ONTWAAKT UIT 'DE DROOM'
Naar een nieuw sacrament?
(volledige tekst)
| IGNACE D'HERT |
Op
een aantal punten komen ze overeen, de groepen en gemeenschappen die de laatste
maanden het gesprek hebben aangeknoopt rond het cahier van Roger Lenaers De
droom van Nebudkadnezar. Wat ze in elk geval gemeenschappelijk hebben is
hun verleden. Nagenoeg allen zijn ze op een of andere manier getekend door het
concilie en de secularisatie. Dat zij het lezerspubliek bij uitstek zouden
uitmaken, had de auteur van ‘De droom’ ook aangekondigd in zijn inleiding.
Maar het lijkt wel alsof ze nu, dank zij het cahier, opnieuw wakker geschoten
zijn. De herkenning is namelijk heel groot. Eindelijk is hier iemand met (‘kerkelijk’)
gezag die inzicht geeft in het globale referentiekader waarin het geloof tot
voor enkele decennia tot expressie was gekomen. Het klinkt vaak met een zucht
van opluchting. Thans wordt ons in duidelijke taal uitgelegd wat er de laatste
jaren aan de hand is. Zoveel zaken waarrond reeds geruime tijd onvrede, ergernis
en zelfs woede heerste, krijgen er een plaats door. Er wordt ook onomwonden
ingegaan op de consequenties van deze verschuivingen tot in de praktische
beleving toe. Wat we alleen binnenskamers durfden zeggen, krijgt nu een stevige
onderbouwing. Daardoor voelen mensen zich mondiger worden. Ze hoeven dus ook
niet mordicus te blijven vasthouden aan al die geloofspunten waar ze eigenlijk
zelf geen blijf mee wisten, maar die ze uit loyaliteit dachten te moeten
aanhouden.
De verwerking van deze problematiek die in de jaren 60 en 70 vooral in klerikale
kringen nogal beroering veroorzaakt heeft, laat thans haar definitieve doorbraak
gevoelen in de overgebleven groep van leken die nog niet helemaal van het
kerkelijk bedrijf hebben afgehaakt.
Jongeren die dit soort gesprekken beluisteren snappen helemaal niet waar het
over gaat. Ze wanen zich in een museum van kerkelijke curiosa. Zij begrijpen ook
niet hoe mensen zich over bepaalde zaken nog zo druk kunnen maken. Waar ze nog
allemaal mee af te rekenen hebben! Ze snappen evenmin hoe mensen zich vroeger
hebben kunnen identificeren met een heel systeem van geloofswaarheden die
"zo en niet anders" dienden begrepen te worden.
Een wereld van verschil
Wie deze periode niet heeft meegemaakt zal
moeilijk begrijpen door welke evolutie mensen getekend zijn die erin zijn
grootgebracht. Het maakt inderdaad een wereld van verschil. Het gaat niet alleen
maar om een intellectuele oefening waarbij enkele denkbeelden moeten ingeruild
worden voor een stel nieuwe! Alsof je gewoon een nieuw pak aantrekt. Veel
belangrijker en ingrijpender nog dan het denkkader is de hele levenssfeer die
ermee verbonden was. Om maar eventjes enkele elementen daarvan op te roepen: de
kerk was gesticht door de zoon van God, tweede persoon van de h. drievuldigheid;
de priester als man Gods beschikte over de macht om aan de gewone stervelingen
goddelijke genade te verlenen, omdat hij optrad in de plaats van Christus zelf;
de verlossing uit een zondig bestaan hadden we te danken aan het vrijwillig
kruisoffer van Christus; daaraan verbonden was het perspectief van een leven na
de dood en het mogelijk falen daarvan dat ons in het eeuwig hellevuur deed
terechtkomen; niet te onderschatten was de obsessie omtrent de seksualiteit dat
ons als een zwaard van Damocles voortdurend boven het hoofd hing, en de daarmee
samenhangende schuldgevoelens die systematisch werden geactiveerd, enz.
Nu beseffen mensen dat dit systeem als absolute waarheid boven het geluk van de
mens werd gesteld. Men voelt zich genomen. De behoefte om deze ontgoocheling te
uiten is voelbaar. Gelukkig zijn er vrijplaatsen waar dit ongecensureerd kan
gebeuren. Voor sommigen hebben de samenkomsten rond ‘De droom’ op die manier
gefunctioneerd. Ze zijn inderdaad niet geschikt voor jongere kijkers.
Maar onder de bitterheid en de ontgoocheling is er nog iets anders voelbaar.
Mensen willen de zo waardevolle inspiratie van hun geloof niet zomaar
kwijtspelen of opgeven. Want dat hebben ze, ondanks al de klein menselijke
kanten van die kerk en de soms pijnlijke en vernederende ervaringen die ze er
hebben meegemaakt, als positief overgehouden. Het gevoel van een mysterie, de
bijzondere kracht en inspiratie van iemand als Jezus van Nazaret, de gedeelde
bewogenheid om te geloven in en te werken aan een meer menselijke wereld. Dat
ervaren ze als iets heel kostbaars. Het tilt hun leven uit boven de dreigende
banaliteit. Het helpt hen een samenhang in hun leven te vinden of te hervinden.
Dat gevoel wordt ze aangereikt in de symbolen en rituelen die hen toelaten hun
leven te vieren vanuit een diepe bron van gerechtigheid en liefde. Een bron die
ze in hun eigen leven voelen opwellen en die hen drijft naar de toekomst. Een
bron die mensen aanvoelen bij elkaar en die ze zelf ervaren als inspiratie en
motivatie om te blijven geloven in die grond die hen draagt. Dat mensen elkaar
dat vertrouwen kunnen doorgeven, dat ze elkaar dragen en doen opstaan: het
verdient gevierd te worden.
Ontmoeting: basissacrament
Er is dit soort diepe ervaringen dat voor
steeds meer mensen de voedingsbodem geworden is waaraan ze zich toevertrouwen en
waarop ze hun leven bouwen. Dit is ongetwijfeld een positief effect waarin velen
gegroeid zijn dankzij de afstand die ze hebben leren nemen van het kerkinstituut
en van de opgelegde geloofsleer. Er is opnieuw ruimte ontstaan voor
geloofservaring. Er groeit waarachtige ontmoeting op al die plekken en in die
gemeenschappen waar het leven op deze wijze gedeeld kan worden. Waar mensen zich
open en ontvankelijk opstellen om die diepere lagen te voelen die ze met elkaar
delen, ontgloeit iets van het goddelijke.
Mag dit soort ontmoeting misschien een basissacrament genoemd worden? Het wordt
spontaan zo benoemd tijdens de gesprekken naar aanleiding van ‘De droom’. Op
die manier krijgt een doorleefde geloofservaring een plaats en een naam.
Sacrament als verdichtingsmoment waarin iets oplicht en voelbaar wordt van het
mysterie dat ons draagt? Het gebeurt naar aanleiding van heel verschillende
processen die mensen doormaken. Een gedeeld rouwproces, uit de echt gescheidenen
die afgewezen door de kerk toch een plek vinden waar ze er mogen zijn, de
gedeelde pijn om de twijfel die steeds weer door ons geloven schuurt, de vreugde
om de keuze die je kind maakt, en zoveel alledaagse zaken die ons leven vullen.
Zo willen mensen hun ervaringen erkend en bevestigd zien en horen. Ook zij die
de vroegere catechismusvragen over sacramenten nog uit het hoofd hebben geleerd,
willen zich deze kostbare ervaringen niet meer laten afnemen. Daar kunnen
theoretische definities of kerkjuridische bepalingen niets aan veranderen. Ook
al past deze beleving daar niet zonder meer in. Wat hoor je deze vroeger zo
kerkgetrouwen thans zeggen? Dat het ze een zorg zal wezen wat ‘ze’ van
hogerhand zeggen.
"Passend en billijk"
Heel wat mensen die zich met ‘De droom’
hebben beziggehouden zijn ook pastoraal actief. Niet zelden hebben ze ervaringen
met ziekenpastoraal of zijn ze voorganger in gebeds- of communiediensten. De
angstvalligheid waarmee de kerkelijke voorschriften waken over het duidelijk
onderscheid tussen gebeds- en communiediensten enerzijds en eucharistievieringen
anderzijds, hoe begrijpelijk deze zorg in sommige gevallen ook moge zijn, kon
ook wel eens een symptoom zijn van het juridische denken dat het theologische
overschaduwt. Wat vaak vanuit de pastorale ervaring als 'passend en billijk'
wordt ervaren, kan meestal niet in praktijk worden gebracht omwille van de
kerkelijke spelregels. Het ziet er vooral naar uit dat de zorg van het kerkelijk
beleid erop bedacht is de sacramentele 'macht' van de priester te vrijwaren.
Ironisch dan toch hoe mensen na een 'geslaagde' viering reageren : "het was
een mooie misviering", welk soort viering het ook geweest zij.
Gaat het dan om meer dan woorden waarover men wil waken? Of speelt nog steeds
een quasi magische visie op sacramenten mee? Zo bleek nog in het vorige
themanummer (cfr. de bijdrage van M. Coveliers) hoezeer een dingmatig
verstaan van de geloofstekens de sacramentaliteit van de ontmoeting doorkruist.
Het heilige zit hem klaarblijkelijk in de dingen: in de gewijde olie, in
de gewijde handen van de priester, in de geconsacreerde hostie, in het gewijde
water, enz. Sommige reacties (ongetwijfeld goed bedoeld: dat maakt het alleen
maar erger!) van priesters die het zogeheten zuiver sacramenteel karakter willen
redden, doen meer kwaad dan goed. Zo kan een sacramentele bediening die nochtans
correct volgens de voorschriften verloopt, net zo goed een aanfluiting zijn van
de gelovige beleving.
Blijkbaar hebben we een punt gezet achter een beleving van de sacramenten
waarbij het ritueel uit zichzelf een heilzame werking zou hebben. Het wordt in
elk geval niet meer op die manier ervaren. De tekens kunnen maar iets zeggen
voor het leven wanneer ze een minimale expressieve kracht hebben. Waar ze enkel
verveling en weerzin oproepen, mankeert er iets wezenlijks. Het geeft toch te
denken wanneer authentiek bewogen gelovige mensen afhaken omdat ze zich blauw
ergeren aan het bedenkelijk niveau van de vieringen zoals zij die in hun
parochie meemaken. Het is voor sommigen een keuze die ze maken omwille van de
kleine groep die nog overgebleven is met wie ze enige samenhorigheid willen
betonen. Omwille van deze vaak oudere gelovigen willen ze op post blijven. Ook
al beseffen ze dat het een post op een zinkend schip is.
Een nieuwe droom
Het is voelbaar: we zijn aan een nieuwe
beleving van de sacramenten toe. Dit thema vormt de tweede hoofdbrok van het
cahier waar Lenaers uitvoerig bij stilstaat. De bijwijlen vrij uitvoerige
bespreking die hij wijdt aan bepaalde aspecten van de sacramentele theologie
zoals ze vroeger van kracht was, kan de leek in het vak misschien wat bizar
overkomen. Zij moge evenwel dienen als illustratie van de denkbeelden die tot op
vandaag nog bij heel wat clerici meespelen. Eventueel onbewust.
Wellicht biedt het sacrament van de ontmoeting een vruchtbare basis om oog te
krijgen voor de bredere sacramentaliteit die in het hele leven verweven ligt. Is
daar geen belangrijker taak weggelegd dan een krampachtig vasthouden aan de
juridische regelingen terzake? Wie ook maar enige pastorale ervaring heeft weet
hoe beperkend kerkelijke voorschriften kunnen werken, wanneer ze op enggeestige
wijze geïnterpreteerd worden. Het kan er zeker niet om gaan te vervallen in het
najagen van allerlei effecten die uiteindelijk de persoon van de voorganger of
voorgangster centraal stellen, en de aandacht van het gebeuren zelf afleiden.
Maar er is veel voor te zeggen dat voorgangers en voorgangsters in de liturgie
zich laten inspireren door het sacrament van de ontmoeting als grondstramien om
na te denken over veelzeggende woorden of gebaren die mensen als
verdichtingsmoment van hun geloven kunnen meemaken. De authentieke
geloofsbeleving is altijd belangrijker dan de voorschriften die juist in dienst
willen staan van een oprechte geloofsexpressie. Misschien hebben we andermaal
een droom nodig die mensen wekt tot een creatieve vernieuwende praktijk die het
juridisch denken kan bevruchten.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.