Nummers
- Thuis in een vreemd land. Migratie in een geglobaliseerde wereld.
- September 2009
Vanaf de jaren ‘40-‘50 zijn mensen uit Zuid-Europa en Noord-Afrika in België en Nederland komen werken en wonen. Wij waren vragende partij. In de volgende decennia evolueerden de motieven om naar onze landen te komen aanzienlijk. Steeds scherper bleken extreme noodsituaties het motief voor migratie. En het misbruik waar vreemdelingen de dupe van werden, nam soms hallucinante vormen aan.
De politiek diende zich te beraden over haar strategie over vreemdelingenbeleid. De situatie is niet meer wat ze was in de jaren ‘50-‘60. De complexiteit nam alleen maar toe door de onstuitbare globalisering, de groei van Europa en het toenemende verkeer van goederen en personen. ‘Vreemdeling’ werd een bijzonder ambivalent begrip.
- € 7,95
nummer 5 / 2009
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace
Art.Nr. 20095
Korte inhoud van dit nummer
- 'Vreemdelingen' D'hert, Ignace
Vanaf de jaren ‘40-‘50 zijn mensen uit Zuid-Europa en Noord-Afrika in België en Nederland komen werken en wonen. Beide arbeidsmarkten beschikten over te weinig werkkrachten om de heropbouw van de samenleving in de naoorlogse periode te realiseren. Wij waren vragende partij. Nadrukkelijk werden de buitenlanders welkom geheten. Zij waren goedkoop en bereid het ‘vuile werk’ te doen. In de volgende decennia evolueerden de motieven om naar onze landen te komen aanzienlijk. De dreiging van extreme armoede liet zich vooral in het zuidelijk halfrond steeds scherper voelen. Politieke regimes dwongen mensen te vluchten om aan de dood te ontkomen. En zoals altijd wisten sommigen munt te slaan uit de miserie van anderen. Zoals de goedkope arbeidskrachten die vaak in een illegaal circuit terechtkwamen, of de mensenhandelaars die er niet voor terugdeinsden kinderen en vrouwen op een leugenachtige manier naar hier te lokken. Steeds scherper bleken extreme noodsituaties het motief voor migratie. En het misbruik waar vreemdelingen de dupe van werden, nam soms hallucinante vormen aan.
De politiek diende zich te beraden over haar strategie over vreemdelingenbeleid. De situatie is niet meer wat ze was in de jaren ‘50-‘60. De complexiteit nam alleen maar toe door de onstuitbare globalisering, de groei van Europa en het toenemende verkeer van goederen en personen. ‘Vreemdeling’ werd een bijzonder ambivalent begrip. Een politiek beleid terzake bleek bijzonder ingewikkeld. De onbekendheid over de realiteit van de ‘vreemdelingen-uit-noodzaak’ en de ingewikkelde bureaucratie riepen een chaotische situatie in het leven die voortduurt tot op vandaag.
Door hun jarenlange verblijf en hun inburgering in het sociale en maatschappelijke leven in een van onze landen klinkt de term ‘vreemdeling’ – voor sommigen althans – erg vreemd. Hun aanwezigheid doet vragen stellen bij de vanzelfsprekendheid waarmee wij onszelf, geboren Belg of Nederlander, als de rechtmatige en wettige bewoner van ons land beschouwen. De meesten onder ons vinden het voor de hand liggen dat wij het recht hebben te bepalen wie hier mag blijven, voor hoe lang en onder welke voorwaarden. En toch profiteren ook wij, zonder uitzondering, van bij onze geboorte van de weldaad van onze sociale zekerheid. Zoals ook ieder van ons als kleuter en jongere een gewenst maar ook in bepaalde opzichten een ongewenst kind is. Ieder een leukerd maar ook een troublemaker. Wellicht hebben allerlei interculturele initiatieven ons geholpen meer te spreken vanuit een gevoel van samenleven met deze ‘vreemdelingen’. Door persoonlijke contacten met de ander niet te schuwen of door mee te doen aan projecten waaruit gastvrijheid met de vreemdeling is gegroeid.
Het is een vol nummer geworden. Er valt ook heel wat te vertellen. We hopen dat de waaier aan initiatieven en getuigenissen mag bijdragen tot een beter begrip van en een hechtere verbondenheid met ‘de vreemdelingen in ons midden’.
- België als immigratiesamenleving Devillé, Aleidis
Ondanks de migratiestop van 1974 komen er jaarlijks veel migranten naar België. Hun aanpassing verloopt vaak moeizaam en dat heeft diepgaande gevolgen. Uit angst voor vervolging maken mensen zonder wettig verblijf hun identiteit bewust onzichtbaar. Velen van hen lijden daaronder. Ze voelen het aan alsof ze onze aandacht niet waard zijn.
- Generaal Pardon. Christelijke motivatie lijkt verdampt
Na de verkiezingen in november 2006 besloot het Nederlandse parlement tot een ‘Pardon’ voor langdurig in Nederland verblijvende asielzoekers. Het Pardon was een succes: bijna 30.000 mensen zijn hiermee gelegaliseerd. Maar wat is het effect ervan op de beweging voor een rechtvaardig asielbeleid?
- Spiritualiteit met voeten op de grond Alliet, Daniel
Waar vindt de mens houvast? Welke inspiratie voedt? Toch niet die spiritualiteit die uit is op comfort of het zich goed voelen in een cocon? En nochtans puilen de winkelrekken van allerlei religies ermee uit. Maar wat is het alternatief?
- Kerkasiel.anders. Structurele diaconie in oecumenisch perpectief Vanderslycke, Didier
Over kerkbezettingen en hongerstakingen door mensen zonder papieren lopen de standpunten nogal eens uiteen. De solidariteitsbeweging Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS) richtte zes jaar geleden het oecumenische netwerk kerkasiel.anders op. Hiermee wil ze kerkasiel in een breder perspectief plaatsen.
- De kruisweg van de migrant Dedecker, Geert
Schrijfster Saddie Choua bezocht vorig najaar twintig mensen met een migratiegeschiedenis. Met de bekende kruisweg op schoot liet ze hen statie na statie fragmenten uit hun ‘migrantenverhaal’ vertellen. De herkenning bleek groot. Fotografe Elisabeth Verwaest componeerde, vanuit dat getuigenverslag, in vijftien foto’s een nieuwe verbeelding van de kruisweg. Het werd een kruisbestuiving van lijden en hoop, wanhoop en opstanding.
- "Vrije migratie levert geen paradijs op aarde" (interview met Frits ter Kuile) Zoer, Frans
“Het is mooi te zien hoe kinderen hier rust vinden en volwassenen opbloeien. Maar ze kunnen hier niet eindeloos blijven wonen.” Vredesactivist Frits ter Kuile woont sinds 1996 in het Jeannette Noël Huis in Amsterdam Zuidoost, de Bijlmermeer zeg maar. Frans Zoer in gesprek met deze gesocialiseerde en bekeerde anarchist.
- De refuge. Open mensen in een gesloten centrum Saelens, Chris
Moet je mensen opsluiten omdat ze niet over de juiste papieren beschikken? Chris Saelens, aalmoezenier in ‘de Refuge’ in Brugge, heeft het daar moeilijk mee. Jaarlijks ontmoet hij ruim duizend ‘illegalen’, mensen met hun geschiedenis, hun drama.
- Zo jong, zo vreemd en zo alleen Van Goethem, Katrien
Een deel van de migranten die in West-Europa aanbelanden, bestaat uit niet-begeleide minderjarigen. Vaak uitgebuit, soms misbruikt. Zij hebben een aparte aanpak nodig. In Vlaanderen bekommeren drie organisaties zich om die jongeren. Een ervan is Juna. Medewerkster Katrien van Goethem vertelt.
- De werelden van Nederland Schreurs, Judith
Mensen raken onzichtbaar achter het etiket vluchteling. Ze worden gereduceerd tot hun juridische status. En bestempeld tot een maatschappelijk probleem dat moet worden opgelost. De 23-jarige Abdi is slechts een van hen.
- Jezus Arbeider. Onthaal en integratie, met of zonder papieren Cloet, Marcel
Al decennia lang komen immigranten uit het Zuiden aan in Sint-Gillis bij Brussel. Ze stappen van de trein in het Zuidstation. Eerst waren het de Spanjaarden, dan de Portugezen en de laatste jaren ook veel Latijns-Amerikanen. In en rond de kerk van Jezus Arbeider heeft zich een jonge en levendige Braziliaanse gemeenschap gevormd. We gaan bij hen op bezoek, luisteren naar hun verhaal en ontdekken wat een kerkgemeenschap kan betekenen.
- Zoon van de weg, vreemdeling in een vreemd land Musch, Karel
De vreemdeling is hij of zij die ‘anders’ is. Iemand die van ‘elders’ komt, met een andere ‘identiteit’. Het vreemde boeit ons. Maar zijn we ook zo nieuwsgierig naar de vreemdelingen onder ons? Of worden die buitengesloten?
- Hus Forbi (column) Verscuren, Ann
Hus Forbi
In den beginne voelde ik me hier vreemdeling, ook al zag niemand dat aan me. Mijn huidskleur was in orde, mijn voorkomen was in orde, mijn geld was in orde en Engels spreken was ook nog wel in orde. Doordat ik een man heb met de juiste job, was ik alvast ook administratief welkom in dit land. Maar toch... Er waren dagen dat ik met niemand sprak, tot mijn liefje 's avonds terug thuis kwam van zijn werk en bedolven werd onder mijn woorden. Jammer genoeg zetten de supermarkten geen heren en dames achter de kassa die oogcontact maken of je even begroeten. Dat alleen zou al een wereld van verschil maken. Door een knikje van een ander - "ik heb je gezien" - krijg je zélf ook de kans om een glimlach terug te geven. En juist in dat spel van ontvangen en geven, krijg je betekenis.
Ook al vond ik niet de juiste mensen in de supermarkt, gelukkig stonden er wel de juiste mensen buiten diezelfde supermarkt. Met name de daklozen die Hus Forbi verkopen, de Deense tegenhanger van de Daklozenkrant.
Je moet geen al te grote taalknobbel zijn om daar het woord 'huis' en 'voorbij' in te herkennen. Maar overdrachtelijk gezien kan iemand ook hus forbi zijn, wat zoveel wil zeggen als bij ons moet je niet zijn. Het mooie was dat ik juist wél bij hen moest zijn om gezien te worden. Je koopt voor geen geld een krant en krijgt een handdruk, een oprechte bedankt of een uitleg waar ik niets van verstond, maar toch alles van begreep. Waarop ik mijn mooiste glimlach kon bovenhalen en mijn dag goed was.
- Kwetsbaar aardewerk (column) Hoogeveen, Piet
Ooit zag ik een televisiereportage over bootvluchtelingen. Ze waren opgevist uit zee en overgebracht naar een land dat ik me niet meer herinner. Wel zie ik een enkele keer de vrouw nog voor me die alles kwijt was op één ding na: een vaas. Ze omklemde die alsof haar leven ervan afhing. En dat was natuurlijk ook zo. De vaas was gebroken. Wat bedoeld was om gaaf en rond te zijn, was stuk. ‘Mensen als scherven onder de scherven op aarde,’ schreef de profeet Jesaja.
Plotseling moest ik een paar dagen voor onderzoek in het ziekenhuis blijven. Dat was schrikken. Ziekenhuiservaring heb ik niet. Ineens ben je volstrekt afhankelijk. Kleren (‘waar ligt toch die rode pyjama?’) en boeken (‘doe maar dat studieboek’) moeten worden gebracht. Ik mag zelf niet eens meer lopen, maar moet op een rijdend bed door lange gangen en in krappe liften worden vervoerd. Aan de lopende band komen verpleegsters en verplegers zich voorstellen. Al snel ben ik hun namen weer vergeten. De maaltijden komen als ik nog geen honger hebt. Maar iedereen is vriendelijk. Alleen dat lange wachten viel me niet mee. Dan komt eindelijk de dokter. De gordijnen om mijn bed gaan dicht. Ik lig in een tent zonder dak.
In vergelijking met mijn medepatiënten was ik er goed aan toe. Via het aan mijn bed gekoppelde belsysteem waarschuw ik de verpleging omdat een van mijn kamergenoten hulp nodig heeft. Maar het kwaad was al geschied en de vloer lag vol. Gebroken vazen. Kwetsbaar aardewerk. Maar ook: Schone lakens met een geur van buiten.
Leven in een vreemd land. Het is niet mijn dagelijkse ervaring. Maar soms doe je er even iets van op.De dichteres Elisabeth Eybers (1915-2007) kwam in 1961 uit Zuid-Afrika naar Nederland. Haar poëzie is door haar emigratie getekend. Ze woonde hier, maar schreef in het Zuid-Afrikaans en het Engels.
‘…Ek wortel elders, hoe sou ek my hier
kan tuis maak. Dinge en ek gaan aan mekaar verby
sonder herkenning.’ (uit de bundel Kruis of munt)Dat Zuid-Afrikaans vraagt veel aandacht wanneer je haar gedichten leest. In het begin is het even wennen, maar hardop haal je de betekenis meestal wel naar boven. Je leert uit haar gedichten bovendien de prachtigste nieuwe woorden: ‘lugruim’ ziet er anders uit met deze ‘g’ in plaats van ‘cht’. ‘Kaalvoet’ voelt kouder dan ‘blote voeten’. En wat te denken van ‘mini-linealeland’ voor Nederland? Wie ooit bij helder weer op Schiphol is geland zal het direct herkennen.
Het lezen van haar gedichten deed me denken aan foto’s ontwikkelen: pas langzaam wordt de afbeelding zichtbaar in de vloeistof van je aandacht.Mooi vind ik ‘Nomadepaar’ uit de bundel Onderdak . Vijf regels, meer niet:
‘Nuwe tentamen van tente:
geen mure met fondamente,
geen dak, wel ’n baldakyn,
hier en daar in die leë woestyn
’n karmosyn baldakyn.’Even lijkt de vaas niet langer gebroken. Hij draagt zich zelf. Hij zweeft op de handvaten die er bovenuit grijpen, als op vleugels.
- Een bange Mozes (hymne) Staes, Karel
Een bange Mozes (Exodus 3, 11-15 en 4,1-4 en 10-16)
Withete doornen in een woestijn van vuur: Gods pijn maant Mozes aan tot spreken.
- Ga nu maar, het is jouw tijd om lief te hebben, bij de pijn van de mensen te zijn, tot bij de wortels ervan.
Maar Mozes is lang niet de witmarmeren reus van Michelangelo. Een God die om hulp schreeuwt, maakt hem bang en hij krijgt van de Onuitsprekelijke verdriet en teleurstelling terug, die omslaan in toorn. Zo mensgelijkend wordt deze God in een beeldend woestijngesprek.
- Wie ben ik dat ik naar de machten ga? Tegen geweld ten strijde trek?
Maar God zei:
- Geloof nu maar in Mij!
- En wie ben Jij dan? Namens wie hoef ik te gaan?
- Ik ben, die er zal zijn, Ik ben de God van eeuwen, die de pijn niet wil. Zeg dat ik zelf ter ziele ga in de vlammen van de mensenwoestenij.
- Ze zullen mij niet geloven! Ik hoor ze al spotten: “Wie ben jij wel dat je spreekt namens de Onuitsprekelijke?”
- Met Mij kan je het kwaad best aan!
- Je zegt het wel mooi, maar zo’n woorden heb ik niet. Ik val immers over mijn eigen spreken en sta publiek verlegen.
- Toch zal Ik er zijn voor u en leg u Mijn woorden in de mond.
- Ik blijf erbij, ’t is niks voor mij... stuur maar een ander, hang bij een ander aan de bel, ik durf dat allemaal niet!
Toen vlamde Gods verdriet uitzinnig op.
- Waarom maak je Mij zo kwaad? Je hoeft toch niet alleen te gaan? Neem dan mensen mee, die goed ter tale zijn en hou er eindelijk mee op weg te kruipen in je bange eigenzinnigheid!
- Boekbesprekingen
WIM JANSEN
Voorbij de leegte. Een spiritualiteit zonder godsdienst
Ten Have, Kampen, 2008, 21,5 x 13,5 cm, 156 p., 14,90 EUR, ISBN 9789025959166DUJARDIN YVO
De droom van Tibhirine. Monniken en moslims. De erfenis van de zeven vermoorde trappisten
Lannoo, Tielt, 2009, 21,5 x 13,5 cm, 277 p., 14,95 EUR, ISBN 9789020982664.ARNOLD PROVOOST
De eerste christenen. Hun denken en doen
Davidsfonds, Leuven & Kok, Kampen, 2009, 23,9 x 16,5 cm, 272 p., 29,95 EUR, ISBN 97890077942383

Reacties van bezoekers op dit nummer.
U dient ingelogd te zijn alvorens een reactie te kunnen plaatsen.