Eerbied voor het leven

06/04/2001
Frans Van der Weyden
[email protected]

Geef uw mening op deze reactie

Persoonlijk treed ik het standpunt bij van de kerk en van de Pausen vandaag, in de mate we dat al kunnen kennen - wij weten immers niet wat Johannes-Paulus de 24ste of 36ste ter zake zal zeggen of laten schrijven. Het basiscriterium is en blijft - vermoed ik -: 'Eerbied voor het leven'.

Dat is abstract geformuleerd, meerzinnig en onzinnig, als je wil: een dubbele abstractie! Maar wat betekent dat concreet, praktisch, in ons alledaags denken? Als gelovige probeer ik te begrijpen, naar analogie en menselijke mogelijkheden, wie God is en wat Hij of Zij bedoelt. In de christelijke lering (Catechismus) leerde ik destijds: "God bestaat, Hij is Vader, Zoon en Geest". Dat is een zaak van vrije keuze en geloof, "Pistis" zegt Paulus, van "gezond, gelovig vertrouwen". Dus geen noodzaak noch verplichting. Christus heeft toch zijn mensen vrijgemaakt? En volwassen denk ik als volwassene, zei Paulus. Niet meer als onmondig kindje.

Ik vermoed dat nooit enig wetenschappelijk onderzoek zal in staat zijn te bewijzen dat God bestaat, of dat Hij niet bestaat. Welnu, wat wij leerden, probeerden wij te begrijpen: maar onze menselijke intellectuele mogelijkheden zijn zo klein, als het schelpje waarmee dat kindje de zee in zijn putje wou scheppen, volgens Augustinus.

Ik leerde het zo begrijpen: Er is in een andere paritaire realiteit, een onzichtbare en onkenbare, een bestaansorde of op een ander vlak, een principe, dat een relatie met mensen onderhoudt. Wij kunnen dat ondervinden, vermoeden, het trachten uit te drukken (antropologie; zie Leo Frebonius of Willem Dilthey en de fenomenologische school van Edmund Husserl).

Wij mensen leerden spreken, en onze gedachten vorm geven in taal en mythen (mythologie, beleving en bezinning erop, zie o.m. Rudolf Bultmann, en zijn ‘Entmythologisierung’, niet beestachtig wegwerpen, maar de oorspronkelijke betekenis en zin trachten te herontdekken en te valoriseren in de praktijk.

Als we niet absoluut zeker kunnen zijn van God en zijn bestaan, moeten we leren verantwoord te kiezen: kiezen voor God, of voor het alternativum, voor onszelf, als voornaamste beginsel in eigen bestaan. Dat is belangrijk. En die keuze trouw bewaren en verantwoorden.

Ik vermoed dat wij kunnen kiezen en mogen zeggen dat God Vader is, nl bron en grond van ons bestaan nu, en ons leven. We kunnen Hem denken als Vader en Moeder, als diegene die leven geeft, en een zoon voortbrengt, die als kind komt leven met ons. Incognito. Wij vinden dat Kind van God terug in Jezus Christus, vandaag, en wij zeggen analoog "Jezus Christus is de Zoon van God", die aanwezig komt, en van ons allereerst eerbied verwacht, eerlijkheid en vriendelijkheid. En die eerbied betreft ten volle elke andere mens, Gods kind door geboorte, die ons tegemoet komt, die tegen ons aanloopt. Die merken wij op met zijn vraag om liefde. Kunnen wij die opbrengen? Dan dienen wij eerst en vooral die andere te zien staan, te erkennen zoals hij of zij is, en lief te hebben. Maar die liefde komt feitelijk niet van ons, die is een bovenmenselijke realiteit, een geschenk van GOD, dat wij niet kunnen dragen.

Die ervaringen van de realiteit buiten, waar wij aan vast liggen als met onbreekbare voetboeien ("in Compedibus" zegt Agustinhus), noemen wij analoog "Vader, Zoon en Geest" en laat ons toe te kiezen voor God, voor de andere mensen, en er de verantwoordelijkheid voor op te nemen, vanaf zijn of haar ontstaan tot zijn sterven. Alleen die eerbied geeft zin en waarde aan ons eigen leven, dat wij gratis gekregen hebben, ongevraagd, en mogen toevertrouwen aan Hem of Haar, God. Vader of het begin van het bestaan; Zoon, zijn Kind, dat wij aantreffen voor ons, in ons leven, onverwacht, vragend; Geest of De Liefde: "God is Liefde", de band tussen God en Zijn Zoon.

Die oergedachten vond ik inzonderheid bij Prof. Jozef Nuttin (filosoof over persoonlijkheid), bij Mgr. Heylen (moraaltheoloog), Antoon Vergote (linguïst en theoloog) en pater De Graeve (jezuïet, antropoloog). Ook bij Wardje Poppe, in zijn Eucharistische Methode.

Let op: christen of katholiek kun je niet worden, niet zijn: dat zijn eerder eindpunten van een levensweg. Beweren dat men dat al is, is dwaas: dat is statisch denken, meestal een teken van ernstige psychische ziekte, nl. fanatisme. Dat beweren alleen al, getuigt van een domme pretentie, die leidt tot misverstanden: daardoor zijn beide woorden vandaag ontaard tot scheldwoorden, verwijten van hypocrisie en oplichterij. We leren beter dynamisch denken.

In elk geval, ik vermoed, statisch en dynamisch, dat allereerst een houding van eerbied de enige grondslag kan zijn van elke ethiek en moraal, zowel lekenmoraal als confessionele: daar kunnen we steeds een vertrekpunt vinden. Elke barrière overschrijden.

Ik heb heel wat dames, moeders ontmoet, die geblokkeerd werden door een abortus, en die dat niet konden van zich af zetten, en er verschrikkelijk onder leden, vooral als zij vooruitgingen in jaren. Zij beeldden zich steeds dat kindje in, dat hen kwam bezoeken, vragen stellen, helpen in hun lijden of verdriet. Die abortus had een blijvend trauma geslagen, en vernielde hun leven. Sommige zelfs hadden een misval gehad, en voelden zich schuldig, veroordeeld. Zij leden daar onuitsprekelijk onder. En er was geen mogelijkheid om die mensen adequaat te helpen. Ze konden zichzelf niet helpen, en stonden machteloos voor zichzelf. Ten onrechte, maar ze konden het niet inzien, het gevoelen was sterker. Zelfs vermoed ik dat Anna A. Terruwe daar voor een muur zou staan, of Françoise Dolto, die geen Ersatz aanbieden zoals Freud en anderen.

Ooit zei ooit een Vader (dominee) van de Oud-Katholieke kerk van Mgr. Van Bommel mij heel vertrouwensvol: "De Katholieken, dat zijn onkuischgschaards!" Mogelijk is dat juist, in die zin, dat wij, mensen, ziek zijn aan eigen verbeelding.

Wij lezen de heilige Schrift, en vooral de bijbel, met goddeloze, zeg maar "heidense" (van heide en wei) ogen, te kinderachtig. Welke onzin maakten ze (of wij?) onze kinderen wijs om ze klein te houden, nuttige idiootjes. Tony Anatrella raadt aan om als volwassene de fopspeen weer ter hand te nemen, liefst een gebruikte. Anders staan we overal bij met open mond, waar iedereen instopt of uithaalt waar hij van af wil. Dat gaat niet zo gemakkelijk met een fopspeen, met een stevig plaatje aan. Dan leer je proeven en kiezen, of uitspuwen. Daarzonder maakt straat en café je mond tot vuilbak van de hele buurt.

Dat is een heel summiere reactie. Kan U wat uit deze informatie gebruiken? Wenst U referenties naar publicaties?

Geef uw mening op deze reactie


 Terug naar reactie 3-1-1-2
Terug naar reactie 3-1-1-2