En toch...
3/5/2000
Patrick Ludikhuyze
[email protected]
Is het niet het voorrecht van de gelovige God te herkennen in de hulpbehoevende?
Een gelovige kan zijn caritatieve medemenselijkheid duiden (en dat is, denk ik, net 'de sprong') als zijn relatie tot God.
Hij kan putten uit, steunen op, zich gedragen voelen door die God. Is dat niet de rijkdom van de gelovige?
Maar een gelovige die (enkel) het Rijk Gods wil realiseren in die 'andere' wereld ... vervalt die niet in het 'MIJN hemel verdienen'? Doet hij dan goed omdat hij wil of omdat hij moet (of verondersteld wordt...)?
Persoonlijk denk ik dat het erop aankomt te DOEN (en ik vind ook van mijzelf dat ik te weinig DOE), hier, nu, vandaag, want van Loven en Eren wordt mijn Naaste niet beter...
En, al blijf ik zelf (voorlopig) trouw aan de zondagse Eucharistie, ik blijf het onvoorstelbaar vinden hoeveel 'gelovigen' daar aanwezig zijn en zich achteraf zonder te verpinken bijvoorbeeld racistisch uitlaten...