LOFZANG

- KAREL STAES -

(integrale versie)

Jesaja 43, 16-21

In tijden van vervolging en verloren gewaand geluk bracht de profeet, bekend onder de naam Deutero-Jesaja of Jesaja terug hoop en uitzicht. De mensen konden uitkijken naar nieuw leven, ontkiemd uit de grond van louterend leed en geboren uit het recht van de zwakste (naar Jesaja 43, 16-21).

Stem van Wie roept uit de diepte en zelf niet uit te spreken is:

"Ik maak wegen dwars door de zee van leed,
breek de machten van geweld en geld.
Nu liggen zij neer, die zich méér en beter waanden,
gedoofd en dood,
uitgewaaide valse vlam, verkeerd begrepen vuur.

Hang dus niet meer vast aan wat voorbij is,
duik niet onder in ’t verleden
of - erger nog - schaam er u niet langer om!
Want ik maak nieuw,
ik vernieuw de mens.
Zie je niet hoe het ontkiemt?

Ik trek wegen door de stenen,
schilder kleuren op beton,
en uit dat ‘nooit en nergens nog verwacht’, opent zich de nacht.

Achterbuurten, blokken zonder naam, burelen
van glas, supersnelle autowegen
stinkend dicht geslibt,

zoveel als overleden steden breng ik t’rug tot leven
platgedrukte mensen richt ik op,
doe ik weer ontwaken, zo wil Ik erover waken

dat deze wereld niet verloren gaat."


Lees de gedichten van Karel Staes in TGL 2007/4