ONAFHANKELJK WERKEN ALS THEOLOGE 


Een voorstelling van THEMA

(tekstfragment)

RENTIA KRIJNEN-HENDRIKX

Geef uw mening over dit artikel

Nooit heb ik gepland om theologe te worden en nog minder om ook met vrouwen in Kenia werkzaam te zijn. Zelfs niet tijdens mijn 5-jarige studie theologie had ik als doel om af te studeren. Ik had immers al onderwijsmogelijkheden.

Verpletterd door de suïcide van mijn echtgenoot in 1981, was deze studie voor mij een zoektocht naar antwoorden op vragen die voor mij , op 38-jarige leeftijd, van levensbelang konden zijn: waarom sterft een lieve mens en vader zo jong door zelfdoding? Hoe komt het dat hij zei: "...de kerk en de samenleving hebben mij kapotgemaakt..." (seminarieopleiding en werkend als personeelschef in het bedrijfsleven moest hij rond 1980 mensen gaan ontslaan, bij het begin van de toen nog niet zichtbare en aankomende structurele werkeloosheid). Wat was er dan mis, in de kerk en de samenleving, dat iemand tot zoiets bracht? Wat gebeurt er in een mens bij deze plannen om dood te willen? Heeft de bijbel mogelijk nog iets anders te zeggen dan het doemdenken van de rooms-katholieke kerk?

Deze en meer vragen waren aanleiding voor de studie. Maar gaandeweg voelde ik deze zoektocht ook als een positief tegenwicht naast de zware zorg voor drie jonge kinderen die het alleen met mij moesten doen. De gevonden antwoorden stimuleerden mijn interesse naar meer, groter en breder. En vervolgens wist ik dat mijn afstudeerscriptie ertoe moest doen en niet in een lade terecht mocht komen. Dit ‘weten’ was de eigenlijke aanleiding voor mijn latere bureau thema (theologisch maatschappelijk bureau).

Op zoek naar een scriptieonderwerp (1987) stuitte ik op de toenmalige onzichtbare arbeid van de vrouw op de boerderij. Onzichtbaar in de statistieken, in de samenleving en zelfs financieel niet gewaardeerd in de bedrijfsboekhouding. Haar reproductieve werk zorgde ervoor dat het productiewerk van de boer, zichtbaar als ‘de boerderij van Jan Janssen’ kon/kan bestaan. Ik verbond deze onzichtbaarheid van het ‘vrouwenwerk’ op de boerderij met het "niet-zijn van vrouwen..." van Mary Daly, Amerikaans theologe. ‘De agrarische vrouw wordt partner’ met als subtitel ‘een onderzoek naar de positie, het zelfbeeld en de geloofsbeleving van katholieke agrarische vrouwen in Noord-Brabant en Zeeland’ verscheen.

Verbazing overviel me na toezending van de scriptie aan agrarische sleutelfiguren: een veelvoud van aanvragen voor lezingen en cursussen over sociaal-economische, levensbeschouwelijke en gelovige thema’s was het gevolg. Ik besloot een deel ervan aan te nemen en niet te solliciteren. In 1991 kwam het besluit om al dit werk om te zetten in een eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel (een ‘eenvrouwszaak’ bestaat officieel nog steeds niet in het juridisch vakjargon; immers mijn werk was ook onzichtbaar in de boeken, net als bij de boerinnen!)

Opmerkelijk was dat er na een interview met een nieuwsgierig geworden journaliste, naast positieve ook geschrokken reacties kwamen, vooral vanuit de kerken. Enkele priesters hadden het moeilijk. "Een zelfstandig werkend theologe, kan dat zomaar?" "...en ga je nu met een eigen kerkje beginnen..."? Ook opmerkelijk was de positieve, stimulerende brief van de toenmalige bisschop.

Ik herinner me dat mijn opgebouwde zelfvertrouwen op de proef werd gesteld: in welk wespennest had ik me gestoken door de zichtbaarheid van werken? Hoe moest ik me gaan verhouden tot collega’s en priesters die in de kerken hun brood verdienen? Vooral degenen die vinden dat ze het alleenrecht hebben op dit soort thema’s? Was dit concurrentie en hoezo dan? Was mijn werken in de samenleving verraad aan de kerk waarvan ik lid was/ben? Theologen en pastores werken pro Deo en voor mijn werk moet betaald worden... Het was belangrijk om in mijn opgebouwde netwerk te zoeken naar mensen voor analyse en reflectie. Daarna maakte ik een bedrijfs- en werkplan voor mezelf. De negatieve reacties werkten in mijn voordeel en gaven duidelijkheid: een brochure met thema’s die ik te bieden had werd een stevig vervolg.

De volledige tekst van dit artikel is te lezen in TGL 2001/6. Dit nummer kan online besteld worden



Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :