rekening
houdend met de door de kerken zo vaak in de wind geslagen evangelische
waarschuwing bij Matteüs 23,9 !)
Met van spanning rode oren, met bijna ingehouden adem en met af en toe een
schaterlach heb ik uw profetische (her)interpretatie van Nebukadnezars droom
gelezen. "Van het beeld" - voor u dat van onze (in theologie en
pastoraal nog zo vaak middeleeuwse) Kerk - "bleef niets over, maar de steen
die het getroffen had, werd een berg die heel de aarde bedekte" (Daniël 2,
35b). Dat laatste, die "berg", die andere Kerk die leeft vanuit,
en gestalte weet te geven aan een zich altijd weer uitzuiverend en uitrijpend
geloof dat in creatieve dialoog de spanning weet uit te houden tussen én de
Traditie én een zich steeds verder ontwikkelende wereld- en mensen- en
waarheidsgeschiedenis, is uw droom en die van velen met u. Alleen is te
vrezen dat die droom nog lichtjaren veraf is ...
Velen voor u hebben die dreigende steen al lang zien hangen: J.H. Walgrave,
Fortmann, Van de Pol, Robinson, Schillebeeckx, Küng, Kuitert, Wildiers,
Heynderikx, Vergote, Boeve en zovele anderen. Zij voorzagen of
constateerden het onherroepelijk einde van het Rijke Roomse Leven, van het
Vlaamse Koekelbergchristendom en veel ruimer nog van de Westerse christenheid.
In hun grondige analyses keerden zij terug naar lang geleden en spitten zij diep
in oude lagen. Elk op hun manier wezen zij daar telkens weer op de
gevaarlijke breuklijnen tussen geloof/kerk en wereld die - als er niets grondigs
werd aan gedaan - zouden leiden tot de ineenstorting die wij vandaag meemaken.
Jammer genoeg is het vaak zo dat er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen de
vaak heel verhelderende theologische analyses en de concrete pastorale praktijk.
Daar boert men vaak gedachteloos en vooral kritiekloos verder in "lieve
valse vrede" met de hiërarchie, in façade-eenheid met collega's, en om
"ons mensen" zogenaamd niet te shockeren. Velen in onze kerk zeggen
alleen maar datgene wat zij denken dat anderen menen dat zij in hun rol of
functie moeten zeggen. Wie het anders probeert wordt buiten spel gezet.
Zo veroordeelt de kerk zichzelf tot schijn en leugen en façade, en dus tot
ongeloofwaardigheid.
Het is uw grote verdienste dat u niet bent blijven hangen in de academische
theologische stratosfeer (hoe allerbelangrijkst die ook is!), maar dat u bent
afgedaald in regen en wind, en in de mist van het alledaagse kerkelijk denken en
doen. U hebt moedig durven schrijven wat heel veel zoekende gelovigen
denken of alleen maar binnenkamers durven zeggen, en waardoor zij uit de kerk
zijn gestapt of zich in de marge ervan hebben teruggetrokken, als zij al niet
elders hun heil zijn gaan zoeken of zich vanlieverlee als "niet meer
gelovig" zijn gaan beschouwen. Dikwijls niet zonder ironie, maar
steeds glashelder en vlijmscherp beargumenteerd maakt u tabula rasa van
misschien ooit zinvolle, maar altijd gecontextualiseerde, relatieve en dus ten
onrechte verabsoluteerde dogmaconstructies, geloofsinterpretaties en -praktijken
die vandaag onhoudbaar zijn. Tegelijk geeft u verhelderende aanzetten om
bijbels en evangelisch traditiegoed nieuw te denken en te doen.
Het drieluik autonomie, heteronomie en theonomie waaraan u zowel uw kritiek op
het oude als uw schetsen van het nieuwe ophangt, had ik als zo belangrijke
achtergrond graag iets meer filosofisch-theologisch uitgeklaard gezien. Ik
heb er alle begrip voor dat u dat niet hebt kunnen doen in wat u zelf een
"bescheiden cahier" noemt. Want ook theonomie is heteronomie:
zich laten normeren en gezeggen, zich laten fascineren door God. Vraag is
dan: welke God? In-gods-naam welke God? Is Hij er wel, en zo ja,
kunnen wij Hem kennen en hoe? Wij hebben nergens nog een archimedespunt
als onwankelbare steun. De bijbel is (sinds Spinoza) niet zomaar en
zondermeer Gods Woord. Kerk en paus zijn het nog minder. Want haar
objectivistische openbaringsleer is een petitio principii, en haar
onfeilbaarheid(scomplex) is een dogma met overduidelijke ideologie-allures.
En omdat elke ervaring altijd de wederzijdse implicatie is van subject en object
vallen alle zogenaamde religieuze ervaringen onder de verdenking van
subjectivisme, van scepsis en illusievrees (Feuerbach, Marx en Freud).
Rest ons als vaste grond alleen de smalle koord van het "wedervaren",
de object- en werkelijkheidspool binnen onze ervaring: de verwondering over het
wonder van de voorgegevenheid van alle werkelijkheid, van wereld en mens ...
Geloven dus als hoopvol agnosticisme. Agnostisch, omdat het zeker niet
"zeker weet", maar vermoedt, en dat met een redelijkheid die nooit
irrationeel kan zijn, enkel transrationeel (met alle implicaties die daaraan
vastzitten in verband met onze geloofstaal en ons ter sprake brengen van God).
Hoopvol, omdat het niet kan berusten in "niet weten zomaar", en omdat
het zich altijd weer opnieuw bevraagd en uitgedaagd en gefascineerd weet
door een Transcendentie die alle werkelijkheid grondt. Geloven als bewuste
keuze voor en deemoedige overgave aan voorgegeven zin en uiteindelijke
zinvolheid, hoop als weigering van alleen maar lot en toeval en van
uiteindelijke zinloosheid. Geloven: "over water wandelen", Jezus
in godsvertrouwen en oneindige menselijkheid achterna. Geloven: zich in
liefde en barmhartigheid aan het leven en mensen riskeren op God en goed kome
het uit ...
De kerk moet terug naar het Evangelie. Dat is haar enige bestaansreden.
Zij moet de graankorrel zijn, die sterft om vruchten te dragen. Wie veilig
vast wil houden en redden, verliest; wie durft verliezen en prijsgeven, wint ...
Dat is de moeilijke en eigenzinnige logica van het Evangelie die ons allen tegen
de haren in strijkt. Van de hoogste kerkleiding die (zo graag van kop tot
teen verkleed) is blijven rondhangen in het Vaticaan, de megalomane droom van
renaissancepauzen, en die met haar autocratie, haar autoritaire hiërarchische
structuur, haar gerontocratie, haar taal en stijl en titulatuur is blijven
steken in het Ancien Régime, is het al tijden teveel gevraagd ...
Bedankt, mijnheer Lenaers, door de eerlijke, moedige en deugddoende bijdrage van
uw "bescheiden cahier"! Nebukadnezar prees Daniël om zijn grote
wijsheid. Ik vrees dat dit lot u niet ten deel zal vallen ...
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.