Word niet bang
31/05/2002
Frans Van der Weyden
[email protected]
Dank U. U komt werkelijk op de
drempel, waarop een echte theologische
reflectie noodzakelijk wordt. Je vraag raakt uiteindelijk de kern van ons
leven in God, vermoed ik. Maar een echt theologische benadering vraagt wel een
heel boek, een duizendtal bladzijden, om Uw vragen te benaderen.
Daarbij, Uw briefje klinkt bijna als een wanhoopskreet, van wie in een afgrond
gaat storten. Rabbi Nahman zegt: "De brug, uw weg, is wel heel eng, maar
essentieel is, dat je niet bang wordt."
Wenst U een "antwoord", of een reactie?
Mag ik voorstellen: Liefst op jouw drie punten: Niet dat ik het zomaar weet, het
gaat meer om vermoedens, het is meer een mogelijke opening van hoop en
vertrouwen. U mag het gerust negeren.
Mag ook dat woordje vrij persoonlijk?
- 1. Heel verwonderd je bijdrage opgemerkt: Je zegt "moet"?
Moeten? Mag ik je om excuses vragen, want echt, jij moet niets. Een kind van
God, een kind van de Kerk van Jezus Christus, is totaal vrij, algeheel vrij: jij
moet niets. Maar jij mag veel, en je kan veel, bovenmenselijk veel, op het vlak
van de
liefde: daar kan je, en mag je onschatbaar veel, want Zijn liefde stuwt je
vooruit.
En dat gebeurt dagelijks aan de hand van Maria, zijn Moeder, die Hij je nu
geeft, het hart der Heilige Drievuldigheid. Besef je wel hoe machtig sterk je
bent in Haar? Heb je dat ooit uitgeprobeerd, samen, b.v. in een Marialegioen?
Als christen ben je bevrijd, dus totaal vrij, en moet je dus niets. Als christen
is er voor jou maar een enkele verplichting, namelijk de Liefde. En in de Liefde
mag je dus heel veel, kan je onwaarschijnlijk veel.
Het enige, wat je als mensenkind-in-Gods-Hand moet, is gelukkig zijn, en
andere mensen gelukkig maken.
Of je een christen bent, ... dat blijft wel een open vraag: Ook voor mij.
Want een christen is Iemand, in wie de verrezen Jezus Christus leeft en
werkt, denkt en handelt, bidt. Chistenzijn is geen mensenwerk: wij kunnen er
niets aan doen noch veranderen, het is Zijn werk. Mensen kunnen dat enkel in
dankbaarheid aannemen, verwonderd, ontroerd en gelukkig.
Immers, als God bestaat, dan is zijn Liefde onverwoestbaar en aanstekelijk.
Wacht je dus wel voor alle tafelspringers, schreeuwers, die komen bluffen met
"hun geloof", hun "christenzijn", of "hun
Godsdienst": het zijn naïevelingen,
domme leugenaars en bandieten: Sullen met drie nullen. Dwazen die ander mensen
vernederen ... Waar gekken onder speciale hoeden met hun gat staan te schudden,
met hun boekje in hun hand staan kabaal te maken en te brallen, blijf daar
liefst weg. Zijzelf noemen dat "bidden" maar het is clownerij. Of waar
mensen op hun buik liggen met hun neus in het zand naar de wolken te protten ...
blijf daar weg.
Voor God ben je een kind en heb je een plaats op zijn schoot tegen zijn Hart,
in het Hart van Maria, Zijn Moeder.
Ik weet niet of ik christen ben, maar ik hoop het, ik vertrouw op Hem dat Hij
het waar maakt in mij, ook al zou mij dat heel wat kosten, heel wat lijden
meebrengen misschien. "Wees maar niet bang ..." zegt Jezus
herhaaldelijk.
Wie achterom kijkt, naar beneden kijkt, komt in groot gevaar te vallen.
- 2. Je zegt: "Het bidden is mij vergaan?"
Toch geen verwerping, geen wanhoopskreet, denk ik? Zeg liever: Oef! Gelukkig!
Dank God, daar ben ik van af! Je bent op goede weg. Want 'Bidden' kan je immers
niet. Hij alleen kan bidden in jou, nl. actief éénzijn met Zijn Vader in
Liefde. Hij alleen kan iemand meenemen in 'Zijn gebed', als die mens dat gaarne
heeft, en het laat gebeuren. Maar Hij eerbiedigt elk mens absoluut. Niet ik bid,
maar Christus bidt in mij, ... hoop ik. Anders kraam ik maar onzin uit en doe ik
zotte toeren. En Christus bidt niet alleen in ons, Hij neemt andere mensen
daar in mee op, soms de meest onverwachte. Want in Hem bidt niemand ooit alleen.
Is niemand ooit alleen.
Al dat ander gebed in kerk, op bedevaart en groep, is vertoon, show, comedie...
mensenwerk, dus leugen en bedrog: doe daar nooit aan mee, want dat wordt gauw
'mensen overschreeuwen', wat weer direct leidt naar dominantie, minachting en
broeder- of zustermoord.
Dat in de 'gemeenschap van Christus' dan toch 'gebeds-samenkomsten, momenten en
teksten' zelfs "bedevaarten" gekomen zijn, is niet voor het bidden
zelf, maar voor de catechese, de parenese, voor kinderen en zwakken. Het zou een
sociale uitdrukking moeten worden van wat in mensenharten gebeurd is, die gang
van duister naar licht. En ook omwile van het samenzijn in vreugde, van de
schoonheid en van de kunst.
Enkelen misprijzen dat, maar beseffen niet hoe onmenselijk dom en laf ze zelf
daarmee worden. Ware godsdienst is de grootste promotor van alle menselijke
expressie, van alle kunst, van alle opbeuring, van alle schoonmenselijkheid, een
brug over alle menselijke verscheidenheid, over alle menselijke verscheurdheid.
Barbaarsheid is nooit een vrucht van godsdienstigheid. Alleen valse religie
openbaart zichzelf in onmenselijkheid, in barbaarsheid, en maakt slachtoffers.
Waar echte kunst ontbreekt kan ook geen eredienst zijn, geen echt gebed. Niet
wat mensen doen is belangrik, maar hoe ze dat doen, hun intentionaliteit. Hoe
dan ook, wij blijven altijd mensen, en wij hebben een "taal" nodig,
een spraak en moedertaal, om te kunnen spreken, om te kunnen liefhebben.
Voor die zwakke broers en zussen, waar men zelf ook nog bij is, is men het
gaan 'spelen', het gaan verwoorden, maar het echte gebed zelf gaat veel
dieper dan woorden en gebaren. "Gij badt op enen berg alleen, en Jezu, ik
en vind er geen ..." dichtte Guido Gezelle.
Sommige dwalende mensen zagen, dat ze daarmee konden indruk maken en geld
verdienen: zij hebben de catechese en het gebed misbruikt als middel tot
persoonlijke verrijking, en van indoctrinatie, uitbuiting van andere mensen.
Trouwens, dat is heel veel met de hele liturgie gebeurd. Spijtig, maar dat
gebeurt: Het beste werktuig kan iemand als een wapen gaan gebruiken. Het eerste
"teken" in onze westerse geschiedenis zijn een hamer en bijtel:
Narmer.
Maar dat misbruik kan overwonnen worden in liefde, in medemenselijke
genegenheid, door oprechte vriendelijkheid, in eerlijke eerbied voor elkaar. Als
christen ondervind je wat van je verwacht wordt, en hoe je hart geopend wordt,
hoe je plots ziet, leert onderscheiden, juist handelen.
"Heb mij lief" zegt Maria, "hebt mijn kind innig lief". En
in wie dat kind dagelijks, nu, voor ons staat, dat zien wij niet zomaar. Om dat
te kunnen zien is er een schouderduwtje nodig. Als ik de TV afzet, vraagt Jezus
dikwijls: "Frans, hebt ge Mij gezien!?" "Expertus potes
credere" zegt Thomas, "als je het zelf ondervonden hebt kan je gaan
geloven." Hij vertoont zich aan iedereen ergens elke dag opnieuw.
Onder de oorlog vernam ik, van klasmakkers, dat in Merksem-Antwerpen een jongen
gedtorven was, en dat zijn leven, dood en begrafenis een groot teken waren
geweest, een lichtpunt in die donkere tijden: Herman Wijns.
Ik weet uiteraard niet of God bestaat, of Jezus ooit gestorven is voor
ons allemaal ... maar dat kan niemand weten noch bewijzen. Maar evenmin kan
iemand mij het omgekeerde bewijzen. Herman zegde tegen zijn moeder: "Als je
iets te vragen hebt aan Jezus, zeg dat dan tegen mij; ik zit er het dichtste
bij." Hij was misdienaar. Nu gebeurt het nog dat ik denk; "Hermanneke,
als gij mij hoort, kom dan even, en breng Jezus mee, ... bid dan met Hem en mij:
"Vader, Onze Vader, die in de hemelen zijt ..."
Komen wij zo dan tot gebed? ... Naïef? Dom?
En bij Herman zijn er later velen bij gekomen: Fernand, Paul, Guy, Bernard,
Erwin, Jean, Sien ... En ook zeer veel grote mensen, te veel om op te noemen. Ik
heb veel mensen heilig zien leven en sterven, die het zelf niet wisten. Ik blijf
bij hen, en zij blijven bij mij, zij bidden met Christus: "Vader,
Onze Vader in de hemelen ..." Bidden is niet wat dan ook doen, het is er
zijn.
Denk aan de Pastoor van Ars, die achter in de kerk een man zag zitten, en
vroeg: "Wat doet gij hier, vriend?" En de man antwoordde: "Il me
regarde,
et je le regarde ..." Of aan Priester Edward Poppe, die zegde: "Een
uur voor het Allerheiligste zal je wijzer maken dan honderd boeken ..."
Ik vraag me dikwijls af: Is dat nu echt? Heb ik dat nu echt beleefd en
ondervonden? Beleef ik dat nu werkelijk, of beeld ik me wat in? Zijn dat geen
omfloerste leugens, zelfbedrog, dwaze gevoelens en sentimenten, verzinsels, ...
losse woorden? Woorden die wegwaaien en doden ...
- 3. 1. Het grote probleem van de Heilige Kerk, bedoeld als de KuriakS:
De Kerk is het Lichaam van Christus, wijzelf dus, de mensen in Hem,
verkeerdelijk voorgesteld als "Het Volk".
Eerst en vooral: "volk" is een collectivum, een "woord", een
menselijk begrip,
een abstractie, een voorstelling en intentionaliteit ... wat niet in God
plaats vindt. God is uiterst klein, zo pico-microscopisch klein, dat Hij elk
trillend snaartje in elke molecule, in elk element van de stof, van de 'Quarks',
bezielt, gezien in de zoeklijn van Einstein.
Ik denk veel na, b.v. over de voorbije "Witte Mars". Duizende witte
ballons.
Maar als nu, met een knip van Gods Vinger, alle ballons, die in handen waren van
misbuikte kinderen of hun misbruikers "zwart" werden, wat zouden wij
dan zien? Een zwarte massa? In ieder geval een echt grijze massa!
Maar denk nu even na, waarom 'zien' wij altijd zo 'zwartgallig'? God immers
ziet geen massa 'volk', maar enkelingen, mensen, ieder met zijn ballon.
En ieder mens in zijn ogen is een bloempje, elk met eigen kleur en waarde.
Heel die menigte wordt een bloemenzee, in de veelkleurigheid van de regenboog,
elk bloempje zeer mooi, lief en stralend. Waarom zijn wij zo kleurenblind als
stieren, dat wij alles zien in wit-zwart? In mono? Dat wij daar staan te 'bullyen',
te 'moren' langs de levensweg?
Denk nooit in categoriën van wit-zwart, groot of klein, van Baas en Knecht,
heerser en slaaf, slavin, ... van "Upstairs-Downstairs", van rassen en
kasten,
klassen ... dat is louter schijn: dat zijn weerspiegelingen ... sidderingen of
trillingen van waardering of minachting, die voorbijgaan.
Is de actuele situatie in de geschiedenis "wit-zwart? B.v. in
Palestina-Israël,
in Soedan ... in zovele landen, waar kinderen alle liefde en aandacht moeten
ontberen, als vee verkocht en verhandeld, verminkt en misbruikt worden? En dat
nog wel, zogezegd om God eer te bewijzen, dus om religieuse motieven?
Godsdienst, religie is wel de ultieme leugen en moord?
Omdat ze hun Godje gaan tellen op hun vingertje en gaan "groot"
noemen, meer dan twee meter, Gadool of Akbaar ... Dat kunnen mensen alleen maar
met een afgodje. En elk afgodje vraagt zijn offers, vraagt bloed van ander
mensen, maakt uitgeslotenen en vijanden. Bij alle afgoderij hoort Feinddenken en
zondebokkenjacht.
Waar je opmerkt dat er maar ene enkele vraag is, daar heb je volkomen gelijk.
Lode Zielens zaliger formuleerde het, in een heel boek, met ontelbare
vraagtekens, als volgt: "Moeder, Waarom leven wij?" Dat is wel niet om
dood te gaan van honger, in isolatie en slavernij? Dat is niet om met mitrailletten
rond te slepen en mekaar overhoop te schieten? ... Moeder, die ons het leven
geeft, zeg jij het ons.
- 3. 2. Kerk vandaag,
waarheen?
Dat is ook de vraag die wij, in vele vormen, al vele generaties lang, aan onze
Moeder de heilige Kerk stellen ... en daar is geen antwoord op in woorden. Maar
wel in daden, in genade en in de realiteit.
Toen wij daar stonden, in '45, tussen de puinen van het verleden, viel onze
gids van tijdens de oorlog weg: Pius XII stierf en liet ons verweesd achter.
Toen kwam Johannes XXIII. Die gaf ons de raad te "herbronnen", ons te
heroriënteren: de bronnen van onze hoop en onze liefde op te frissen. omdat
Jezus zei: "Duc in Altum", ga naar het diepe, terwijl zij al zo diep
onder
het zeeniveau stonden, in dat uitzichloos diepe gat in de aardkorst ... Vol
enthousiasme zijn we daar toen aan begonnen, vertrouwend op de Heilige
Geest, dachten wij, ... maar we hebben niet geluisterd. Ook Joannes XXIII
stierf veel te vlug. Sommigen bleven zoeken in de periode van Pius X, maar
verdwaalden in het moeras, met "les prêtres ouvriers", met Mgr
Lefevre, met zo veel andere lieve broers en zussen.
Anderen zwoeren bij Trente, en onze pastoor verbood mij nog mis te lezen
in onze parochiekerk: "Die dwaze paardengedachten van jou zijn
veroordeeld!" zei hij triomfantelijk. Hijzelf verzonk in een soort
neo-thomisme, van Mercier, dacht hij, en bleef plakken in de tijd na
Thomas-Suarez. In loze
theologische formuleringen. En met de jaren werd de verwarring erger, toen
ijverige jezuïeten met kalashnikows gingen rondlopen (b.v. Pater Osuna,
... )
Jezus gebiedt wel de andere wang aan te bieden als iemand je aanvalt, maar zij
volgden eerder Pater Lievens, die een schulden-werkslaaf ging vrij kopen bij een
rijke Bramaan. De pater kreeg prompt een klap om de oren, met de woorden:
"Jouw leraar heeft toch gezegd: "Als iemand je op de rechter wang
slaat, bied dan ook de andere wang aan." Pater lievens bood zijn andere
wang, en de bramaan sloeg een tweede keer. Toen deed de pater zijn toog uit,
hing die aan een staander, en zei met een grote glimlach: "Ziet ge, daar
staat pater Lievens, ... maar hier staat Constantje, die zijn kameraadje
verdedigt." En hij gaf de bramaan een geduchte rammeling. Tot die smeekte
om op te houden. Zij lachten allebei, en de bramaan bekeerde zich. De slaaf, de
kleine jongen, werd priester, maar ondervoed en kapotgewerkt, stierf hij heel
jong. Hij heette Kerketta, meen ik, Bosduif.
Of, is dat misschien een puur verhaaltje? Mogelijk. In elk geval een oerbeeld.
Ook die Paters Jezuïeten, die goede jongens, die afgeslacht werden met
Mgr Romero, door guerrilleros en door doodseskaders: zij stierven naast Jezus
aan het kruis. Jezus, die toch ook stierf met twee moordenaars naast zich, ...
en ene direct meenam naar zijn paradijs. Misschien wel allebei, ... zijn
"in compedibus", zoals Augustinus zegt, die "met Hem bij hun
voeten aan elkaar geketend waren". Samengenageld waren. Moeder, waarom
leven wij?
Mogen of kunnen wij besluiten: Ik vrees, dat wij al vele jaren afdwalen van het
ware geloofsvertrouwen en Liefde, omdat we proberen de klok gelijk te stellen
met de geschiedenis, die wij als wit-wart willen zien, monochroom. en
monodimensieel. Omdat we hardnekkeg met anderen "verkeerdelijk"
proberen te verwezenlijken, wat we niet kunnen. Koppig ons weren tegen wat Johannes
zegt in zijn eerste brief, hst 4 vers 7 en volgende. Wij wagen het steeds weer
in elk van onze Beith-Hasjefer, onze "leerhuizen", waarvan we meer
verwachten dan die ons kunnen geven, terwijl de ware bron
naast onze weg ligt: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven", zegt
Christus. ... In het Nederlands "Ik ben voor jou de enige weg naar het ware
leven", want, als jullie zo verder gaan, zullen jullie allen omkomen. Maar
kom, wees niet bang, kom toch over je brugje, volg Mij ...
Bedoelde Joannes XXIII echter niet, dat we ons zouden bezinnen op die andere, de
"haakse", de tegengestelde dimensie van de tijd, van ons bestaan en
denken, die dimensie van het 'eeuwig-nu' doorheen alle wisselvalligheden van de
geschiedenis?
En zo komen we tot de kern van het geloofsleven van een Christen: een Christen
is een mens in wie Christus woont, huis houdt en bidt. Niet wij, mensen, bidden,
maar Christus bidt in ons, en daarvan worden wij ons vroeg of laat bewust: we
leren het beseffen, in liefde.
Jezus zelf heeft mij leren bidden als kind. Waarom? Hoe? Ik begrijp het niet.
Ik heb het niet gezocht en niet gewenst. Het is gewoon gebeurd, zomaar.
"Wat je ondervonden hebt, kan je geloven." zegde Thomas toch.
Daarzonder kan je theorieën opbouwen en verkopen, veel lawaai maken ... hele
boeken vol schrijven, maar zonder resultaat. Je kan evengoed een kei het vel
afdoen.
Mogelijk vergis ik mij, bouw ik fantasmen uit? Ik heb Freud, Adler en Jung
gelezen, maar ben er niet veel wijzer uit geworden. Dat lijkt zo onvolwassen,
Zij doen als kindjes die met speelgoedtreintjes spelen. De realiteit stelde
mij telkens weer voor andere vragen, andere opgaven, elke dag opnieuw.
Ook vandaag nog.
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.