Religieus op de barricade, van gevangenis tot paleis

Frei BETTO

In het TGL (Tijdschrift voor Geestelijk Leven) nummer van januari-februari 2004 verscheen een interview van Luc Vankrunkelsven met Frei Betto. Het handelt vooral over diens spiritualiteit. 
Reeds in 1982 publiceerde TGL een themanummer over: Frei Betto. Gebed in de strijd (september-oktober, 1982, 112 p.) 

Beide TGL-nummers kunnen besteld worden door onderstaand formuliertje in te vullen en op 'Verzenden' te klikken. Voor beide bedraagt de prijs 3,8 euro (verzendingskosten inbegrepen). TGL-abonnees krijgen het januari-februari nummer van 2004 uiteraard sowieso toegezonden.

Hier alvast enkele stukken uit het nieuwe interview.

"Bidden is in samenklank met God treden. Er zijn vele manieren om dit te doen en je kan niet zeggen dat de ene vorm beter is dan de andere. Er zijn individuele en collectieve gebeden, gebaseerd op formules of spontaan, gezongen of gereciteerd. De psalmen bijvoorbeeld zijn poëtische gebeden, waarvan ongeveer honderd gedichten smeek- of klaagpsalmen zijn. Vijftig zijn lofpsalmen. Wij, westerlingen, hebben problemen om te bidden, omwille van ons rationalisme. In het algemeen blijven we op de drempel staan van wat ons voert tot gebed, gestoeld op gevoelens (muziek, dans, het bewonderen van glasramen of landschappen) of op de rede (formules, lezingen, reflecties, etc.). Bidden is de liefde binnentreden. Zoals bij een koppel zijn er niveaus van diepgang tussen de gelovige en God. Er zijn er die bidden als een verliefde, die alsmaar spreekt in het oor van de geliefde. Alsof God doof is en dom. Het lijkt op die tante die belt en veel praat, zoveel dat mijn moeder de telefoon neerlegt, het eten in de kookpotten roert en terugkeert zonder dat de andere kant haar afwezigheid aan de hoorn merkt.

Jezus suggereerde om de woorden niet te vermenigvuldigen. God kent onze zorgen en noden. Jezus zelf, zegt het evangelie, hield ervan om zich op eenzame plekken terug te trekken om het gebed binnen te treden. "Jezus was op de berg om te bidden. En hij bracht heel de nacht door in gebed tot God" (Lucas 6,12). In het gebed is het nodig om zich aan God over te geven. Toe te laten dat hij bidt in ons. Als we weerstand hebben tegen het gebed, dan is dat dikwijls omdat we de oproep tot bekering vrezen. Stilvallen tegenover God is stilvallen bij zichzelf. Zoals in een spiegel zien we in het bidden ons eigen gelaat: rimpels van verdoken egoïsme, opgehoopte wrok, verinnerlijkte nijd, vastgeroeste verslavingen. Vandaar de neiging om niet te bidden of gebeden te maken die ons niet binnenste buiten keren.

De mystici, meesters in het gebed, suggereren dat we zouden leren mediteren. De geest leegmaken van al onze fantasieën en ideeën om de adem van de Geest in de stilte van het hart te laten binnenvloeien. Het is een oefening, die de mystieke literatuur leert. Maar het is nodig om hier, zoals Jezus, tijd voor uit te trekken. Zoals de relatie van een koppel verschrompelt, als er geen momenten van intimiteit zijn, zo gaat het geloven ten onder als we ons niet verzamelen in gebed.

We bidden om de liefde te leren, zoals Jezus liefhad. Alleen de kracht van de Geest verruimt het hart. Nochtans wordt het leven van gebed niet geëvalueerd op de momenten dat we ons aan haar overgeven, maar door de vruchten in het dagelijkse leven: de waarden zoals verwoord in de zaligsprekingen van de Bergrede (Matteüs 5,1-12). Zoals daar zijn: reinheid van hart, onthechting, honger naar gerechtigheid, medelijden, onverschrokkenheid in de vervolgingen, etc.

Bidden is zich laten beminnen door God. Het is de stilte van God laten resoneren in onze geest. Toelaten dat hij in ons woont. Zonder te vervallen in farizeïsme van te denken dat mijn gebed beter is dan dat van de ander, zoals die farizeeër tegenover de tollenaar (Lucas 18,9-14). Wie bidt, hoort te handelen zoals Jezus zou handelen, zonder de conflicten te vrezen die voortvloeien uit de keuzes die tegenover de antiwaarden staan van de consumistische en individualistische maatschappij, waarin wij leven.

Bidden is zichzelf binnenste buiten keren. Gecentreerd op God, decentreert de bidder zich op de anderen en zijn leven drukt de vreugde uit van te beminnen, omdat hij zich bemind weet. Om Job te parafraseren: vóór het bidden ken je God door ‘te horen spreken’. Daarna door eigen ervaring. Wat Jung bracht tot de uitroep: ‘Ik geloof niet. Ik weet.’

Ja, de twee zaken waar ik het meest van hou zijn bidden en schrijven. Minstens één uur per dag God laten ‘bidden’ in mij. Vijfentwintig jaar later, blijft 'Gebed in de strijd' niet alleen een tekst die actueel is, maar met een voorstel voor de toekomst. Want ik geloof dat wij, christenen, weinig bidden en – in het algemeen - op een erg formele manier. Zonder voldoende innerlijkheid. De grootste uitdaging van onze spiritualiteit is niet geloof te hebben ín Jezus. Het gaat er om te geloven zoáls Jezus."

Voor het volledige interview kan u terecht in TGL januari-februari van 2004. Het kan besteld worden via onderstaand bestelformulier. U kan natuurlijk ook schriftelijk, telefonisch of via epost contact opnemen met het secretariaat van TGL:
Ravenstraat 98
, B-3000 Leuven 
tel. (+32) 016/240194, fax (+32) 016/240197
e-mail: [email protected]

Naam :

Straat :   Nr :
Gemeente : Postcode:
Land :

Telefoon :    Fax :

Email :

Nummer(s) die u wilt bestellen (u mag er meerdere aankruisen)

Frei Betto: 'Gebed in de strijd. (TGL-themanummer uit 1982)
TGL-nummer januari-februari 2004 (met het interview van Luc Vankrunkelsven met Frei Betto)

Hier kan u ook nog een eventuele reactie, toelichting of vraag kwijt :

 


 

Terug naar homepage
Terug naar startpagina