|
|
TEGELIJKERTIJD - tris
Ode aan de warmte - Jos VANDIKKELEN - |
| We waren met vier. Vier mannen, veertigers. Gepakt voor een weekend in de Ardennen. ’t Is vrijdagavond en het vriest dat het kraakt. | |
|
Zo’n min tien.
De chalet biedt weinig comfort. Maar dat hebben we ook niet nodig. Het stromend
water is omwille van de vorst afgesloten. We wassen (nu ja) ons wel aan de beek:
fris en snel. Erger is het met de temperatuur in de chalet. Ook die zit onder
nul als we toekomen. Gelukkig staat er een – weliswaar piepkleine –
houtkachel en is er voldoende gedroogd hout beschikbaar.
We leerden elkaar kennen nu meer dan twintig jaar geleden en bevolkten in Leuven twee jaar samen een gemeenschapshuis. We hebben elkaar sindsdien niet meer losgelaten. Ook al waren de afstanden soms bijzonder groot. Ook al werden er gezinnen gesticht. Ook al kwamen we elkaar lijfelijk soms enkele jaren niet tegen. Toch hielden we contact. Eénmaal gingen we er zelfs voor tot aan de andere kant van de wereld. Als iedereen in het land was, trokken we er minstens éénmaal per jaar met de gezinnen op uit. Dit jaar besloten we alleen met de mannen te gaan – ondanks de jammerklachten van een deel van het nageslacht. Er zijn veel unieke dingen aan deze vier mannen. Met de meeste hebt u als lezer niets te maken, één wil ik hier wel noemen. Onze gesprekken duren niet alleen uitzonderlijk lang, ze zijn ook wars van nostalgie. We hebben de herinnering aan het verleden niet nodig om ons goed te voelen bij elkaar. En binnen de kortste keren liggen die onderwerpen op tafel die we willen, ja haast moeten, delen. En bij erg delicate onderwerpen zijn er meestal ook maar weinig woorden nodig. Er is een weten van elkaar voorbij de taal. Dit is vriendschap waarin tijd en ruimte geen rol speelt. Ook al doet het geweldig deugd elkaar af en toe te zien. Op weekend in de Ardennen bijvoorbeeld. Na enkele stookuren is de temperatuur gestegen tot zo’n graad of negen. En tegen dat we dan eindelijk in onze slaapzak belanden, klokt de thermometer, die strategisch boven de kachel hangt, af op twaalf graden. Wonderlijk genoeg hebben we de indruk dat het behaaglijk warm is. Niet alleen het vuur heeft de kou verdreven. Ze nam het TeGeLijkertijd over van Hein Schaeffer in het jaar dat ik voor TGL begon te werken. Ik kende haar als studentenpastor, niet persoonlijk. Dat is snel veranderd. Met haar en haar man Thei groeide al snel vriendschap. Dit belette mij niet om af en toe – weliswaar vriendelijk – te vloeken op sommige van haar stukjes. Het hield haar niet tegen om, ondanks mijn opmerkingen, toch haar zin door te drijven over bepaalde zinswendingen, woordkeuzen, titels, … Meestal verliep het contact over een cursiefje echter gestroomlijnd. Roos’ tekst kwam tijdig toe. Ik las en formuleerde hier en daar een bedenking en in overleg volgde een definitieve versie. Een droom van een samenwerking. Ik heb er lang over zitten nadenken waarom ik meestal zo genoten heb van haar columns. Ik kan vele dingen noemen, maar dat blijven details in de marge. Sinds ik met de vier mannen de kou getrotseerd heb in de Ardennen, weet ik het. Het is de warmte. Of ze het nu had over haar job als studentenpastor, haar opgroeiende kinderen, haar echtgenoot, later haar wereldwijde werk bij Broederlijk Delen of recenter haar aanwezigheid in een rust- en verzorgingstehuis, altijd was er die warmte waarmee ze over mensen schreef. Nabije warmte. Koesterende en deugddoende warmte. Ook al was het leven soms hard en koud. Ook al handelden de andere bijdragen in TGL over moeilijke onderwerpen. Roos lezen betekende dat de thermometer steeg. Woord na woord, zin na zin. Om meestal met een voldaan en behaaglijk gevoel de rest van de lectuur aan te vatten. |
|
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). Het is wel noodzakelijk je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.