GEEN DRIE, MAAR TWEE KONINGEN


(integrale versie)

JAN NIEUWENHUIS 

Geef uw mening over dit artikel

Bij ons thuis kregen wij op 6 januari de driekoningenkoek: een cakeachtig baksel met daarin een boon verborgen; wie de boon trof, werd koning met een kroon op en mocht zeggen, wat hij eten wilde. En we zongen 'Driekoningen kwamen van verre', of

Driekoningen, driekoningen,
Geef mij een nieuwe hoed,
m'n ouwe is versleten.
Ons moeder mag het niet weten.
Ons vader heeft al zijn geld
al op de bank neergeteld.

    Volksverbeelding

Tja, Driekoningen. Zo heet het vandaag al eeuwenlang, maar ze zijn het niet in het verhaal van Matteüs. Daar staat niet eens, hoeveel het er geweest zijn: het verhaal gaat over drie geschenken, en op grond daarvan heeft men al vrij spoedig (Origenes, 3de eeuw) vermoed, dat er ook drie wijzen moeten zijn geweest. En 'koningen' - dat is waarschijnlijk al in de derde eeuw ingevoerd vanwege uitspraken in de joodse bijbel: "De vorsten van Tarsis komen geschenken hem brengen, de koningen van Sjeba en Seba, zij dragen hun schatting hem aan" (Psalm 72,10) en "Karavanen kamelen overdekken het land, alle inwoners van Seba komen naar u toe, met goud en wierook beladen" (Jesaja 60,6). Geen wonder, want de volksverbeelding is er altijd tuk op geweest, koningen (of aanstaande koninginnen) uit verre landen welkom te heten.

Driekoningen? Neen dus. Het waren er geen drie en het waren geen koningen. Maar wat dan wel?

Het verhaal begint met de veelbetekenende woorden: "Ten tijde van koning Herodes". Dat is geen datering van een historicus, maar een parabel. Die woorden betekenen dat Jezus geboren werd onder een dictatuur. Deze Herodes - de Oude - had twee van zijn zonen laten wurgen, omdat hij bang was voor een complot tegen hem. Ook één van zijn vrouwen had hij laten doden, en ten tijde van Jezus' geboorte liet hij driehonderd hoge ambtenaren vermoorden, ook uit angst voor een samenzwering. Jezus - wil het verhaal vóór alles zeggen - wordt geboren in een tijd van onderdrukking en terreur. Het kader en ook de tegenspeler van zijn komst is een despoot.

Onder diens bewind komt - staat er - een stoet van wijze mannen uit het Oosten. In het evangelie-Grieks staat magoi, magiërs, kenners van astrologie, sterrenwichelaars, horoscooptrekkers, mensen zoals wij die in de wachtkamer van de tandarts altijd heimelijk de horoscoop uit Libelle controleren. 'Wijzen' worden zij genoemd, zonder lidwoord. In ons spraakgebruik zijn zij spreekwoordelijk de wijzen geworden. Hun wijsheid bestaat in het kennen van de tekenen des hemels, zij geloven in het bestaande evenwicht van hemel en aarde, waarin niets wezenlijks verandert. Het is overal hetzelfde: de één zijn ster rijst, die van de ander daalt.

Waarom komen zij uit het Oosten? Omdat daar de zon opgaat? Of is het typisch de veelgelaagdheid van een bijbelse tekst? In het boek Genesis was immers verhaald, dat Abraham uit zijn vrouw Sara zijn zoon Isaäk verwekte, maar hij verwekte nog talrijke kinderen uit andere vrouwen. Uit vrees, dat dezen lsaäk, de zoon van de belofte, zouden kunnen bedreigen, zond Abraham al die kinderen uit de buurt van lsaäk weg, naar - staat er - "het Oosten met geschenken" (Genesis 25,6). Wat gebeurt er dus vandaag? Het lijkt wel of de afstammelingen van die weggestuurde kinderen terugkomen, en niet alleen zij, maar álle kinderen van Abraham. De geschiedenis wordt ondersteboven gekeerd, wacht maar.

    Herodes voor Piet Snot

Die stoet van wijze mannen - geen koningen, geen drie - zien iets. In hun geregelde en veilige wereldbeeld klopt iets niet. Ze heffen de blik naar boven, zoals ooit Abraham die de sterren telde, en zij zien een barst, een steen in de ruit van de hemel. Geen rijzende, maar een reizende ster. Er zijn geleerden die uitgerekend hebben, dat precies in die tijd de komeet van Halley aan het firmament boven Jeruzalem te zien moet zijn geweest, want de bijbel moet toch kloppen, van a tot z. Maar natuurlijk heeft die bijbel niets met fysiologie van doen; de ster beweegt, want de hele wereld gaat bewegen, en hoe. Luister.

In het voetspoor van de ster komen de wijzen in Jeruzalem aan. En daar gaan de poppen aan het dansen. Herodes, en heel Jeruzalem met hem, schrikt. Het Griekse woord dat er staat, wil zeggen: opwinding, ontsteltenis, verbijstering, ze zijn geheel van streek, ondersteboven. Waarom? Herodes, de despoot, en allen die in Jeruzalem het gezag uitoefenden, de hogepriesters en de schriftgeleerden, beleven de geboorte van Jezus als een bedreiging van hun establishment, van het regentendom, van hun moeizaam verworven soevereiniteit. Het Witte Huis, de Sint-Pieter wankelt. Die geheimzinnige geboorte in Bethlehem wordt in het verhaal dus voorgesteld als het begin van een keerpunt in de geschiedenis, als een op de kop zetten van alle menselijke vanzelfsprekendheden en vastliggende verhoudingen. De geboorte van Jezus is letterlijk een politieke en kerkelijke staatsgreep.

De rest van het verhaal kent u. De wijzen - "O Kerstnacht, schoner dan de dagen, hoe kan Herodes 't licht verdragen?" - zijn de machthebber te slim af en laten hem voor Piet Snot in zijn paleis zitten. Herodes voelt zich dan ook door hen bespot, staat er letterlijk (vers 16), in zijn hemd gezet. De Statenvertaling zegt: bedrogen, de KBS-vertaling: om de tuin geleid, de Groot Nieuws Bijbel: misleid, ook Huub Oosterhuis vertaalt: misleid. Maar eigenlijk is het sterker: bespot is de tiran, de aartsgeweldenaar, de hoogwaardigheidsbekleder; hem is een oor aangenaaid, hij is een speelbal geworden, hij is uitgefloten, en voor schut gezet. Zijn pop wordt in brand gestoken. Geen wonder dat de macht keihard terugslaat.

Dat is het verhaal. Het gaat niet over drie koningen, maar over twee. De ene zit op een troon, in een paleis, en heeft het voor het zeggen. De ander ligt in een kribbe - dat is: de armoede - en heeft niets, spreekt niet, slaat niet, is weerloos, machteloos, een kind, wat wil je nog minder? Maar - en dat is de ziel van het verhaal - de eerste is de valse, de tweede de ware koning. De valse raakt door de komst van de ware in verwarring, wat zeg ik: ondersteboven, De valse koning roept heimelijk (vers 7), hij is een mens van achterdeurtjes en undercover. De ware koning - zullen wij later lezen - verkondigt van de daken, van de berg, in de tempel, luidkeels (Johannes 7,37), te midden van de mensen, hij heeft niets te verheimelijken. Voor de ware koning wordt gebogen, hij wordt aanbeden; de valse koning wordt 'genomen', bespot, omzeild, ze laten hem letterlijk stikken in zijn pretentie, ze gaan langs een andere weg naar huis terug. Hem wordt de rug toegekeerd. Hij wordt niet eens meer gezien.

    Honderd procent zeker

Dat is alles. Ik heb u niets nieuws te melden. Ik hoef zelfs niet meer te zeggen, dat het verhaal nog altijd gebeurt en aan de orde van de dag is. Want de harde werkelijkheid, onze eigenste harde werkelijkheid is nog altijd, dat de valse koningen worden aanbeden, vanaf Ave Caesar tot Heil Hitler, en dat de ware koning, de minste en de kleinste, wordt verguisd en onderdrukt. De wereld is nog dezelfde van toen.

Want laten wij over één ding wel wezen: de mensen van toen, wier woorden wij horen en almaar willen blijven horen, - zij waren geen andere mensen dan wij. Hun uitzicht was even donker als het onze. In menig opzicht was het in dat Israël van rond het jaar 80 erger, perspectieflozer dan in het Ulster, het Midden-Oosten, het zogenoemde Heilige Land van nu. Jeruzalem was verwoest, het land volkomen platgeslagen. Er waren honderdduizenden doden gevallen, onze journaalbeelden in het kwadraat. Met Jeruzalem was ook de tempel verwoest en geplunderd. Het was in de ergste zin van het woord het definitieve einde van alles. Het verhaal laat daar geen twijfel over bestaan. Het staat helemaal in het kader van macht, van een volkstelling, van een schrikbewind en van machtsmiddelen van koningen en keizers, het bloed van kinderen.

Onder die laars leven de mensen. Zij hoorden geen stemmen uit de hemel of boodschappen van een God. Zij zagen wel sterren, maar geen reizende. Hun wereld was dichtgetimmerd, uitzichtloos, fini.

Maar - en dit is wat ik u te melden heb, tegen mezelf in - in die volslagen verworpenheid, van niet-meer-weten-hoe-verder vermochten zij een onmogelijk geloof hoog te houden, dat het anders moest en anders zou. Dat er een ster zou opgaan in Jacob en dat er een morgen komt, zegt de wachter. Veel grond om dat te hopen hadden zij niet, net zomin als wij nu. Maar tegen alle realiteit in klampten zij zich vast aan een visioen, lieten in hun verhalen koningen afgaan en kleinen worden gegroet, niet als een illusie, maar omdat zij voor honderd procent zeker waren, dat het zo is.

Is het dan zo? Ik heb geen andere keus dan u te zeggen en aan mezelf te zeggen, dat het inderdaad zo is of althans lijkt te zijn. Misschien - godweet - hebben zij wel gelijk en weten wij dat allen. Want, wees eerlijk, wat beroert je nu echt: de holle frasen van Bush of van Van Aartsen of van Johannes Paulus II, - óf, weet je nog - dat naakte meisje toen op die weg in Vietnam dat iedereen van ons, mag ik hopen, nog in de ziel gegrift staat? Waar ben je nu echt van ondersteboven (om met het verhaal te spreken): van al die boodschappen op Kerstmis, of van dat ene beeld dat je onverhoeds op je netvlies gepresenteerd krijgt, van een vluchtelingenkamp aan de andere kant van de wereld of een ineengestorte toren daar ver weg? Wie leeft er nu echt: Anne Frank - of haar moordenaars? Van wie of wat leven wij wérkelijk? Ik kan er ook niets aan doen, maar ik schrijf hier om u te zeggen: de één is de valse, de andere ware. Ik zeg dat in opdracht van dit verhaal, dat in een notendop, in twee woorden de ganse bijbel omvat. Over iets anders gaat het niet en nooit. Daar komen wij voor, zondag aan zondag, om het niet te vergeten. Het is alles.

De vaste TGL-rubriek 'werkSchrift' (waarin deze bijdrage geplaatst werd) komt tot stand in samenwerking met de Dominicuskerk in Amsterdam. Klik hier voor:


Bekijk reactie(s) op dit artikel
Bekijk reacties


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :