DE JEUGDPASTOR ALS BONDGENOOT EN TEGENSPELER
Uitdagingen van het contextuele denken
(tekstfragment)
| ANNEMIE DILLEN |
|
|
(tekstfragment)
Het uitgangspunt van contextueel denken en handelen is dat jongeren loyaal zijn aan hun ouders, aan hun gezin (van herkomst). Nagy spreekt over existentiële loyaliteit of zijnsloyaliteit. Dat is een vorm van trouw aan de eigen ouders, die ontstaat doordat een kind uit zijn ouders geboren wordt en van hen het leven ontvangen heeft. Het kind zal, hoe klein ook, onmiddellijk willen en kunnen teruggeven aan de ouders. Deze loyaliteit kan vorm krijgen doordat een kind rekening houdt met zijn ouders in zijn beslissingen, doordat het zijn ouders wil beschermen en niet graag anderen kwaad over hen hoort spreken, doordat het kind zijn ouders volgt in bepaalde waarden die ze hem of haar meegeven, enzovoort. Op het vlak van geloven worden jongeren in grote mate beïnvloed door hun ouders. De keuze van jongeren om zich al dan niet gelovig te engageren, kan een uiting zijn van loyaliteit tegenover hun ouders. Voor de jeugdpastoraal bieden de inzichten over loyaliteit een belangrijke uitdaging. Dit impliceert dat de begeleider rekening moet houden met de achtergrond van jongeren, met hun existentiële loyaliteit tegenover hun ouders. Het betekent tevens dat het werken rond en inspelen op het thema gezin een belangrijke hefboom kan zijn om met jongeren in gesprek te gaan en om hen te motiveren. Aandacht besteden aan het gezin in jeugdpastoraal, is niet zozeer belangrijk omwille van het gezin, maar in de eerste plaats omwille van de jongeren, die onlosmakelijk verbonden (loyaal) zijn met hun ouders, broers, zussen. Wanneer jongeren zich bewust worden van hun eigen (soms onzichtbare) loyaliteit, kunnen ze ook vrijer en bewuster keuzes maken. In die zin wordt hun eigen autonomie bevorderd en zullen jongeren in het zoeken naar een eigen identiteit duidelijkere vuurtorens ontmoeten. Dat is wat als een belangrijk doel van jeugdpastoraal wordt aangegeven: "ruimte creëren voor jongeren om vragen te stellen. Vragen over leven en dood, de gang van de wereld en van de samenleving. Om zo tot een eigen kritisch en oorspronkelijk levensstandpunt te komen". (Uit: Mosterdzaadjes. Werkboek voor jeugdpastoraal, Interdiocesane Jeugddienst Gent, 1998, p. 12.) Dit eigen levensstandpunt kan onmogelijk bereikt worden zonder rekening te houden met de loyaliteit tegenover de eigen ouders. Jongeren begeleiden zodat ze over "genoeg inzicht, weerbaarheid en innerlijke vrijheid kunnen beschikken om te kiezen wat ze eigenlijk willen" (Mosterdzaadjes, p. 27), vereist aandacht hebben voor de loyaliteit tegenover de ouders. Wanneer jongeren zich op alle mogelijke manieren verzetten tegenover hun ouders, wordt de relatie tot hun ouders vaak gekenmerkt door een vorm van onzichtbare loyaliteit. Uiteindelijk brengt dit veel onvrijheid met zich mee, aangezien men dan geen vat heeft op de loyaliteit die steeds aanwezig is. Wat in relaties tot ouders niet kan gezegd of opgelost worden, werkt soms door in andere relaties, met vrienden, met het lief, … . Het is pas door op een bewust constructieve manier een zekere vorm te geven aan de loyaliteit, dat men ook op de terreinen waarin men zich afzet tegen de ouders en hun gewoonten en opvattingen vrij is. Dit is enigszins paradoxaal: vrijheid die ontstaat door expliciete verbondenheid. Daarom zal een jeugdpastor of begeleider met jongeren moeten zoeken naar mogelijke vormen om zichtbaar loyaal te zijn tegenover de ouders. De visie van Van Crombrugge en Vanobbergen is in dit kader interessant: "Kinderen eren hun ouders wanneer ze zelf keuzen maken, zelf positie kiezen tegenover de positie waarin de ouders hen geplaatst hebben. (…) Misschien getuigt het juist van veel eerbied van het kind wanneer het uitdrukkelijk bepaalde keuzen van zijn ouders in vraag stelt. Ontkennen vanwaar men komt, proberen teniet doen wat men heeft meegekregen, dat is een uiting van gebrek aan respect omdat men daarmee als het ware de keuze van de ouders neutraliseert, banaliseert". (H. Van Crombrugge en B. Vanobbegen, Hebben ouders het recht hun kinderen te laten dopen?, in Mensen Onderweg 103 (2001) nr. 6, p. 22-27.) |
|
De volledige tekst van dit artikel is te lezen in TGL 2002/2. Dit nummer kan online besteld worden. |
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.