EEN SIGARET IN SAN GALGANO
Verlangen en oneindigheid
(tekstfragment)
| PHILIPPE LEPERS |
|
|
(tekstfragment)
"Ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U", schreef Augustinus. Welnu, je zou kunnen zeggen: dat is nooit, want anders zouden we God zelf moeten worden. Dus kunnen we op die manier altijd maar blijven verlangen en zijn we ‘comfortabel ongelukkig’. Maar alhoewel Korteweg in zijn laatste bundel, Al fluitend, nu zelf uitdrukkelijk weet: "Dat de mens meer houdt van zijn verlangen dan van zijn verlangsels" (p. 52) en "Al jaren niet meer stom van jongigheid weet ik elk doel een bedenksel, een licht dat bij nadering omkomt" (p. 53), kunnen we alleen maar verlangen naar iéts en moeten we dat iets ook écht verlangen en kunnen we dus niet anders dan lijden zolang we het niet krijgen. Wanneer we dus reiken naar het onbereikbare, zoals naar God, of zoals een man die niet terugkan naar zijn vaderland, of zoals een vrouw die droomt van de volmaakte echtgenoot, dan wacht ons niet alleen eeuwig verlangen, maar ook ontroostbare pijn. Daarom is de consumptiemaatschappij, die ik als een duivelspact tussen hysterie en economie zou willen bestempelen, interessanter dan de religie. Ook zij maakt namelijk een eeuwig verlangen mogelijk, maar dan door een oneindige reeks van kleine bevredigingen. Het uiteindelijke geluk blijft evengoed uit, maar er is toch regelmatig een wens die in vervulling gaat. Misschien is er geen betere verklaring voor de teloorgang van de godsdienst na de tweede wereldoorlog. |
|
De volledige tekst van dit artikel is te lezen in TGL 2003/1. Dit nummer kan online besteld worden. |
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.