Login
Wachtwoord vergetenn
Wachtwoord vergeten close

Nummers

Jezus ervaren.
Jezus ervaren. Anders of uniek.
Juni 2009

De toenemende contacten tussen religies blijken een positieve interesse voor elkaars leidende figuren te stimuleren. Het is intrigerend hoe andere religies en culturen zich een beeld van Jezus vormen en welke inspiratie ze uit zijn leven en leer putten. Deze confrontatie kan leiden tot een scherpere bewustwording van aspecten die in een christelijke visie niet kunnen ontbreken. Opvallend is bijvoorbeeld de manier waarop de uniciteit van Jezus anders wordt bekeken. Zo is de figuur van Jezus ook in oosterse religieus heel geliefd. Het wordt problematisch als de uniciteit van Christus ter sprake komt. Wie is Jezus Christus vandaag en hoe kan Hij ‘een weg van leven’ over de religieuze en culturele verschillen heen zijn?

€ 7,95
Tijdschrift
nummer 3 / 2009
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace

Art.Nr. 20093
Korte inhoud van dit nummer
Jezus anders bekeken D'hert, Ignace

Het zou een vraag in een populaire tv-quiz kunnen zijn: hoe heten de vier evangelisten? Geen gemakkelijke vraag tegenwoordig! Wellicht moet de quizmaster de ondervraagde wat tegemoetkomen door erbij te vertellen dat het gaat over de auteurs van het levensverhaal van Jezus, dat in de Bijbel staat opgetekend. Meer bepaald in het deel dat het ‘Nieuwe Testament’ wordt genoemd. Wie verontwaardigd reageert op de onwetendheid over een van de grondpijlers van onze westerse cultuur, verklapt daarmee vooral tot de oudere generatie te behoren, tot de kleiner wordende groep die nog enige kerkelijke of religieuze achtergrond heeft.

Het was dan ook verrassend de laatste jaren een nieuwe interesse voor de figuur Jezus te zien opduiken. Niet dat dit voor veel enthousiasme onder theologen zorgde. Want de belangstelling kwam vooral uit de sfeer van de esoterie en de apocriefe verhalen. De commercie had al langer begrepen dat hieruit munt viel te slaan. Sappige verhalen over een relatie tussen Maria Magdalena en Jezus deden de ronde. Er zou zelfs een kind uit voortgekomen zijn. Daar bleef het niet bij. Men ging zich verdiepen in het relationele leven van Maria, de moeder van Jezus. Plots dook allerlei ‘nieuwe’ informatie op, net als speculaties over de manier waarop ze zwanger zou zijn geraakt.

Het kan mensen gekwetst hebben dat er zo lichtvoetig, en met weinig kennis van zaken, over de ontstaansgeschiedenis van de christelijke beweging wordt gesproken. Maar er is vandaag ook een andere strekking, die een meer gedegen belangstelling voor de persoon Jezus van Nazareth toont. Gaandeweg blijken de toenemende contacten tussen religies een positieve interesse voor elkaars leidende figuren te stimuleren. Het is intrigerend hoe ‘anderen’ zich een beeld van Jezus vormen, en welke inspiratie ze putten uit zijn leven of zijn leer. Vaak confronteert zo’n visie je met je eigen opvatting over Jezus. Het kan verfrissend zijn vanuit een andere invalshoek te kijken en het kan leiden tot een scherpere bewustwording van aspecten die in een christelijke visie niet kunnen ontbreken. Een van de verrassende elementen in deze uitwisseling is hoe ‘uniciteit’ in verschillende religies en culturen anders wordt bekeken en begrepen. En dat is nog maar één element dat een uitnodiging bevat om de uitwisseling voort te zetten.

Het colloquium over Edward Schillebeeckx op 17 januari in Antwerpen was een bemoedigende gebeurtenis. Het speciale eerste nummer van deze jaargang dat aan hem werd gewijd, is volop zijn weg aan het maken en moest al worden bijgedrukt. U vindt bij de varia van dit nummer een korte terugblik op het colloquium en een bijdrage over Schillebeeckx’ relatie tot de media.

Jezus van Nazareth, vrome herinnering of kracht ten leven? Van Tente, Marc

Wie was Jezus van Nazareth? Op deze vraag hebben alle religies een verschillend antwoord. Maar wat betekent Hij vandaag nog? En hoe kan Hij ‘een weg van leven’ over de religieuze en culturele verschillen heen zijn? Marc Van Tente getuigt.

Mijn passie voor Jezus. Over de bijzondere relatie tussen God en mensen Schuilenga, Mirjam

In Jezus komen God en mens samen. Mirjam Schuilenga laat zich door dat mysterie inspireren. Meer nog, het geeft haar kracht en energie. Een persoonlijk getuigenis over haar passie voor Jezus.

Jezus in de mystiek Maas, Frans

In de levens van christelijke mystici gaat Jezus uiteenlopende wegen. Ondanks de diversiteit is er een rode draad. Dat God in Jezus Christus mens is geworden, houdt in dat de met God vereende ziel zich niet van de wereld afwendt.

Jezus door de bril van Mahatma Gandhi Wauters, Herman

Honderdveertig jaar geleden werd een van de grootste geestelijke leiders van de twintigste eeuw geboren. Hij kreeg de naam Mohandas Karamchand Gandhi. Later werd hij ook Bapu, vader van de natie en Mahatma, geweldloze vrijheidstrijder. In India wordt Gandhi op dezelfde lijn geplaatst als Krisjna, Boeddha, Jezus en Mohammed. Tot op vandaag wordt zijn visie van geweldloosheid wereldwijd gewaardeerd. Heel wat christenen zien Jezus’ boodschap door Gandhi omgezet in daden. Maar hoe dacht hij er zelf over?

Een Bodhisattva met één leven? Aziatische visies op Jezus van der Velde, Paul

Het christendom, hindoeïsme en boeddhisme vertonen opvallend veel overeenkomsten. Dat blijkt zowel uit de religieuze praktijk als uit talloze verhalen. Ook de figuur van Jezus in de oosterse religies is sterk geliefd. Problematisch wordt het als de uniciteit van Christus ter sprake komt.

Wie is Jezus Christus voor een orthodox gelovige? van der Voort, Theodoor

God laat zich niet in woorden en beelden vangen. Toch is het de enige manier om iets over Hem te zeggen. Voor de Orthodoxe kerk is Jezus Christus een van de hoekstenen van haar geloof. Wie is Hij en wat leert die kerk ons over Hem?

Edward Schillebeeckx in de media Truyman, André

Leonardus Lessius, Hendrik van Gent, Gerhard Ubaghs en Max Wildiers zijn bekende Vlaamse theologen. Toch heeft Vlaanderen nooit een meer vermaarde theoloog gehad dan de aan Nijmegen verknochte Edward Schillebeeckx. Zijn mondiale bekendheid heeft ongetwijfeld veel te maken met de belangrijke rol van de media in zijn theologische carrière.

Schillebeeckx besproken en bewierookt Van den Eynden, Ludo

Nog een schot in de roos. Dat was het colloquium over Edward Schillebeeckx georganiseerd door het Tijdschrift voor Geestelijk Leven. Het was een mooie hulde, met wat wierook en een wolkje kritiek, aan het intellectuele en gelovige avontuur van deze begaafde en hoogbejaarde theoloog.

Brief (column) Verscuren, Ann

Dag Rabbi

Hier is dan eindelijk mijn huiswerk!
Als leerkracht godsdienst liet ik mijn leerlingen een brief aan u schrijven. Eerst moesten ze ter opfrissing een evangelie - uw levensverhaal – lezen. Dan mochten ze u in een brief vertellen wat hen zowel verwonderd als geërgerd had en met welke vragen ze bleven zitten. Natuurlijk was het ook belangrijk om een passende aanspreking voor u te vinden. Die ging van Dag vreemde man, Hé coole gast tot Beste onbekende. Ja, beleefd waren ze eigenlijk wel, en ook helemaal niet zo afwijzend als ik had verwacht. Vooral nieuwsgierig eigenlijk.
Heimelijk vond ik dat ik hun lot moest delen en dus ook mijn pen moest bovenhalen. Ik zat zelfs een beetje te wachten op de dag dat een van mijn leerlingen zou uitroepen: Zeg, mevrouw, waar is jouw brief? Lees eens voor! Maar dat gebeurde nooit, en zonder die externe druk kon ik mijn plan lekker wegmoffelen.

En nu, acht jaar later, zit ik hier toch te tikken. De aanleiding is een bord langs de weg met de boodschap “Jezus leeft!” Zoiets intrigeert me, Rabbi. De uitspraak verwondert me – die stelligheid! – én ergert me, door diezelfde stelligheid. Ik merk dat ik daar een beetje cynisch over ga doen. Ja hallo, Jezus leeft, waar is ‘ie dan? Met zo’n spottende vraag smoor je natuurlijk elke vorm van ontmoeting in de kiem. Nochtans ben ik altijd de eerste om symbolisch taalgebruik toe te juichen, Rabbi, en durf ik rustig zeggen dat een aantal gestorven geliefden ook in mijn hart en mijn herinneringen voortleven. Maar dat is het nu net. Ik vertrouw er niet op dat de idee achter “Jezus leeft” wel zo symbolisch is als ik zou willen. En dan? Mogen mensen dan niet op hun eigen manier in u geloven? Blijkbaar heb ik daar de grootste moeite mee.

Ik vraag me weleens af wat u ervan zou denken, dat u lééft? Misschien moet u er wel om lachen en zegt u dat u wel gelééfd, maar ook veel te vroeg gestorven bent. Misschien streelt het uw ijdelheid dat iedereen op het westelijk halfrond uw naam kent. Het meest waarschijnlijke is dat u er niet te veel van dénkt, maar juist de mensen opzoekt die het bord daar neergepoot hebben. En u zich bij hen zet: vertel eens, wie ben je, wat is je pijn, waar verlang je naar, wat heb je nodig? En als blijkt dat ze ú nodig hebben als hun Redder, spoort u hen misschien wel aan om eens goed rondom zich te kijken, naar hun eigen levende hulpbronnen. Waarschijnlijk wijst u van uzelf weg. Dát, Rabbi, is misschien wel het belangrijkste dat ik als 'hulpverlener' van u heb geleerd: u gaf mensen aan zichzelf en hun omgeving terug.
Die gedachte, die houding, laat ik graag verder leven in mij. Daarom heb ik u ook Rabbi genoemd – leermeester. In andere periodes van mijn leven zal ik u zeker een andere naam geven. Zo groeit u met mij mee en geeft u me wat ik nu nodig heb!

Bedankt dus.

Natuurlijk ben ik ook vreselijk nieuwsgierig naar wat u in een brief aan mij zou vertellen. Maar misschien weet ik dat stiekem al wel. En nu ik dit zo neerschrijf, bedenk ik dat het een spannende huiswerkopdracht voor mijn – toekomstige – leerlingen kan zijn: schrijf een brief 'als Jezus' aan jezelf. Ik ben benieuwd.
Beste groet voor u, Rabbi.

Je leerling, Ann

Que faire? Ducal, Charles

Op een middag verscheen hij in de stad, het gezicht bleek, de jas versleten, als teruggekeerd uit het graf.

Wij stonden opzij, wat verlegen, bang dat hij opnieuw zou gaan preken. Wij hadden een baan en weinig tijd,

maar waren zijn leerlingen geweest, lang geleden. Dus bang voor verraad, sloegen wij hem op de schouder

en konden nog altijd de bijbel citeren en spraken nog altijd de taal van de opstand, het groot ideaal.

(alsof hij nooit dood was gegaan.)

En tikten met spijtige vingers op onze horloges, opgelucht dat hij zweeg, ons nauwelijks herkende.

’s Avonds in de kroeg, de hele bende. Peter bootste hem na (goddelijk): voorwaar, voorwaar …

Het werd laat, de zon kwam al op. Een van ons imiteerde een haan.

Charles Ducal (laureaat van de Herman de Coninckprijs 2007)

Boem, boem, boem… Hoogeveen, Piet

‘Postmerk Londen’ is een boekje van de historicus Johan Huizinga waarin hij briefkaarten en briefjes bundelde die hij in de jaren dertig van de vorige eeuw vanuit de Engelse hoofdstad schreef aan enkele Nederlandse kranten. Ik had het meegenomen toen ik kortgeleden voor enkele dagen in Londen was. Niet onaardig noemt hij zijn indrukken van het Engelse dagelijkse leven ‘journalistieke kattebelletrie’. Het eerste briefje is een luchtige mijmering over de Big Ben die met de rivier de Thames voortdurend in gesprek is. Vanuit zijn hoge positie ziet en hoort de beroemde, in 2009 inmiddels 150 jaar oude, torenklok alles wat er zich ver beneden hem afspeelt. ‘Hij ziet rijkdom en armoe, hoop en wanhoop, liefde en haat, strijd en twist en begeerte. En wanneer hij dan zo een kwartier stil en zwijgzaam geluisterd heeft naar de eindeloze klacht, de eindeloze vreugdekreet en de eindeloze lach van de mensenstad daar beneden, dan eindelijk spreekt hij tot haar die aan zijn voeten ruisend wacht, altijd dezelfde, altijd een ander. Boem…’ Misschien dacht Huizinga daarbij wel aan wat hij zelf veel eerder schreef in zijn meest bekende boek Herfsttij der Middeleeuwen over de bedwelming wanneer alle kerken en kloosters de klokken luidden omdat er einde aan een schisma was gekomen of vrede was gesloten: “Er was één geluid, dat al het gedruis van het drukke leven steeds weer overstemde, en dat, hoe bont dooreenklinkend, toch nooit verward, alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken.”

Ooit las ik ergens, dat tijdens de Franse Revolutie, toen een nieuwe kalender en een nieuwe tijd werden ingevoerd in plaats van het aloude ‘jaar des Heren’, op klokken werd geschoten. Het moest maar eens uit zijn met die luidruchtige traditie. Maar wat er voor in de plaats kwam is zelf al weer een eeuwenoud anachronisme. De sfeer van orde keerde na enkele jaren terug.

Op zoek naar een restaurantje zag ik door een verlicht gotisch raam in een kerktoren, vlak achter de St. Pauls in Londen, drie of vier jonge mensen aan klokkentouwen hangen. Het toeval is nooit ver weg. Wanneer de een het touw naar beneden trok, liet een ander het juist gaan. Verder hoorde je niks. Het was een intrigerende pantomime. Ze waren duidelijk ‘droog’ aan het oefenen. Toen we gegeten hadden en tegen tienen terugliepen naar de Underground hoorden we ineens wel de klokken luiden. Een cascade van klanken daalde neer. Zomaar, gratis en omdat oefening kunst baart.

Terug in Amsterdam waar ik werk. Tussen de middag maak ik dikwijls een ommetje terwijl het carillon van de Westerkerk speelt. Ik voel me even opgetild uit de dagelijkse sores. Het deed Anne Frank in haar achterhuis, pal er onder, ook goed. Klokken wekken herinneringen. Wanneer we op 4 mei in Nederland bij uitzondering twee minuten onze nationale mond houden ter herdenking van oorlogslachtoffers, zie ik het liefst de televisiebeelden van de Waalsdorpervlakte met die sobere houten klokkenstoel. Een sfeer van orde bij alle wanorde. En als ik ooit dood zal zijn, hoop ik op een klok die me uitluidt en die wordt gehoord tot boven de sterren. Boem, boem, boem...

Boekbesprekingen

MARIT MONTEIRO, Gods Predikers. Dominicanen in Nederland (1795-2000), Verloren, Hilversum, 2008, 17,5 x 24,5 cm, 45,00 EUR, ISBN 9789087040307

S. EL BOUAYADI-VAN DE WETERING & H. VROOM (RED.), In het spoor van Jezus en Mohammed. Op zoek naar God en hoe te leven, Zoetermeer,Kapellen / Meinema,Pelckmans, 2008, 13,5 x 21,5 cm., 216 p., 19,50 EUR, ISBN 9789028949454

COLET VAN DER VEN, En God viel uit de hemel. Levensverhalen van een generatie (ex)dominicanen., Valkhof Pers, Nijmegen, 2008, 21,5 x 13,3 cm., 180 p., 17,00 EUR, ISBN 9789056252700

CHRISTOPHER HITCHENS, God is niet groot. Hoe godsdienst alles vergiftigt, Meulenhoff, Amsterdam, 2008, 21,5 x 14 cm., 317 p., 21,95 EUR, ISBN 9789029080408

HANS KÜNG, Omstreden waarheid. Memoires., Uitgeverij Ten Have, Kampen, 2008, 15,5 x 23, 720 p., 62,90 EUR, ISBN 9789025958459

RENE STOCKMAN, Voor God alleen., Halewijn, Antwerpen, 2008, 20 x 20 cm, 120 p., 16,00 EUR, ISBN 9789085280859

FRIEDRICH WILHELM GRAF (red.), 2000 jaar theologie. Leven en werk van de grote christelijke denkers. Deel I, Boom, Amsterdam, 2008, 15 x 30 cm., 304 p., 29,95 EUR, ISBN 9789085064756

FONS VAN REISEN, Sta op en loop. Wat is het dat Jezus bewoog?, Kemper Conseil Publishing, Leidschendam, 2008, 17 x 24 cm., 157 p., 24,90 EUR, ISBN 9789076542256

TON JORNA, Echte Woorden. Authenticiteit in de geestelijke begeleiding., Humanistic University Press, Amsterdam, 2008, 17 x 24 cm., 317 p., 31,00 EUR, ISBN 9789066659650

KEES WAAIJMAN, De mystieke aanraking. Schets van de bestijging van de berg Karmel., Ten Have, Baarn, 2008, 13,5 x 21 cm., 224 p., 18,90 EUR, ISBN 9789025958930

ERIK BORGMAN, Want de plaats waarop je staat is heilige grond. God als onderzoeksprogramma., Boom, Amsterdam, 2008, 14 x 22 cm., 126 p., 14,50 EUR, ISBN 9789085065678

MICHAEL SYMMONS ROBERTS, De Wonderverhalen. Wat ze zeggen over Jezus., KBS, ’s-Hertogenbosch, 2008, 160 p., 20 x 24,5 cm., 24,50 EUR, ISBN 9789061730293. Dvd verkrijgbaar bij KRO Nederland.

LUC ANCKAERT & ROGER BURGGRAEVE, De rode huid van Adam. Verhalen over crisis en zin., Altiora, Averbode, 2008, 14 x 21 cm, 141 p., 15,50 EUR, ISBN 9789031725816

PAUL VERHOEVEN, Jezus van Nazaret., Meulenhoff, Amsterdam, 2008, 14 x 21,5 cm, 287 p., 19,90 EUR, ISBN 9789029078917

Jezus’ vreugdekreet (Lucas 10,17-22) Staes, Karel

De leerlingen komen vol vreugde van hun eerste (succesvolle) optreden terug. Ze vieren de wittebroodsweken van hun geloof. Dit is de jonge Kerk van Lucas (zie Handelingen van de Apostelen). Als bemoediging voor wat volgt (!) stelt Jezus’ woord principieel dat het Goede uiteindelijk overwint. (Lucas 10,17-22)

als een bliksem tuimelt Satan uit de hemel: vallend vuur, koud geworden vlam ...

ik dank U, eeuwig trouwe Naam omdat Jij overeind blijft staan en alleen wie klein wil zijn

kan die Naam doorgronden, weet de wonden weer geheeld

geen beeld dat U weerstaat, zo wilt Gij ons zien dromen, U vermoeden als een Bron van Licht,

Uitzicht op wat geen “verstandige” kan verstaan