STERKE MOMENTEN OP SABBAT 


Ritueel in Gaza

(integrale versie)

Bernard DE COCK

Geef uw mening over dit artikel

Zondag 4 februari 2001. Ik ga vanuit Jeruzalem vrienden in Gaza bezoeken. Dank zij een diplomatieke nummerplaat geraak ik ongewoon vlot (de tweede intifada woedt volop!) de Gazastrook binnen. Net op tijd voor de viering van de christelijk-Palestijnse minigemeenschap. De katholieke parochie is er een te verwaarlozen eilandje in een overwegend strijdbare moslimbevolking. Toch laat deze gemeenschap geregeld van zich horen in het langzame ontvoogdingsproces van de Palestijnen, en wordt dan ook door de plaatselijke autoriteiten als zodanig ernstig genomen.

De zondagse viering. Een klein kerkje, propvol, 150 mensen, meer dan de helft kinderen. De pastoor en ik kleden ons om in de sacristie. Voorafgegaan door een twintigtal misdienaars, schrijden we het kerkje binnen. Ik krijg het beeld van de luidruchtige begrafenisbetoging die ik zonet in de straten van Gaza gepasseerd ben in het naar hier komen, niet uit mijn hoofd. Zoveel woede, zoveel pijn, zoveel onmacht. Ik voel aan den lijve de context van angst en lijden, van armoede en oorlog, die vermengd met de weldadige geur van wierook, ook hier tussen de mensen hangt, en ik vraag me af hoe zij in zulke omstandigheden kunnen viéren.

Vieren in oorlogstijd

Ze leren mij een les. Al van bij het openingslied. Hun schrille keelklanken, zo typisch oosters, vullen het kerkje met hoop. De groep kinderen komt in beweging. Elk draagt een kaars in de hand. In een mum van tijd zie je één grote lichtzee. Op het ritme, aangegeven door de zingende gemeenschap, doen de kinderen een soort processierondgang in het kerkje. Bij het altaar maken ze een grote kring. Als de laatste kinderen naderen, merk ik dat zij iets anders meedragen dan een kaars. Ze komen naderbij: een jongetje legt zijn bal neer op het altaar, een meisje haar kapotte pop. De volgende kinderen brengen het brood en de wijn mee. Daarna komen twee kinderen met elk een tortelduif in de hand. Ze draaien zich om en houden de dieren mooi omhoog, totdat de gemeenschapszang eindigt. Dan neemt een meisje de micro en zegt rustig: de vrede van de Heer zij met jullie allen. Op dat ogenblik laten de kinderen met een elegante opslag - even sierlijk als de Arabische vredesgroet van het meisje - de tortels vliegen. De ene duif vliegt naar het altaar en blijft er de hele viering rustig zitten, terwijl de andere zich nestelt op het hoofd van Sint Jozef. Bij het loslaten van de tortels beantwoorden de mensen de vredesgroet met een hartelijk applaus. Dan volgt de kinderzegening: eerst worden de kinderen bewierookt en met wijwater besprenkeld, waarna de pastoor de zegen over hen uitzingt. Daarna blazen ze hun kaarsjes uit en gaan naar hun plaats in de kerk. De viering is goed begonnen. Na een dreunend Kyrie en Gloria komt een jonge man naar voor, hij draagt een prachtig bijbelboek hoog boven zich uit, hierbij voorafgegaan door twee meisjes, waarvan het ene heen en weer zwaait met twee aan elkaar vastgebonden brandende kaarsen en het andere meisje dezelfde bewegingen maakt met drie aan elkaar vastgebonden brandende kaarsen. De pastoor neemt het boek, bewierookt het, kust het en opent het voorzichtig. Dan zingt hij op een eenvoudig reciterende toon het verhaal van de opdracht van Jezus in de tempel (Maria Lichtmis T, Lucas 2,22-40). Na het verhaal komt een jonge moeder met haar baby in haar armen naar voor. Omgeven door een ontroerende stilte legt zij haar baby in de handen van de pastoor. Hij kust het kind, geeft het een kruisje en houdt het even omhoog. Daarna geeft hij het kind terug aan zijn moeder. En dan volgt een preek, met een zelden geziene levendigheid en beweeglijkheid. De pastoor loopt zelfs even de kerk door om vragen te stellen aan de mensen, waarop hij ook prompt antwoorden krijgt. Ik geniet er nog van.

Rituelen brengen iets teweeg

Als ik sommige antropologen goed begrijp, kan ik mijn zondagse belevenis in Gaza geen ritueel noemen. In navolging van de indoloog F. Staal zien deze auteurs immers ritueel als een soort 'taal' die handeling is, die 'dingen doet', en als zodanig geen drager van informatie is. Rituelen zijn dus een soort van gestandaardiseerde acties die de mens uitvoert, ongeacht zijn opinies of gevoelens. Het zijn religieuze acties die op zichzelf staan. Deze acties begeleiden geen mythe, maar zijn autonoom, wat impliceert dat het betekenisloze acties zijn. Zo schrijft de Vlaamse antropoloog Rik Pinxten: "De heilige mis in de rooms-katholieke kerk is een plechtige handelingencyclus om een verhaal (dat door de gelovigen geloofd of als waar aangenomen wordt) te ondersteunen. (...) Om misverstanden te vermijden zal ik in die gevallen waar mythen en geloofsovertuigingen samengaan met acties, die acties benoemen als 'sacraal drama'. (...) De term ritueel wordt dan voorbehouden voor religieuze acties die op zichzelf staan." (Rik Pinxten, Goddelijke fantasie. Over religie, leren en identiteit, Antwerpen/Baarn, Houtekiet, 2000, p. 118.) De mis in Gaza was dus blijkbaar een sacraal drama om de christelijke mythe te illustreren of te ondersteunen.

Ik vrees dat hier christelijke liturgie en sacramenten verkeerd begrepen worden. Men geeft de indruk dat liturgie een soort inkleding is om geloofsovertuigingen kracht bij te zetten. Dat is volgens mij absurd. In de christelijke liturgie is er geen sprake van een sacraal-dramatische surplus, maar wel van een specifieke christelijke invulling van ritualisering. Dat wil ik proberen duidelijk te maken.

Alles hangt er natuurlijk van af hoe je ritueel ziet. Ik ga niet akkoord met F. Staal en zijn aanhangers, die zeggen dat ritueel louter formeel en betekenisloos is: ‘iets doen’. Voor mij komen in het ritueel symbool, symboolhandeling en symbooltaal samen. Dat betekent dat wij in en door het ritueel deel krijgen aan de werkelijkheid die door het ritueel wordt opgeroepen; dat wij echt worden opgenomen in de verder reikende zin van wat in en door het ritueel voltrokken wordt (het ritueel is niet slechts voorbereiding op dit deel krijgen). En op een of andere wijze deelt het ritueel zelf in die werkelijkheid. Het draagt iets van de zin die het oproept, in zichzelf. Denk hierbij aan de moeder met haar kind en aan de twee tortels.

Rituelen zijn lichamelijk-zintuigelijk

Uiteraard, ik weet het wel, is het ritueel vóór alles een handelen. Ritualiseren heeft zijn wortels in het lichaam, en wel bijzonder in de interactie van het lichaam binnen een symbolisch gevormde ruimtelijke en tijdelijke sociale omgeving (de kerk van Gaza tijdens die viering). Rituelen werken op zintuiglijke wijze. Ik las eens: ze hebben de ‘logica van geuren’. Het ritueel is een soort kennis, maar dan een heel specifieke, namelijk lichamelijke zintuiglijke kennis: ze doen wat ze doen zonder datgene wat ze doen, binnen de sfeer van het denken te brengen. Maar ze zijn daarom nog niet zin-loos.

Als antropologen stellen dat in de schriftculturen en zeker in de mediterrane godsdiensten de riten eigenlijk ondergeschikt zijn aan de mythe, hebben zij gedeeltelijk gelijk. Dat gebeurt inderdaad, maar tegelijkertijd moet ik zeggen dat zowel in de schriftculturen als in de godsdiensten van het boek vaak spraak is van accentverschillen. De volkscultuur lijkt zich vaak dichter bij de oorsprong van het ritueel te bevinden dan de elitaire cultuur, d.w.z. het volk staat dichter bij de antropologische bron van het lichamelijk-zintuiglijke en veel verder af van het intellectualisme van de mythe.

Ik herinner mij dat de pastoor van Gaza tijdens de beschreven viering de tekst van het eucharistisch gebed in stilte las, terwijl het volk ondertussen ‘lichamelijk’ verder deed. In elk geval: ook in het christelijk ritueel is de integrale lichamelijkheid de bron van het ritueel. Wanneer het woord losraakt uit zijn lichamelijk-rituele context, vervalt het geloof gemakkelijk tot dogmatisme en verliest het zijn onontbeerlijk contact met de primaire lagen van het menszijn. Vergeet niet dat het in het christendom gaat om het mensgeworden woord.

Schillebeeckx gebruikt de term 'performance' (onvertaalbaar! zeker niet te vertalen door 'sacraal drama') voor liturgisch-sacramentele rituelen. Het betekent op de eerste plaats dat de liturgische viering performatieve betekeniskracht heeft: het woord en het gebaar, elk met hun context, werken uit wat zij symbolisch of metaforisch zeggen of doen. Als performance heeft het religieuze ritueel, dus ook de sacramenten, iets van doen met een artistieke, consistente 'mise en scène', die oproept tot handelen en tegelijk expressie is van dit handelen: aanbidding, dank en hulde, theologale broederlijke en zusterlijke liefde, en eigentijds ethos of ethisch handelen. Sacramentele liturgie is geen theater, geen muzikaal concert, geen choreografie, geen show, geen sacraal drama; maar als performance heeft zij er óók familietrekken van, die de verwantschap verraden.

Voor Schillebeeckx, en ik ben het volledig met hem eens, is het duidelijk dat het christelijk ritueel als ‘performance’ één performatief dynamisch zinsgebeuren is, dat zich afspeelt in woord en handeling, in stilte en zingen, bij licht en wierook, kortom: in speelse ernst. Dit rituele geheel is als zodanig reeds Gods genadebemiddeling. Dat heb ik in Gaza sterk ervaren: signum efficax gratiae, een efficiënt teken van genade! En…

…nog nooit is de mysterievolle diepte van de drievuldigheid en van wat theologen de twee naturen in Christus noemen, mij zo intens tegemoetgekomen als in de stralende meisjes die, zingend en dansend, met hun twee en hun drie kaarsen ritmisch aan het zwaaien waren, zonder dat de vlammetjes doofden.

© TGL - 2002


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :