| Op een
feestavond bij ons op school, heeft een meisje uit een hogere klas
diepe indruk op me gemaakt met een gewaagd lied, dat ze - waar alle
leraren en leerlingen bij waren - zonder enige gêne ten gehore
bracht: "Ik ben het mooiste meisje van de klas en dat komt me
nogal eens van pas". Ik weet de wijs nog. Ze deelde er zelfs
knipogen bij uit en het verdere verloop van de tekst weet ik
natuurlijk niet meer in detail, maar wel dat ze was 'gezien' en dan
niet een 7 kreeg, maar een 10.
De verdrukking
Ik moet er als
ik het verhaal over Ester lees aan denken. Dat op het eerste gezicht
net een sprookje is, zo beeldrijk geschreven over dat prachtige paleis
met al dat byssus en purper en goud, maar eigenlijk is het een
verschrikkelijk verhaal. Tijdens wiens regering het zich zou hebben
afgespeeld, niemand die het zeggen kan. Evenveel verwijzingen zijn er
naar namen van grote alleenheersers uit de oudheid (Antiochus Epifanes
e.a.) als naar - nog verder terug - de tijd van de Babylonische
ballingschap. Alle periodes waarin het volk Israël soms generaties
lang in den vreemde verkeerde en zich wel moest aanpassen aan
culturele en religieuze gebruiken van de omringende samenleving om te
overleven.
Misschien is
het verhaal van Ester wel vooral daarom zo populair geworden en
gebleven, omdat het een verhaal van alle tijden is en tot op de dag
van vandaag nog herkenbaar. We worden meegenomen, al in de eerste
zinnen, naar een rijk dat zich uitstrekt van India tot Ethiopië -
zo'n beetje de hele toen bekende wereld dus. Een wereld, zo vertelt
het verhaal, waarin, als Ester er niet was geweest, een heel volk ten
onder was gegaan. Aan het hoofd koning Ahasveros, een dictator zoals
ze er overal en altijd zijn geweest, waar geregeerd wordt over de
ruggen van mensen heen, waar het maken van slachtoffers geen harten
meer raakt, waar het martelen van mensen gezien wordt als een zaak van
god en noem verder maar op. Waar wie niet buigt en zich aanpast, van
het toneel wordt afgevoerd, zonder dat iemand daartegen kan
protesteren. Van hoog tot laag.
Zoals Vasti,
die koningin, die liever haar waardigheid bewaart dan de koning en
zijn satrapen zinnenprikkelend te komen vermaken - zo terecht! Die
zomaar, van de ene op de andere dag, niet meer mag verschijnen voor
het aangezicht van de koning. En zomaar ingewisseld wordt voor al die
andere meisjes die daar maandenlang op dieet worden gezet en in olie
en mirre gewassen om op hun beurt op willekeurige afroep 's avonds
voor de koning te mogen verschijnen om 's morgens - God weet na wat
allemaal gebeurd is - weer terug te kunnen keren naar hun vertrekken.
Een schoonheidswedstrijd die geen schoonheidsprijs verdient.
En dat ene
meisje Ester dat wint en koningin wordt, dat niets vertellen kan over
wie ze is of waar ze vandaan komt - wat is dat voor leven? Had zij
wellicht geen andere keus? Nu, dit is dan ook een wereld waarin voor
verzet geen plaats is op welke wijze dan ook. Waar ieder geacht wordt
op dezelfde manier, volgens dezelfde wetten te leven. Er is geen
ruimte voor minderheden zoals het volk waartoe Ester en haar neef
Mordechai behoren.
Zelfs hun
namen zijn veranderd in Perzische. Ze vertonen nota bene verwantschap
met die van Perzische goden. Ester lijkt wel heel veel op Isjtar en
Mordechai lijkt wel heel veel op Mardoek, goden van de liefde die ook
goden van oorlog zijn - dat lag in die heerschappij kennelijk niet
zover uit elkaar.
Een
gewelddadige overwinning?
Schuilnamen om
te overleven, die niet kunnen voorkomen dat iets van een eigen
identiteit en waardigheid herkenbaar blijven. Een geluk, of eerder een
ongeluk. Want als Mordechai weigert zich ter aarde te werpen en te
buigen voor Ahasveros' rechterhand Haman, zoals anderen doen, gaat het
mis. En in z'n woede beraamt Haman zijn plannen om het hele
onaangepaste volk van Mordechai te vernietigen.
Was Ester niet
zo mooi geweest, was er geen redden meer aan geweest.
Het loopt goed
af, zou je zeggen, als Haman gespietst wordt op de paal die
voor Mordechai bedoeld was. En meer, als hun volk door toedoen van
Ester ook nog de kans krijgt zich te verdedigen en haar haters neer te
slaan. Het is wel een bloedbad: 75.000 man op een dag. Heeft de oorlog
het hier toch nog van de liefde gewonnen, of moet je zeggen dat dit
zeer terecht was. Je mag je toch ook verdedigen? Ben ik zelf teveel
van streek gebracht door de wereld na 11 september, waarin geweld weer
zo'n spiraal lijkt te zijn geworden, dat ik hierbij blijf hangen? Wat
een slachtoffers, wat een bloed... Is in dit verhaal eigenlijk wel de
bron van redding te vinden waarop ik (uiteindelijk) hoop?
Ik zou wel
eens één keer dat Purimfeest willen meevieren dat met het boek Ester
verbonden in Israël nog steeds gevierd wordt als een soort
bevrijdingsfeest. Prachtig, carnavalesk feest, waarvan wel gezegd
wordt dat men zou moeten zingen en drinken 'ad-lo-jada', tot het niet
meer weten, nl. tot men het verschil niet meer weet tussen 'gezegend
Mordechai' en 'vervloekt Haman'. En, denk ik er voor mezelf achteraan:
van geen Afghanistan meer weten, van geen Bush en geen Bin Laden, geen
Arafat en geen Sharon - het allemaal achter me laten…
Ook leg ik graag
m'n oor te luisteren bij de hedendaagse Israëlische meesterverteller
Meir Shalev, die met Mordechai liefst vandaag nog afrekent en met hem
met al die andere vromen die voor niemand willen buigen en daarmee hun
land eerder nog verder naar de ondergang helpen dan overeind houden.
Een voor alle religies interessante vraag als we nog eens echt met
elkaar in gesprek raken...
Het verborgene
licht op
Toch ben ik
blij met het boek Ester in de Schrift. Niet alleen omdat het zo
realistisch is en nog altijd onze werkelijkheid de spiegel voorhoudt
en omdat het zo'n prachtig verhaal is van 'deze wereld omgekeerd',
maar om nog iets.
Behalve
Isjtar, zou de Hebreeuwse luisteraar in Esters naam nog iets anders
hebben beluisterd. Een knipoog van de taal zoals die alleen in
verdrukking kan ontstaan. Een afleiding van 'satar', wat betekent:
'verbergen'. 'Ik ben verborgen', betekent Ester dan. Zij die iets
verborgen, bedekt houdt. Een meisje dat aan een groot en ook
gevaarlijke hof niet vertelt wie ze is, dat ook niet kan vertellen.
Maar wel op het geëigende moment daarvoor opkomt en wat in haar
verborgen is naar buiten brengt. Zo wordt ze tot redding, bron van
redding van wie anders verloren waren gegaan. Terecht een moeder in
Israël. Maar misschien kun je ook wel zeggen dat haar verborgen
bestaan hand in hand gaat met het in het verhaal verborgen gelaat van
God. De Eeuwige wiens naam in dit boek niet voorkomt. Zolang er mensen
zijn die niet kunnen bestaan in de ogen van anderen, kan ook God niet
bestaan. Waar mensen gedwongen zijn hoe en waar ook zich te verbergen,
blijft ook het aangezicht van de Eeuwige voor ons verborgen en zwijgt
de stem van de Eeuwige.
En dan
ontroert het me te bedenken dat wij toch vieren dat dat zwijgen
doorbroken wordt. In de donkerste nacht. Met nog steeds die wereld vol
van geweld om ons heen. Hoe in het allerverborgenste en op de meest
onuitsprekelijke wijze iets nieuws geboren werd, een mens in wie Gods
aangezicht is herkend en ook de 'bron van redding' uit de profeet
Jesaja. Die ons mee wil nemen op de weg van de vrede. Voor wie wij
goed genoeg zijn, zoals we zijn. In welk donker wij ons ook bevinden,
met welke vuile handen en zorgen ook. Hoe ook verborgen voor anderen
of voor onszelf. Dat wij het mogen weten, dat ook in het diepste
donker iets open kan breken en het kan geschieden. Ook aan ons en aan
de wereld waarin wij leven. Ook vandaag.
|