HET LIED DER LIEDEREN


Het Hooglied

(integrale versie)

JAN NIEUWENHUIS 

Geef uw mening over dit artikel

Er zijn mensen die het niet geloven, maar in de bijbel staat inderdaad een heus minnedicht. Het heet Hooglied, dit woord is een vondst van Luther. Hij moest de Hebreeuwse uitdrukking 'Sjier haSjieriem' (lied der liederen) in het Duits vertalen, en vond een nieuw woord uit: Hohelied. Dat moet al doen vermoeden dat het om een hoogtepunt gaat uit de joodse wijsheidsliteratuur. In de synagoge behoorde en behoort het tot de vijf zogenaamde feestrollen, de megillôt: Ruth, Klaagliederen, Prediker, Ester en Hooglied. Het Lied der Liederen werd en wordt in de synagoge op de achtste dag van het Pesachfeest gelezen; het was dus eigenlijk een toppunt in het joodse jaar. Rabbi Akiba, eerste eeuw van onze jaartelling, kon dan ook zeggen: "Alle geschriften van de Tenach zijn heilig, maar Sjier haSjieriem is het heiligste van alle boeken".

   Een verboden boek

In de christelijke bijbel is het Hooglied terechtgekomen tussen de Wijsheidsboeken. Toen ik nog student was voor het vak dat ik nu nog bekleed, mochten wij dat Hooglied niet lezen. In de bijbel die wij kregen, was dat stuk dichtgeplakt. De seminarieleiding vond het een gevaarlijk verhaal voor prille en bronstige jongens; het zou je op enge gedachten kunnen brengen of misschien kunnen leiden tot commotie, en dat mocht en moest God verhoeden. 

Pas na je twintigste, als de stormen en de drangen voorbij waren, mocht je het openslaan, maar dan onder deskundige leiding. En die leiding maakte je duidelijk, dat de erotiek van het verhaal - want erotisch is het - niet ging over jongens en meisjes, niet over vlees en huid en zachtheid en voelen van vingertoppen. Nee, het ging, zo werd je voorgehouden, over Christus en de Kerk. Het was een mystiek gedicht, leerden we, een parabel, een verwijzing naar 'iets hogers' - alsof er iets hogers mogelijk is dan verliefdheid.

Want verliefdheid, daar gaat het over en daar vvindt het geen doekjes om. Het bezingt de liefde tussen een joods meisje en een joodse jongen. Dat meisje wordt gesitueerd in de tijd van Koning Salomo. Deze koning dong naar de hand en naar het hart van het meisje, dat tijdelijk aan het hof verbleef. Maar al de luxe van dat hof deed haar nooit haar eerste minnaar vergeten. Uiteindelijk moest de koning erkennen dat hij de strijd verloren had en het meisje kreeg verlof om terug te keren naar haar land en haar beminde.

Ik ben grootgebracht in een tijd waarin verliefdheid niet bestond of in elk geval volledig werd verdonkeremaand. In de kloosterschool waar ik verbleef, waren alleen maar mannen en jongens. Ergens leefden nog wel wat zusters. Die hadden de zorg voor de keuken en de ziekenboeg. Maar zij woonden in een geheimzinnig achterhuis en waren bovendien gehuld in zoveel draperieën en hoofddoeken, dat je niets te zien, laat staan te betasten had. Ik ben dus groot geworden zonder ooit echt verliefd te kunnen raken, behalve in wat dromen of fantasieën, maar die waren meer voedsel voor de biecht dan voor mijn eigen hooglied. Daarom maakt het mij huiverig om over verliefdheid iets te zeggen. Toch wil ik het wagen om over verliefdheid iets te mompelen; ik ben uiteindelijk niet de eerste noch de enige die spreekt als een dwaas: groten zijn mij voorgegaan.

     Erotiek als deel van het leven

Over verliefdheid dus twee, misschien wel aanvechtbare bespiegelingen.

In het gedicht komen woorden voor als: "zoenen, samen slapen, mooi meisje, hals en wangen, borsten, ogen, wimpers, o dat ik in zijn armen lag, omhelzen, haar in lokkende golven, lippen, je hemd uitgetrokken, vlammen, liefde sterk als de dood,…" Een hele waterval van erotiek, een litanie van lichamelijkheid.

Wat is dat: erotiek, eros? Bij de oude Grieken was erotiek, de grote Eros een god. De Sophia, de wijsheid, had bij hen met de Eros te maken. De wijsheid is daar een Geliefde, een Vrouw met een hoofdletter, 'une belle Dame'. Wij mogen haar het hof maken, hoofs om haar hand dingen. 'Ik zocht de Wijsheid' is hetzelfde als 'ik zocht mijn lief'. Er is iets erotisch in dat dingen om wijsheid.

Wij hebben ons lang verbeeld dat eros iets voor achterkamers is, iets voor de vinger op de mond en een blos op je wangen. De oude teksten zijn daar prikkelender over, zij verdoezelen niets, en zij weten van de noblesse en de heerlijkheid van het lichaam. Een mens is mooi, durven zij zeggen, hoe jong of hoe oud ook. Het is heerlijk om 's zomers op een terrasje te kunnen zitten en onverzadigd te kijken naar al dat moois dat om je heen flaneert. Die ervaring, die zachte opwinding heeft een louterende werking, de Grieken noemden dat: katharsis. Het zien van en het ordenen in beelden van allerlei, geheimzinnige en soms even opwindende gevoelens, - dit kan een mens niet alleen niet missen, dat maakt hem of haar pas echt tot mens. Is het hier in de Dominicuskerk 's zomers als de zon ons warmt, niet opener en paradijselijker dan 's winters met al die truien en sjaals en regenjassen? Het Hooglied leert ons, dat de wereld van huid en haren is en van borsten en lendenen en dat het goed is zo, dat dit genot is en genade.

      Verliefdheid is een ander naam voor het eeuwige

Over het tweede dat ik wil zeggen, ben ik nog beschroomder. Wie de teksten en vooral het tussen-de-woorden van de Schriften durft te proeven, kan geen andere conclusie trekken dan deze: in het geloofsinstinct van de heilige boeken heeft verliefdheid een naam. Die wordt voor het eerst uitgesproken ergens bij een braambos, in de onverhulde natuur, en die luidt: ik ben er voor jou. 'Ben', 'zijn' is in de Schriften nooit abstract of wijsgerig, het is altoos een relatie: zijn naar iemand toe; niet zomaar bestaan, maar gekeerd zijn, omgedraaid zijn naar iemand toe. in de Schriften is verliefdheid een andere naam voor de Eeuwige. God zelf is de Verliefde bij uitstek, die achter een boom loert naar Zijn liefje, en dat liefje - god betere 't - ben ik. God is weg van mij, en van jou, van iedereen. Een diepzinniger en verhevener beeld dan dat van een verliefde God is sindsdien nooit meer gevonden. De Schrift en met name het Hooglied is daar zeer stellig over en zonder dralen.

Ik vermoed dat zij gelijk hebben. Wij zijn wonderbaarlijke wezens. Wij noemen onszelf Jantje of Pietje of Marietje, maar in feite zijn wij een optelsom van wat eindeloos veel mensen aan ons, aan mij en aan jou hebben gedaan. Mijn werkelijke leven is niet deze bloedsomloop of wat er allemaal binnen dit vel gebeurt. Mijn werkelijke leven zit in het ingaan en uitgaan buiten mijzelf, in het woorden spreken naar iemand toe of in het toegesproken of soms gestreeld worden door iemand. Mijn waarachtige leven ligt buiten mijn lijf, het is osmose met mensen, ik leef pas echt als ik bij de ander ben of zelfs in de ander en die ander in mij. De Schrift zegt onverbloemd: dat is de Eeuwige. Dat je niet bij jezelf kunt zijn, maar voortdurend en soms onweerstaanbaar getrokken wordt en trekt naar iemand anders. Erotiek is een vinger van die Goddelijke aantrekkingskracht. En als ik het zie of tast of alleen maar droom, is de Eeuwige in mij doende. God zij daarom geprezen en gedankt voor de kus en de streling en de oogopslag en de schouderklop en de verwondering en de warmte. Ik vermoed, maar ik durf het nauwelijks zeggen: Hij is nergens zo aanwezig als daar.

Terwijl je me aanraakt
mijn zusje mijn bruid
zo lief als je doet
is het net of er wijn
door mijn lichaam vloeit.
Honing druipt van je lippen
je mond is van binnen zo zoet.

Als heuvels vol kruiden
zo geuren je kleren
o zoetigheid als je me aanraakt!

Een bewerking van het Hooglied uit Judith Herzberg, 27 liefdesliedjes, Amsterdam, De Singel, p. 62.

Je bent zo mooi om naar te kijken
je ogen lijken wel vogeltjes,
je haar valt in golvende lokken omlaag
als een kudde met schapen en bokken
die traag van een helling omlaag
komen lopen, een kudde die grazend
de helling afdaalt.
Je lippen zijn rood
als rode koralen
als je praat
praat je aardig
en mooie verhalen.
Je lichaam is gaaf
als de toren van David.
Als de avondwind waait
en de schaduw komt aan
dan zal ik naar
geurige heuvels gaan.

Een bewerking van het Hooglied uit Judith Herzberg, 27 liefdesliedjes, Amsterdam, De Singel, p. 23.

Klik hier voor:



Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :