Die theologen toch
17/8/2000
Herman Torfs
[email protected]
Ik vraag mij altijd af wat de echte reden is waarom gedoctoreerde theologen, met alle middelen en tegen elke prijs, maar wel met een op voorhand vaststaande uitkomst, de traditie, de bijbel, de schriften, de profeten de kerkvaders trachten te redden.
Bij elk kerend inzicht (hetzij het celibaat, de vrouw in het ambt, bevrijdingstheologie, mensenrechten in de kerk etc.) gaan zij allereerst op zoek naar een woord, een frase, een understatement uit de traditie. Zolang tot zij hun nieuw standpunt bevestigd vinden. Dat het op tien andere plaatsen wordt tegengesproken, is dan verder geen punt. We lezen dat waarschijnlijk "nog niet aandachtig genoeg". Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het hier een voortdurend bezig zijn is met het redden van de meubelen van de traditie en meteen van het aloude instituut. Wrong or not wrong, zij maken het right. Maar waarom eigenlijk al die moeite om soms tot op de draad versleten meubelen te redden?
Heel concreet lees ik het artikel van Roger Lenaers TGL 99/4, p. 425 "Het Hoge rendement van pijn", een heel mooi artikel over christenen en het lijden, neerkomend op een verademende nieuwe kijk op lijden, boete, zondebesef, zelfkastijding, godswraak en eeuwige verdoemenis in de katholieke traditie. Als tien jaar geleden Herman van den Berghe elke uiteenzetting over zijn vak (menselijke erfelijkheid) begon met het statement dat elk lijden voor hem in se zinloos is en met alle middelen te bestrijden, was dat (en is dat nog) in orthodoxe kringen een uiterst storend geluid. Idem voor de verdachtmaking binnen de traditie van elk soort genot, er heerste zowaar een genotsfobie. Bewijze daarvan het haren ten bergen doen rijzende gevecht van de kerk tegen elke vorm van contraceptie tenzij onthouding. En dat ging zo maar door (lees Lenaers).
Het is dus de verdienste van TGL dat het die mythe nu op zijn beurt in een sterk artikel doorbreekt. Maar wat zien we ook nu weer? Aan het begin van het artikel lees ik: (p. 425) "Nu klinken ze (de oude woorden) als taal uit de pruikentijd. Het is daarom nodig ze aandachtig te beluisteren, om te vinden of ze nog levensmogelijkheden hebben in de 21ste eeuw, dan wel of ze volledig door de tand des tijds zijn uitgevreten." En natuurlijk vinden zij dat. En verder in het artikel legt de schrijver zich plat om in de traditie teksten, woorden, uitspraken van Jezus of wie dan ook te vinden die dat standpunt van ver of nabij ondersteunen. Dat ruikt naar meubelen redden. Overigens, en deze keer ben ik zeer pretentieus: ik heb Jezus en geen enkele profeet nodig om op de stelling van het artikel uit te komen. Meer zelfs, als die allemaal het tegengestelde beweerden, blijf ik bij mijn overtuiging (ik personaliseer het nu even maar bedoel het wel zeer algemeen): de boeteprocessie van Veurne is een archaïsch en mensonwaardig gebeuren dat binnen de kortste keren uit de geloofssfeer moest verwijderd worden. Men kan het nog behouden als folklore, maar dan krijgen ze vast last met de mensenrechten. En ik ga nog een stap verder: als Jezus het tegengestelde beweert, dan desavoueer ik die Jezus. Het is onze simpele ratio communis die ons dat vertelt, en voor mij volstaat dat. Jezus met ons of tegen ons.
Of, en dat is dan mijn vraag, hebben die gedoctoreerde theologen misschien een dubbele agenda met hun bijbelexplicaties tot het belachelijke toe? Plegen die hun wetenschap als gelovige of als wetenschapper als wij erop uitkomen dat zij ons aanbevelen hun traditie om de vijftig jaar in een ander licht (soms compleet contrair) te lezen?
PS. Uit het artikel nog één typisch zinnetje: Lenaerts citeert ergens Lucas, en dat klinkt eerder tegenstrijdig aan zijn thesis, dan zegt Lenaerts: in werkelijkheid is hier meer Lucas aan het woord dan Jezus. Dan vraag ik naar mijn tabletten.
PSbis Anderzijds is TGL ook niet helemaal consequent (hoeft van mij overigens niet) als ik op p. 381 van datzelfde nummer dan weer een interview lees met Benoît Standaert, benedictijn in de St.- Andriesabdij te Brugge, waar in het licht van het andere artikel een voor mij onverstaanbare idealisering van het een tijd samenleven met de Japanse Zenmonniken wordt gemaakt. Het is het een of het ander. We gaan toch niet terug beginnen?