MIJN MODDER, MIJN AARDE
(integrale tekst)
| BERNARD DUMOULIN |
|
|
| Thuisgekomen
probeer ik de ijzeren mollenklem deskundig te plaatsen. Ik vind het maar
niets dat deze diertjes de bijna rijpe bananenplanten bij de minste
windstoot doen omvallen. Een paar uur later verwijder ik de klem, zonder
mol. Hier eens proberen. Geen succes. Na dagen gaten graven en de mol
tevergeefs op de hielen zitten, geef ik het op. Een beetje hopeloos doe
ik het verhaal aan Uwaldo. "Zo een diertje kent zijn
waarheid", vertelt hij rustig. "Mag ik even je machete
lenen?" In een mum van tijd maakt hij een eigen mollenklem met een
stuk liaan en een veerkrachtige tak. Na het plaatsen van zijn klem bied
ik hem een kom water aan om zijn modderige handen te wassen. "Dat
mag nu net niet", merkt hij op; "dat is het geheim".
"Ik zal de aarde aan mijn handen laten als teken van mijn
nederigheid. Ik ben niet de baas over dit gebeuren. Enkel met de
toestemming van de sacrale berg, uitgedrukt in mijn modderige handen, is
er kans dat ik de mol te pakken krijg. De mol wordt in onze taal ook
soms de heilige schoen van de berg genoemd, en daar trap je niet zomaar
op". Zijn woorden zijn nog niet volledig uitgesproken of de tak
zwiept de lucht in en de mol verhangt zich.
‘Ga, en de aarde zal u onderwerpen’ zouden we het leidmotief kunnen samenvatten van de q’eqchi’-indianen. De geboorte is geboren worden uit de aarde: het woordje ch’up betekent navelstreng maar betekent ook de resten van de bloem die in de vrucht achterblijven. Doodgaan is terugkeren (suq’iik) naar de aarde. Het is de aarde die ons draagt, voedt, leidt, inzicht verschaft, medicijnen geeft en geneest, waarschuwt bij gevaar, beschermt, vermaant, raad geeft. Het is de inherente logica van de aarde die doorheen het leven zich aan mij openbaart. Allicht is de grootste logica die van de ‘twee-éénheid’. Bij de aarde hoort de zee, bij de dag de nacht, bij de berg de vallei, bij de zon de maan, bij de man de vrouw, bij warm koud. Op deze laatste eenheid wil ik even doorgaan. Warm en koud verwijzen niet enkel naar de fysieke toestand van mens en ding maar evengoed naar de emotionele toestand. Zo zijn agressie, agitatie, irritatie, opvliegendheid, onrust, dronkenschap, zwangerschap tekenen van warmte. Een toestand van koude impliceert zelfcontrole, kalmte, rust, zachtheid. De temperatuur van een persoon kan wisselen wanneer hij of zij ziek wordt, van stemming verandert, fysische krachten gebruikt, of bepaald voedsel tot zich neemt. Zout, geraffineerde suiker, zwarte bonen, alles wat uit de rivier komt, fruit, varkens- en kalkoenvlees kunnen mensen die ‘heet’ staan kalmeren. Zachte maïs, alcohol, chili, runds- en kippenvlees en kruiden dienen toegediend te worden als iemand lijdt aan een koude ziekte. Het moge duidelijk zijn dat koud en warm in de aarde en in onszelf een evenwicht zoeken. Een evenwicht dat uiteindelijk vruchtbaar dient te zijn. Zoals de aarde en de regen vruchtbaar zijn, zoals de cyclus van dag en nacht en de cyclus van de seizoenen vruchtbaarheid brengt. En zo zit de hele kosmos vol aangename, liefdevolle, vruchtbare en subtiele wijsheid. Een wijsheid die ik doorheen mijn arbeid, mijn voedsel en drinken, doorheen mijn ‘vruchtbaarheid’ ontdek en ervaar. Een evenwicht waarvan ik de broosheid ook constant beleef omdat het onevenwicht even present is. |
|
Het
TGL-nummer waarin dit artikel verscheen (2002/2) kan online besteld worden. |
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.