ZIJN DE LAATSTE VRAGEN BEANTWOORDT ?
De grens van de natuurwetenschap en haar verhouding met religie
(tekstfragment)
| ERIK BORGMAN |
| Is de
natuurwetenschap niet bijna ten einde? Dat wil zeggen: zijn de
natuurwetenschappers niet bijna klaar? Dat is de vraag die Horgan (The
End of Science. Facing the Limits of Knowledge in the Twilight of the
Scientific Age, Londen, 2002)
voorlegt aan zijn gesprekspartners uit verschillende disciplines.
Dankzij de evolutietheorie en de erfelijkheidsleer in de biologie en
de kwantumtheorie in de natuurkunde hebben we immers in principe
kennis van de meest fundamentele processen van de natuur, kennis
waarvan de waarheid bovendien steeds opnieuw wordt bevestigd. Zijn we
niet beland in de fase van de afronding die misschien niet binnen
korte, maar dan toch wel binnen afzienbare tijd zal zijn voltooid?
Zoals met de voltooiing van het menselijke genoomproject de
erfelijkheid in principe definitief verklaarbaar, voorspelbaar en
manipuleerbaar is geworden.
Horgan kent de tegenwerping dat aan het einde van de negentiende eeuw ook het gevoel heerste dat met name de natuurkunde haar voltooiing naderde. Er was een brede overtuiging dat de vragen die nog restten betrekking hadden op de fijnafstemming van de theorieën en modellen. Korte tijd later zou de kwantummechanica worden ontdekt en een heel nieuwe onderzoekswereld openen. Horgan vindt echter het idee dat er zich altijd weer nieuwe wetenschappelijke revoluties zullen voordoen romantisch. Hij ziet bij degenen die het verwoorden vooral een weigering om onder ogen te zien dat we binnen afzienbare tijd in een geheel ontraadseld, en daarmee onttoverd en ontluisterd universum zullen leven. Horgan gebruikt geregeld de aan de natuurkundige Niels Bohr toegeschreven uitspraak dat wetenschap alle verheven mysteries terugbrengt tot trivialiteiten. Hierbij is de gedachte bijvoorbeeld dat het succes van de neurowetenschap datgene wat eens het mysterie was van de mens als een bezield lichaam, zal terugbrengen tot beschrijvingen van de werking van de hersenen en het centrale zenuwstelsel. In Horgans voorstelling kleeft aan wetenschappers de tragiek van de pioniers die in Amerika steeds verder naar het Westen trokken. Zij cultiveerden steeds verder de wildernis, maar zij konden niet in een gecultiveerde wereld leven. Daarom vluchtten zij steeds weer voor de beschavingsgrens uit. Maar zij moesten natuurlijk eens aan de Amerikaanse Westkust aankomen. In deze zin kan Horgan zeggen dat geloven in de wetenschap en dus in de wetenschappelijke vooruitgang, impliceert dat je ook gelooft in het mogelijke einde van de wetenschap. Dat de natuurwetenschap zijn Westkust aan het naderen is, blijkt voor Horgan vooral uit wat hij ziet als het vluchtgedrag van haar beoefenaren. In plaats van simpelweg te doen wat nodig is om het licht van de wetenschap te laten schijnen op wat duister is, hebben zij de toenemende neiging zijsporen te bewandelen, alternatieven te ontwikkelen voor de heersende benaderingen, in discussie te gaan met bijvoorbeeld Darwin zonder dat ze daartoe op grond van de resultaten van hun onderzoek onmiddellijk worden gedwongen. In Horgans visie betekent deze ontwikkeling dat zij in toenemende mate geen ‘gewone’, geen ‘echte’ natuurwetenschap meer beoefenen, maar wat hij noemt ‘ironische wetenschap’ (ironic science). De natuurwetenschappen vertonen voor hem steeds meer gelijkenis met de literatuurwetenschap, waarvan hij nu juist als student welbewust afscheid had genomen. |
![]() |
De vaste TGL-rubriek 'Van Kaft tot Kaft' (waarin deze bijdrage geplaatst werd) wordt geschreven door Erik Borgman. Dit artikel mag gelezen worden als een bijdrage aan de lopende discussie over de verhouding tussen natuurwetenschappen en theologie zoals die aan het interdisciplinaire Heyendaal Instituut van de Nijmeegse universiteit gevoerd wordt. Klik hier voor:
|
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.