Bij het bekijken van de foto op de kaft knipper ik spontaan met m'n ogen…
Ik wil het beeld scherp krijgen. Dat lukt niet.
Het is het soort beeld dat me doet denken: ik ben aan een nieuwe bril toe.
Het is het wazige beeld dat je ziet als je even wegdroomt…
Het is de wereld gezien door je tranen heen.
Het donkere: aanwezig op de achtergrond, blijvend…
Het lichte springt op, aarzelend, nog wazig.
Mijn blik focust automatisch op de lichtflitsjes - zo ben ik - maar het donkere blijft.
De foto sluit goed aan bij de artikels in dit katern: het donkere duidelijk aanwezig, misschien iets te dominant?
De lichtflitsen zichtbaar, maar niet scherp te krijgen, moeilijker te vangen…
"Mensen zijn beginners" zegt Hannah Arendt. Hoe begin je, hoe krijg je de lichtpuntjes scherp?
Niet zonder de donkerte serieus te nemen, je moet vertrekken vanuit de donkerte…
"Waar ben je nu, met al die mooie woorden" ziet Karel Staes in de ogen van mensen die een geliefde verloren. Hoe kan nieuw licht geboren worden? Door stil te staan bij verdriet, door tijd en ruimte te geven en te nemen voor rouwen, door anderen nabij te zijn in hun schaduwrijk bestaan.
Daarom werd dit geen katern vol lichtflitsen… Daarom geen helder, scherp beeld op de kaft.
"Licht dat ons aanstoot in de morgen" ken je slechts zien door je tranen heen.

Marie-Claire Ongenaert
redactiesecretaris a.i.

Deze themakatern vormt het eigenzinnige verslagboek van de Jeugdpastorale Dagen editie 2003.