Blind toeval of gerichtheid in de kosmos
04/05/2004
Nico Lahaye
[email protected]
Na het lezen van 'De droom van
Nebukadnezar' en het vervolg daarop 'Uittocht uit oudchristelijke mythen', miste
ik nog iets om Lenaers' betoog helemaal te kunnen volgen. Ik denk deze 'missing
link' in zijn laatste artikel wel gevonden te hebben.
Het uitgangspunt "waarheid is rijker dan exactheid" is hierbij
belangrijk. Wetenschap kan alleen maar wetenschappelijke uitspraken doen. Een
wetenschapper mag natuurlijk wel méér zeggen, maar dan spreekt hij niet meer
met het gezag van de wetenschap achter zich. En, stelt Lenaers, als een
wetenschapper stelt dat het evolutieproces louter door toeval verdergaat, doet
hij een uitspraak buiten het strikte domein van de wetenschap. En daarom stelt
hij dat de hypothese van een gerichtheid in de evolutie even aannemelijk is als
de hypothese van (stom) toeval.
De manier waarop Lenaers dit standpunt uitlegde, is zeer verhelderend voor mij.
Op één aspect wil ik nog even verder ingaan. Lenaers vraagt zich wat de reden
kan zijn dat iemand alle gerichtheid in ontstaan en evolutie van de kosmos
ontkent. Lenaers zelf vindt het antwoord hierop in een eerlijke bezorgdheid dat
men, met het beamen van een gerichtheid, weer 'de afgedankte buitenwereldse
horlogemaker' zou binnenhalen 'en zo de autonomie van mens en kosmos
dynamiteert'.
Ik heb nog een andere mogelijke verklaring. Als men uitgaat van een gerichtheid,
'een scheppende Wil', 'de zelfopenbaring van een geestelijke werkelijkheid', dan
dringt zich ook de vraag op om verder te zoeken wie of wat deze wil of geest is.
Het idee dat er een gerichtheid is in de evolutie, lijkt heel aannemelijk. Maar
iets concreters valt er eigenlijk niet over te zeggen. Anders zitten we direct
in het domein van bepaalde opvattingen, religies, filosofieën, ... met alweer
het gevaar om de hoek van heteronomie, of van vrome dromen.
Welnu, voor heelwat mensen moet het allicht heel wat eenvoudiger zijn om te
stellen 'er is niets dat richting geeft in de kosmos', dan te zeggen 'er is iets
dat richting geeft aan de kosmos, maar we weten er verder niets over'.
Tenslotte nog iets: waar Lenaers spreekt over schepping als 'de kosmische
zelfuitdrukking van een transcendente geestelijke werkelijkheid'(blz 103), doet
me dat denken aan Emanatie-theorieën uit de late Oudheid. Allicht heeft Lenaers
niet hetzelfde voor ogen. Maar het roept bij mij toch op dat heelwat van onze
gedachten missschien vroeger ook al leefden, al is onze context wel heel anders.
Reageren
op bovenstaande reactie kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.