Volle aflaad
1/2/2000
Bert Roebben & Jan Jans
[email protected]
De fascinatie voor het Internet is grenzeloos, de mogelijkheden onbeperkt.
Ook TGL is het digitale tijdperk voorgoed binnengestapt: de redactie wil op het socio-culturele veld aanwezig zijn en het gesprek aldaar mee inkleuren vanuit een spiritueel-theologische invalshoek. Deze presentie is lovenswaardig, we juichen haar volmondig toe, omdat we geloven in de mogelijkheden ervan. Maar laten we wel wezen: die mogelijkheden zijn beperkt.
We worden de laatste tijd namelijk overspoeld met berichten over monsterverbonden tussen mediaconcerns. Zij verlagen de toegangsdrempel van het Internet en gaan er prat op dat zij de kosten zullen drukken, de communicatie verhogen en de verdergaande democratisering van informatie veilig stellen. Kritische waarnemers melden ons dat dit slechts de halve waarheid is.
Zo zou muziek de omweg van de winkel en de gedigitaliseerde CD’s niet
meer nodig hebben. Muziek kan rechtstreeks gedownload worden via het Internet.
Dat klopt, maar bij het bezoek aan één van de centrale verdeelpunten van
muziek, word je steevast een lijstje onder de neus geduwd van producten die
hier en nu aan de top staan. De mega-ster Britney Spears prijkt daar op de
eerste plaats, het zijn dezelfde mediabonzen die haar zo hoog doen scoren –want ze verkoopt goed. De Spice Girls zijn ondertussen al lang uit het
blikveld verdwenen. Je moet als muziekliefhebber al een hele (illegale)
omweg bewandelen om andere soorten muziek te kunnen beluisteren en afladen.
Een ander heikel punt is de toegang van jong talent tot de professionele muziekwereld. Het komt erop aan in de belangstelling te geraken, en daar wordt voor gevochten. Het Internet heeft altijd iets chaotisch gehad: vele stijlen, culturen, overtuigingen, genres, enz. kwamen er aan bod. Zal in de nieuwe Internetorganisatie nog plaats zijn voor vrij initiatief, lokale ontwikkelingen, particuliere visies, enz.? Of anders gezegd: “Je kan alle frietkramen van de wereld opkopen, maar dat neemt niet weg dat je smakelijke aardappelen nodig hebt” (aldus Alex Trappeniers, in een interview met Peter Vantyghem in De Standaard van 27 januari 2000).
We loggen dus samen in, in het wereldwijde netwerk van betekenissen. Ons
gevoel om ergens bij te horen wordt zo bevestigd (“Ben je ook online?”).
En in dat netwerk wordt ons voorgehouden dat we vrij en blij kunnen rondsurfen,
op zoek naar de persoonlijke vervulling van onze honger naar kennis en
inzicht. Maar we worden geëgaliseerd door in te loggen, we glijden mee op
dezelfde snelweg, we zijn broers en zusters van elkaar in het consumeren.
Wist je dat zelfs de gerenommeerde Britannica-encyclopedie nu volledig online is, maar ook van reclameboodschappen van multinationals doorspekt?
Wat is de spiritueel-theologische draagwijdte van deze ontwikkelingen?
Wie vandaag over zingeving en levensbeschouwing nadenkt, kan hier niet om heen.
Het heeft dus geen zin om uit te loggen. Maar het alternatief is heel wat
moeilijker: online blijven en je rekenschap geven van de contingentie en broosheid van het medium –want het is door mensen gemaakt. De oude grote
verhalen zijn voorbij maar nieuwe grote verhalen zetten zich ongestoord door
in onze dagen. Ze bepalen het aanschijn van ons leven en samenleven, en
daarvan dienen we ons minstens bewust te zijn. De volle aflaat vanuit Rome
heeft moeten plaats ruimen voor de volle aflaad (of download) van het
Internet. Hoera, we zijn bevrijd. Maar zijn we ook vrijer geworden?