Paradoxale angst voor de paradoxen van de geest

3/4/2000
Jean Pierre Rondas
[email protected]

Geef uw mening op deze reactie

Ik ken uw daden; u hebt de naam dat u leeft, maar u bent dood. Word wakker, versterk wat nog over is en dreigt te sterven. (Johannes tot één van zijn kerken, Apok. 3,1-2)

Wat de ziener van Patmos hier schrijft aan zijn kerk te Sardes is onverkort van toepassing op de Rooms Katholieke Kerk, haar paus, haar curie en haar (indertijd) trouwste dochters, zoals b.v. de Vlaamse kerk.
Telkens weer bevestigt het Europese waardenonderzoek de secularisatietendensen die zich al van na de Tweede Wereldoorlog scherper aftekenen, en waarop het Tweede Vaticaans Concilie een antwoord wou formuleren van redelijkheid, openheid, moderniteit, creativiteit en spiritualiteit. De legalistische en traditionalistische terugslag onder impuls van Paulus VI en Johannes Paulus II is verschrikkelijk geweest, ontnuchterend en desoriënterend voor de besten onder de leden van deze strenge, ondankbare en onbetrouwbare kerk. Ze mag nochtans van geluk spreken dat er nog een ongehoorzame basis is: haar critici zullen haar trouwste volgelingen blijken te zijn...

Eerste paradox: na Vaticanum II is de restauratie van Paus Johannes Paulus II er gekomen in een periode van hoogtij van het "democratisme". Niet alleen heeft de kerk, door de basis het zwijgen op te leggen, de positieve aspecten van dit democratisme opzij laten liggen; de kerkelijke structuren zijn tot vandaag de dag essentieel ondemocratisch. Kerk en democratie verdragen zich niet. Mensenrechten zijn de parels van de democratische ontwikkeling; net als een bepaalde diersoort van het neerhof herkent de Kerk deze parels niet.

Tweede paradox: de kerk, die zowel de Franse Revolutie als het modernisme heeft veroordeeld, en die op deze veroordelingen nooit is teruggekomen, heeft zichzelf toch als een modernistisch modelbedrijf georganiseerd. Reglementering, disciplinering en controle zijn er de hoofdkenmerken van. Zodoende kweekt zij bij de leden angst in plaats van bevlogen blijdschap. Weliswaar doet ze dit al sinds het Concilie van Trente; misschien heeft ze zodoende wel het modernisme mee in het leven geroepen dat ze pretendeert te bestrijden.

Derde paradox: de meest onbarmhartige analyses van deze toestanden zijn afkomstig van kerkelijke kringen. Nergens anders is de secularisatie, en later de postmoderniteit op die manier aanleiding geweest om het eigen handelen te bevragen en aan interne kritiek te doen. Het beeld van buitenaf is meestal karikaturaal; de beelden die binnen ontstaan zijn meestal schrijnend juist getekend. Tot voor kort is deze interne kritiek binnenskamers gebleven.

Vierde paradox: hiermee verwant is de omstandigheid dat de "Belgische", nuchtere kerkpraktijk nogal verschilt van de Vaticaanse theorie. Als het Vaticaan de priesterwijding van vrouwen "definitief" "onbespreekbaar" decreteert, dan beginnen Leuvense theologen de woordjes "definitief" en "onbespreekbaar" zo te interpreteren dat de vrouwenwijding slechts voorlopig onbespreekbaar wordt en stilaan onvermijdelijk.

Vijfde paradox: het bovenstaande wordt in termen daterend uit de negentiende-eeuwse schoolstrijd door de leden van een andere kerk (de voorstanders van het Vrij Onderzoek) typisch katholieke hypocrisie genoemd. Zij vergissen zich. Hoe autocratisch ook geregeerd gedurende de laatste decennia van de 20ste eeuw, in de realiteit van alledag is de kerk veel minder monolithisch dan van buiten wordt waargenomen.

Zesde paradox (vervolg van vorige): naast het angstige Vaticaan en de catechismus-formulerende Curie wordt de RK Kerk bevolkt door religieuze mensen en religieuzen die weigeren zichzelf buiten hun instituut te denken, te schrijven of te ageren. Velen ontzeggen het Vaticaan het recht hen te ontslaan; zij geloven in een evolutief en te interpreteren godsdienstig "geloofsgoed". De Kerk is er niet in geslaagd enkele notoire boze binnenstaanders naar buiten te werken, zoals daar zijn: de bisschop Jacques Gaillot, de theologen Hans Küng en Edward Schillebeeckx, de benedictijn Bernard Besret.

Zevende paradox: net op het ogenblik dat de kerk als instituut stilaan alleen gaan staan, onbevolkt en vervreemd van de wereld, is er meer dan ooit vraag naar zingeving en spiritualiteit. Overal waar de specifieke rationaliteit van disciplinerende organisaties heeft toegeslagen, worden godsdienstige instituten aangeklampt met de vraag naar spiritualisering van bedrijfswereld, politiek en ecologie. Op de markt van riten en liturgie dreigt de RK Kerk het antwoord te moeten overlaten aan de concurrentie van de New Age.

Achtste paradox: op het einde van zijn pontificaat blijft de huidige paus voor verwarring zorgen. Niemand voor hem heeft als hij ecclesiale schuld bekend tegenover de mensen en voor God, niemand voor hem heeft blijk gegeven van zo'n koppige, autocratische, traditionalistische en (zeg maar) katholiek-fundamentalistische nederigheid.

Negende paradox: in weerwil van deze eigenaardige "heiligheid" staat de volgende paus voor wat het Franse kritische tijdschrift Golias enkele moeilijke "werven" noemde. "Cinq chantiers" waar het huidig bewind zich heeft uit-gedecreteerd:

  1. de priesterwijding voor vrouwen
  2. democratie in de kerk
  3. de eenheid in de kerk volgens het oudere model der synodes
  4. de houding tegenover de (post)moderniteit
  5. de oecumene. 

Vijf gebieden waar de RK kerk haar kramp moet loslaten wil ze in staat zijn soelaas te bieden aan almaar talrijker wordende armen van deze verekonomiseerde tijden. Dat kan ze onder drie voorwaarden: als ze minder Roomsch wordt, minder Mechels, en bereid is de catechismus (Mechels of Rooms) terzijde te leggen.

Jean Pierre Rondas

 

Op zaterdag 3 juni en zondag 4 juni praat Jean Pierre Rondas op radio 3 van 11.30 tot 13.00 uur met enkele boze binnenstaanders, vriendelijke buitenstaanders en onmiddellijk betrokkenen over de hierboven opgesomde "chantiers". Dit in het kader van het radio 3 weekend in en over 'Mechelen'.

[email protected]

Geef uw mening op deze reactie

 


Bekijk reactie(s) op deze reactie
Bekijk reacties