Login
Wachtwoord vergetenn
Wachtwoord vergeten close

Nummers

Humor en religie.
Humor en religie. Variaties in vele toonaarden.
Augustus 2009

Geloof en humor lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben. Over de vraag of Jezus ooit gelachen heeft, lopen de meningen uiteen. De ernst in de christelijke traditie heeft in sterke mate het huidige kerkbeeld en de geloofsbeleving van christenen bepaalt. Veel mensen hebben het lachen verleerd en zien geen uitweg. Hoe de kerk zich in de toekomst zal redden, is een vraagteken. Maar haar dienstbaarheid aan de blijheid en vreugde van mensen is een zorg en verantwoordelijkheid van allen.

In dit nummer leest u meer over de band tussen humor en spiritualiteit in zijn vele variaties. Fragmenten uit het Oude Testament, een relaas over Paus Johannes XXXIII, verhalen uit de pastoraal, een strip van Claire Bretécher, enkele religieuze films en een tentoonstelling tonen een voor een dat geloof en religie elkaar wel degelijk verdragen. Ook de typische joodse humor, het boeddhisme en de islam passeren de revue.

€ 7,95
Tijdschrift
nummer 4 / 2009
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace

Art.Nr. 20094
Korte inhoud van dit nummer
Blij geloof D'hert, Ignace

Een van de voornaamste motieven in mijn keuze voor de orde der Dominicanen was het belang dat ze hechten aan een blij geloof. Het moet gezegd, er waren in de kloostergemeenschap waar wij destijds als novicen rondliepen, een behoorlijk aantal blij uitziende paters en broeders. Hun aanwezigheid bevorderde een klimaat dat meer inspireerde tot opgewekte gezichten dan tot kniezen. Er straalde ook iets vrolijks af van dat witte, fladderende habijt. Zelfs de vlotheid waarmee het koorgebed werd gereciteerd, paste in die zwierige sfeer.

Het spreekt vanzelf dat de blijheid om veel alledaagse dingen een religieuze grond had. Om dat te leren begrijpen, waren we nu net in het noviciaat. Deze religieuze vreugde die ons leven droeg, was uiteraard belangrijker dan zomaar wat gewone blijheid. Zij was gegrond in het geloof in de verrijzenis. Deze geloofsovertuiging zou dan ook een centrale plaats innemen in heel ons leven en in de verkondiging waar we ons later aan zouden wijden. Heel verschillend was dit van de somberheid waar andere orden of congregaties zich in hadden vastgebeten. Geen nadruk op de menselijke natuur die zich sinds de zondeval tot kwaad en geweld aangezogen voelde. Veeleer nadruk op de genade, op Gods goedwillendheid voor zijn mensen. Het was fijn dat alles mee te maken. Alhoewel ik het soms wat vergaand vond. Dat was bijvoorbeeld zo bij het overlijden van een confrater. Dan paste er geen droevige sfeer, eerder een feestelijke. Vanuit ons verrijzenisgeloof waren we er toch van overtuigd dat deze confrater in de liefdevolle handen van God zou worden opgevangen? Ik vond het moeilijk je zomaar meteen te kunnen overgeven aan een soort religieuze uitgelatenheid. Maar ik wil dat gerust op rekening van mijn onvolmaakte geloof schrijven.

Zo was de sfeer in de periode waarin het tweede Vaticaanse concilie werd aangekondigd. Ook die verfrissende wind liet de habijten lustig fladderen, niettegenstaande tegelijkertijd steeds meer voor een meer geseculariseerde outfit werd geopteerd. De gesprekken werden ernstiger, heftige discussies deden de gemoederen soms hoog oplopen, uittredingen waren heel frequent. De onschuld van weleer was zoek. Er volgde een lange periode van sombere ernst waarin niemand nog goed wist hoe het verder moest met liturgie, celibaat, kerk en godsgeloof. En hier zitten we vandaag, zorgelijk naar de toekomst kijkend.

Veel mensen hebben het lachen verleerd. Zij worden overrompeld door zoveel kommer en kwel en zien geen uitweg. Hoe de kerk haar vel zal redden, is een mysterie dat noodgedwongen moet worden overgelaten aan hoogkerkelijk helderzienden. Hoe de kerk dienstbaar kan zijn aan de blijheid en de vreugde van mensen mag de zorg en verantwoordelijkheid zijn van allen. Deze inzet kan creativiteit binnen de kerkgemeenschappen wekken. Wellicht komen er onverwachte initiatieven uit voort. Hopelijk kunnen ze de gezichten wat opvrolijken.

Genoeg gezeurd Geybels, Hans

Heeft Christus ooit gelachen? Is er in de christelijke traditie ruimte voor humor of is het allemaal bittere ernst? En hoe bepaalt die traditie het huidige kerkbeeld en de geloofsbeleving van de christenen? We vroegen het aan Hans Geybels, theoloog en woordvoerder van kardinaal Godfried Danneels.

Lachen in boeddhisme en islam Sledsens, Ronald

Humor en geloof hebben meer gemeen dan we op het eerste gezicht denken. Toch tonen de grote godsdiensten vaak het tegendeel. Hoe verhouden humor en geloof zich binnen het het boeddhisme en de islam? Is er reden om te lachen?

Yes, we can laugh. De joodse humor als bevrijdingsstrategie Abicht, Ludo

De alom bekende en gesmaakte joodse humor heeft net als het joodse volk een lange weg afgelegd, via de Diaspora van Oost-Europa naar Noord-Amerika. Filosoof en publicist Ludo Abicht laat zijn licht schijnen over de structuur, achtergrond en bijklanken van de Witz, vaak onweerstaanbaar grappig, maar evengoed met een wrange nasmaak.

Wie de muziek niet kent, kent de dans niet Walton, Martin

Honger naar humor en dorst naar spiritualiteit. Aan de hand van enkele voorbeelden laat Martin Walton ons genieten van een veelbelovend samenspel, een soort geestelijk Pavlov-effect. Moet humor in dienst van spiritualiteit staan of brengt spiritualiteit verdieping in humor?

Humor, het geheim van paus Johannes XXIII Mettepenningen, Jürgen

Paus en humor lijken weinig gemeen te hebben. Een zoektocht naar verbanden is op zich al humoristisch. Niettemin blinken grote leiders vaak in humor uit. Zo ook Angelo Roncalli, de gezellige dikkerd die opklom van diplomaat en nuntius over de zetel van patriarch tot die van de heilige Petrus. Over Johannes XXIII en zijn gevoel voor humor.

Humor in het Oude Testament Eynikel, Erik

Het Oude Testament bevat veel humoristische elementen. Meestal is de humor sarcastisch of cynisch en bedoeld om de tegenstanders te kwetsen. Slechts in een aantal gevallen is de ironie lichtvoetig en speels. Maar altijd wil het de lezer onderrichten.

Mogelijkheden en grenzen van humor in pastorale zorg Vandenhoeck, Anne

Humor wordt vaak gebruikt als instrument om te overleven. Maar humor heeft ook grenzen. Een verkennende bijdrage over de rol van humor in de pastorale zorg binnen de gezondheidssector.

Claire Bretécher en Teresa van Avila. Een gepassioneerd portret in stripverhaal Schwall, Hedwig

Over Teresa van Avila is veel geschreven. Claire Bretécher doet dat op een bijzondere manier in de strip La vie passionée de Thérèse d’Avila. Het gevoel voor humor is niet ver weg. Religieuze lectuur met een bevrijdende lach.

Religie en humor, Nederland anno 2009 Keymeulen, Rita, Scherff, Annemarie

Gaan religie en humor samen? Mag je spotten met religie? Of moet je wat heilig is, ontzien en respecteren? De expositie ‘Religie en humor, Nederland anno 2009’ in Museumpark Orientalis gaat in op dat soort vragen. De tentoonstelling wil de bezoeker bewust maken van de vele gezichten en gradaties van humor over religieuze onderwerpen in jodendom, christendom en islam. Een bijdrage aan het maatschappelijke debat.

Humor in religieuze films De Bleeckere, Sylvain

Is het allemaal bittere ernst in de religieuze tradities of zijn er uitzonderingen? Sylvain Debleeckere bespreekt enkele religieuze films waar het christelijke geloof inspireert om het leven te vieren. De humor is niet ver weg. Het zijn films met een blijvende waarde.

Geestig (column) Verscuren, Ann

Als ik aan mijn liefje vraag waarom hij me graag ziet, zegt hij meestal met een kinderlijk stemmetje: "Dat weet ik niet, dat is gewoon zo". Hij trekt er een dikke onderlip bij en met ogen als een piepende puppy ziet hij er helemaal beteuterd uit. Daar moet ik dan geweldig om lachen. Maar erna zegt hij heel serieus: "Ik zie je zo graag omdat je altijd met mijn grapjes moet lachen. Onder andere."
Hij meent het. En het klopt ook. Ik moet altijd met zijn grapjes lachen. Soms zijn ze lief-speels, soms plagend, soms ronduit choquerend, vaak ook je reinste nonsens. Het zit gewoon in hem en ik ben blijkbaar een dankbaar publiek. Als hij een kinderverhaal voor me leest voor het slapen gaan, doet hij graag 'stemmetjes'. Voor elk personage verzint hij een ander stemmetje. En dan lig ik naast mijn grappige liefje te glunderen. Ik vind hem zelfs geestig. Dat voelt als nog een trapje hoger dan grappig. En, mooi meegenomen, het klinkt ook nog spiritueel. Etymologisch valt er nochtans niets spiritueels uit te halen, maar als ‘schrijfster’ mag ik de dingen toch mooier maken dan ze zijn. Of niet? Zoals de Geest in de Bijbel voor adem staat, voor een verfrissende bries, voor beweging, zo brengt een lach nieuwe adem, ontspanning, relativering. Nee, je kan en mag niemand dwingen om zijn bestaan, zijn ideeën, zijn geloof met een scheut humor te bekijken. Maar het is alsof de wolken opklaren als je iemand ontmoet die 'adem' aan de dingen kan geven.

Een klas jongeren op bezinning in een abdij. Ze luisteren naar het levensverhaal van een van de paters: "Ja, ik had een lief toen ik twintig jaar was en die heb ik laten staan voor het klooster. En ik weet verdorie nog altijd niet of ik nu wel de goede keuze heb gemaakt." Hij zegt het op zo'n toon dat iedereen erom moet lachen en ook hijzelf schiet in de lach. De tieners vinden het fantastisch. Deze man – wiens leefwereld mijlenver van de hunne staat – heeft hen helemaal voor zich ingenomen. Omdat hij zichzelf en zijn keuze kan relativeren. Omdat 'geloven' blijkbaar ook met humor kan. Omdat zijn buik schudde van het lachen en hij daardoor niet boven hen leek te staan. Ze hadden het idee dat 'gelovigen' zo eerbiedig werden bekeken, omdat ze zo ernstig waren. Maar dat maakt hen ook onbereikbaar. Goede humor brengt mensen dichter bij elkaar, was de conclusie van de jongeren. Als dat niet geestig is.

Wedden dat ik vanavond weer dicht tegen mijn liefje aankruip als hij zijn stemmetjes bovenhaalt?

Een gebraden gans Hoogeveen, Piet

Eén ding is zeker: de duivel kan niet lachen. Hij probeert het wel, maar het gaat niet. Op een kapiteel in de Sainte Madeleine in Vézelay trekt hij met zijn lange vingers zijn mond met moeite open tot een zielige grijns, maar een lach wil het niet worden. Lachen veronderstelt vrijheid en vrijheid is niet des duivels.

In de even sprankelende als speelse vertelling van Frits van der Meer, getiteld Paasmorgen, zien we de Verrezen Heer nederdalen ter helle zoals verbeeld op de icoon Anástasis. Adam en Eva, alle heiligen van het Oude Verbond, maar ook de rechtvaardigen uit het heidendom, Homerus, Pythagoras, Orpheus ‘hand in hand met Eurydice’, een schare die niemand tellen kan, verlost Hij uit het dodenrijk. En wanneer de Heer de oudjes Philemon en Baucis heeft begroet, ontstaat er gelach. Van der Meer: “Plotseling lachte ook de Heer; en ik geloof Hij zei iets van een glas water en een gebraden gans, en toen was de ban van het mysterie gebroken. Alles er om heen lachte luidkeels, een onafzienbare vreugde bruiste dooreen, liep als een vuur door de gespannen menigten. De grot van Hades geleek ineens op een grote Spaanse domkerk waarin een ontelbare menigte na de plechtigheid in beweging komt, na het ite missa est juist vóór het leegstromen.” Ik herinner me nog goed, dat toen ik, serieus rooms ventje, dat voor het eerst las van die gebraden gans, me een lichte aarzeling bekroop. Ik moet daar nu erg over glimlachen.

Paasmorgen is van 1959. Ik heb het zeker zes keer herlezen, elk jaar opnieuw in de Goede Week. Ik had zo mijn eigen ritueel. Het was tegelijk de tijd dat er veel veranderde in de katholieke kerk. We hadden ineens een ‘lachende paus’ die zelfs even opdook in een roman van Heinrich Böll waarin hij een ‘wijze oude clown’ heet. “Per slot van rekening was de figuur van harlekijn in Bergamo ontstaan”, aldus Böll. Het was de tijd waarin Fons Jansen met zijn conferences over ‘de lachende kerk’ veel publiek wist te trekken. Alles veranderde in de kerk, behalve nog brood en wijn in het lichaam en bloed des Heren.

Dat lachen, ook over jezelf als kerk, is grotendeels verdampt. Maar hoe kan je in hemelsnaam het goede nieuws brengen zonder af en toe een salvo? Lag het aan de polarisatie? Toen de Nederlandse bisschoppen ooit bij hun collega Gijsen in Roermond vergaderden stond de zaal al snel vol pijp- en sigarenrook. Alfrink wilde een bovenraam open maken, maar kon er niet goed bij waarop hij tegen Gijsen zei: “Je hebt hier toch wel een stok achter de deur staan.” De grapjes zijn verdwenen. De stokken zijn gebleven.

Pauselijke schrijvens werden vroeger uitgegeven in de bekende serie: ecclesia docens (lerende kerk). Het zou mooi zijn als er eens een reeks ecclesia ridens (lachende kerk) kwam. Nou ja, een reeks is wellicht wat veel gevraagd, maar één of twee afleveringen moet toch kunnen. En anders moet de Verrezen Heer zelf maar met zijn gebraden gans ter kerke nederdalen om te voorkomen dat zijn gemeenschap duivelse trekjes krijgt.

Boekbesprekingen

H.M. KUITERT, ‘Dat moet ik van mijn geloof’. Godsdienst als troublemaker in het publieke domein, Ten Have, Kampen, 2008, 14 x 22 cm, 159 p., 15,90 EUR, ISBN 9789025959418

HANS KÜNG, Het begin van alle dingen. Natuurwetenschap en religie, Ten Have, Kampen, 2008, 13,5 x 21,5 cm, 234 p., 19,90 EUR, ISBN 9789025958909

JOS VRANCKX, Geloof als geneesmiddel. De vergeten factor X?, Davidsfonds, Leuven, 2008, 14,5 x 22 cm, 247 p., 22,50 EUR, ISBN 9789085265661

TRUDY DEHUE, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen handen te nemen, Augustus, Antwerpen - Amsterdam, 2008, 14 x 21 cm, 331 p., 24,90 EUR, ISBN 9789045700953

HOGER INSTITUUT VOOR GEZINSWETENSCHAPPEN, Zin in gezin. Kan levensbeschouwing de duurzaamheid van gezinsrelaties bevorderen?, Lannoo, Tielt, 2008, 16 x 24 cm, 312 p., 19,95 EUR, ISBN 9789020980929

BERT ROEBBEN, De speelruimte van het geloof. Getuigenis van een theoloog, Davidsfonds, Leuven, 2009, 22 x 14,50 cm, 110 p., 17,50 EUR, ISBN 9789058265951

KARLIJN DEMASURE, Liefde ingebed. Bakens voor een duurzame relatie, Halewijn, Antwerpen, 2009, 14,5 x 23,5 cm, 144 p., 18,00 EUR, ISBN 9789085280972

Lied van Simeon (Lucas 2,29-32) Staes, Karel

Iedere avond voor het slapengaan zingen monniken het lied van Simeon, de rechtvaardige en vrome man aan wie beloofd was dat hij niet zou sterven vooraleer de Gezalfde van de Heer gezien te hebben. Het is het lied van de gelovige die zich in blind vertrouwen op God verlaat, model staand voor het oude en voor het nieuwe verbond. In Jezus wordt de hoop op voltooiing voluit bevestigd. Met deze hoop in het hart, kunnen we iedere avond de nacht in tot de laatste nacht zich aandient, voor ieder van ons en voor de mensheid. (Lucas 2,29-32 )

Dankbaar trouw in U verankerd,
laat Gij mij geruisloos gaan in vrede
want mijn hart heeft eindelijk gezien
wat ik al zo lang verlang:
Licht in niets dan nacht
verder wijkend Vergezicht