Login
Wachtwoord vergetenn
Wachtwoord vergeten close

Nummers

 Alledaags ontmoeten.
Alledaags ontmoeten. Over grenzen van religies heen.
Maart 2008

Interculturele ontmoetingen, inspirerende gesprekken tussen joden, christenen en moslims, leven en werken met iemand van een ander geloof: het kan, maar hoe? Verhalen uit het leven van elke dag laten de realiteit van het samenleven van mensen uit verschillende religies zien. Wat kennen we van elkaar? En hoever kan je doordringen in de geloofsbeleving van een ander?

€ 7,95
Tijdschrift
nummer 2 / 2008
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace

Art.Nr. 20082
Korte inhoud van dit nummer
De kramp voorbij D'hert, Ignace

Het kan zeker nog niet als verworvenheid gelden. De multireligieuze wereld waarin we zijn terechtgekomen roept nog steeds uiteenlopende reacties op. Er hebben zich in enkele decennia zoveel verschuivingen voorgedaan dat velen de nieuwe situatie ervaren als een copernicaanse omwenteling. Kramp is één van de reacties hierop. Het is wellicht de uitdrukking van een gevoel van verlies. Of van de schrik ervoor. Generaties lang zijn bepaalde waarden met grote vanzelfsprekendheid doorgegeven. Men ging ervan uit dat ze tot de christelijke cultuur behoorden. De overtuiging de waarheid “van elders”, van Godswege, ontvangen te hebben, bracht een begrijpelijke zorg voor de eigen traditie met zich mee. Men zegt dat Europa en de christelijke cultuur bij elkaar horen. Een zeker zelfbewustzijn is hier niet vreemd aan. De keerzijde is niet zelden angst voor al wat vreemd is of ongewoon.

Niemand kan blind blijven voor de nieuwe culturele realiteit. Het christendom is haar centrale plaats kwijtgeraakt. Sommigen zeggen: ze is daaruit weggeduwd door de islam, die als bedreiging wordt voorgesteld. Het vraagt inderdaad een hele ommekeer zich niet langer als bezitter van de waarheid te beschouwen. In de nieuwe samenleving moet het christendom zijn plaats delen met verschillende anderen. Zelfs wie zich inzet om de ander in openheid te benaderen zal nog wel eens een gevoel van kramp ervaren. Goede wil alleen volstaat niet.

Dat blijkt in de praktijk. Meer dan in academische auditoria. Niemand zal twijfelen aan de goede wil van mensen uit verschillende godsdiensten of culturen die met elkaar willen trouwen. Maar dan blijkt dat een waarde als “respect” een aanzienlijk andere betekenis heeft voor een Nederlandse vrouw en haar Egyptische echtgenoot. Lukt het een bedrijf afspraken op de werkvloer te organiseren onder collega’s waarvan sommigen de ramadan willen houden? Vrouwen uit verschillende culturen die met elkaar het gesprek aangaan ontwikkelen verstandhouding en begrip. Maar dat vraagt tijd en het lukt niet zonder haperingen en misverstanden. Wat kun je als pastor betekenen in een parochie waar de meerderheid moslimgelovig is? Uitdagingen te over. En ook enkele hoopvolle tekenen van wederzijdse verstandhouding en waardering.

Dit nummer brengt een waaier van ervaringsberichten waarin zowel enkele pijnpunten als hoopgevende belevingen worden verwoord. Wanneer de ervaring aan het woord komt, blijkt dat de kramp soms lost en samenleven meer ontspannen geworden is.

Wat dit nummer zo aantrekkelijk maakt? U leest het in het kritisch nawoord van Paul De Greef die alle bijdragen doorlas.

Synagoge meets kerk meets moskee Van Oosten, Roel

Inspirerende ontmoetingen tussen joden, christenen en moslims, het kan. Maar hoe doe je dat? Hoe begin je eraan? Ds. Roel van Oosten laat ons kennismaken met het interreligieuze project in Warnsveld/Zutphen.

Parochie bouwen in een muticulturele wijk (interview met Koen Blieck) Verstraeten, Adelheid

Interculturele ontmoetingen in de praktijk … Koen Blieck, pastoor in de Rabotwijk van Gent, kent de klappen van de zweep. Hij heeft bijna zijn hele leven in deze buurt gewoond en gewerkt en ziet zichzelf als een ‘kerkhoekwerker’: het gaat er om de deuren van de kerk radicaal open te gooien en in concrete nabijheid met mensen te staan. Zijn verhaal schetst een realistisch beeld van experimenteren en samenwerken, van kansen en mislukkingen.

Aankloppen bij de islam. Elke stroming haar mysterie Musch, Karel

Over van de islam is een duidelijke verharding merkbaar in politiek en samenleving, een vervreemding die al enkele jaren aan de gang is. Maar toch hebben islam en andere levensbeschouwingen veel gemeen. Karel Musch is vrijmetselaar en tracht vanuit dat gedachtegoed te traceren hoe je tot een liefdevoller verhouding met de islam kan komen.

Tijdens de ramadan experimenteren met solidariteit en spiritualiteit Steunebrink, Gerrit

Godsdienst- en cultuurfilosoof Gerrit Steunebrink wilde de islam op een andere manier leren kennen, op basis van dialoog en participatie. Alhoewel hij zichzelf als christen blijft beschouwen, doet hij al zo’n tien jaar actief mee aan de ramadan. Zijn ervaringen leerden hem dat het niet enkel om een lichamelijke ervaring gaat, maar dat deze vastenperiode net zo goed een psychologisch en sociaal effect heeft.

Wensen bij het einde van de ramadan: begin van nieuwe relaties Vanderslycke, Didier

Het moet zo’n tiental jaar geleden zijn. Een kerkgemeenschap in Schaarbeek (Brussel) neemt het initiatief om haar kerkgangers aan te zetten tot meer contact met de moslimburen. De relaties in de wijk zijn gespannen. Verwijten worden ingeslikt of binnensmonds uitgesproken. Kortom een gevoel van bedreiging, vaak ook wederzijds. De kerkgangers krijgen een wenskaart mee en worden gevraagd die bij het einde van de ramadan te overhandigen aan de moslims in hun leefomgeving. Schoorvoetend lukt het om een aantal mensen in beweging te zetten. Schoorvoetend geloof.

Diversiteit troef. Openheid om verstarring te bannen Storms, Odette

Om te leren leven met diversiteit op gebied van zowel ras, nationaliteit, cultuur, taal, als godsdienst en levensbeschouwing, is oefenen misschien wel de uiteindelijke weg naar echte vrede en verdraagzaamheid. Odette Storms beschijft haar ervaringen op gebied van interreligieuze, interlevensbeschouwelijke dialoog tussen moslims en christenen.

De Christelijke Vakbond en religie(s) op de werkvloer Stassen, Johan

In 2002 engageerden de Vlaamse overheid, werkgeversorganisaties én de vakbonden zich om onze arbeidsmarkt meer en beter af te stemmen op de groeiende diversiteit die onze maatschappij kenmerkt. Dit vanuit het besef dat het welzijn van onze burgers – ongeacht hun achtergrond – sterk samenhangt met hun positie op de arbeidsmarkt. Zo erkent het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) meer dan ooit dat een rechtvaardige en solidaire samenleving in alle sectoren van haar sociaal-economisch beleid nood heeft aan positieve benadering van culturele en religieuze verschillen.

Als vrouwen spreken kunnen ze muren breken Plessers, Lydia, Yilmaz, Emine

“Als vrouwen spreken kunnen ze muren breken” brengt het verhaal van de interculturele ontmoetingen tussen KAV- en IC-vrouwen in Limburg. Vrouwen gaan in dialoog met elkaar, ieder vertrekkend vanuit haar eigen omgeving, traditie, cultuur en geloof. Verschillen worden als rijkdom gezien om van daaruit de gelijkenissen in beleving, zorg en aandacht voor gezin en maatschappij te ontdekken. Boeiende gesprekken met vooral de nadruk op wat vrouwen bindt. Een dubbelgesprek met Emine Yilmaz, educatief medewerkster bij IC en Lydia Plessers, pastor bij KAV Limburg.

Drie maal drie is negen: ieder zingt zijn eigen lied! Timmerman, Annet

Waarom ik twee namen heb?
In Nederland heb je heel wat uit te leggen maar ik heb ontdekt dat in veel andere culturen mensen wel vaker met verschillende namen aangesproken worden. In verschillende contexten hebben mensen verschillende namen. Formele namen of verzonnen namen. Ooit hoorde ik over het gebruik om bij iedere levensfase een andere naam te hanteren. Dat spreekt de antropoloog in mij wel aan.

Ontdekkingsreizigers in een globale samenleving Speelman, Gé

In een steeds mondialer wordende samenleving, waar ‘de ander’ niet meer ver weg woont maar om de hoek, zijn partners uit gemengde huwelijken pioniers. Hoe gaat het eraan toe wanneer iemand met een ander geloof of een andere cultuur dagelijks in je leven aanwezig is? Het is een ontdekkingsreis met spannende, goede en ook moeilijke momenten. Vanuit zijn onderzoek naar Nederlands-Egyptische huwelijken schetst Gé Speelman een mogelijke route.

Kritisch nawoord De Greef, Paul

Vanuit zijn ervaring met Koerdische en Marokkaanse moslims en zijn geregelde conferenties over de islam en vooral de koran, reflecteert Paul De Greef op de opgenomen artikelen: instemming, bedenkingen en perspectieven voor de toekomst.

Welkom (column) Verscuren, Ann

De eerste die me welkom heet in Denemarken, is de winkelier van de Al Noor, de kruidenierswinkel om de hoek. Ik ben een van de vele klanten die zo ongeveer elke dag fruit en groenten bij hem koopt, maar voor mij is hij de enige - behalve Hans - waar ik de eerste maanden dagelijks even contact mee heb. Ik heb immers geen werk en dus geen collega's, ik kan nog niet aan de taallessen beginnen en een sociaal leven is nog onbestaande. Na enkele weken vraagt de Al Noor-man in het Engels waar ik vandaan kom. België dus, en dat we net naar Kopenhagen verhuisd zijn voor het werk van mijn man. "Welkom in Denemarken", zegt hij daarop met een glimlach zo breed als zijn toonbank en hij maakt een lichte buiging. Zijn woorden en zijn glimlach doen me meer deugd dan ik zeggen kan. Want ja, ook al woon ik nog in Europa en ook al ben ik hier uit vrije wil en ook al kan ik overal wel terecht in het Engels en ook al lijd ik niet aan een cultuurshock, toch voel ik me een vreemde. Ik maak in dit nieuwe land nog nergens deel van uit. In België was ik pastor, huisgenoot, vriendin. Maar wie ben ik hier? Het valt me moeilijk om gewoon Ann te zijn, zonder meer. En nu kijkt iemand me aan en heet me welkom. Op één of andere manier hoor ik op dat moment 'ergens' bij, al is het maar bij de warme klank van dat woord, al is het maar bij de sfeer van de winkel, al is het maar bij mezelf.
Zijn buiging vind ik een beetje vervelend, want ik kan de betekenis ervan niet achterhalen. Zelf heb ik het altijd beschouwd als een teken van onderdanigheid. Maar misschien zijn er in zijn cultuur andere interpretaties mogelijk.

De eerste bij wie ik in real life mijn eerste Deense zinnetjes durf oefenen, is deze man van de Al Noor. Bij hem is er tijd. Bij hem staat er geen rij zoals in de supermarkt. Bij hem gaan al mijn etenswaren nog door zijn handen. De chaos van zijn winkel boezemt vertrouwen in. Alles is volgestouwd met rekken, diepvriezers, ijskasten en extra tafels. In de zomer ligt de hele vloer vol watermeloenen, in de herfst worden die vervangen door pompoenen en in de lente staat-ie vol coca cola flessen. Op de hoogste rekken staan het hele jaar door reusasachtige waterpijpen te drummen om een plekje. Het is hier niet perfect, dus hoeft mijn Deens ook niet perfect te zijn. Ik bedenk dat deze man ooit ook Deens heeft moeten leren. Hij zal nog wel weten hoe moeilijk het is, hij zal het wel begrijpen als ik stuntel. Dus probeer ik verlegen de kennismakingszinnetjes uit die ik in de les heb geleerd. Hoe hij heet, waar hij vandaan komt, hoe lang hij al in Denemarken is. Hij antwoordt traag en duidelijk, zodat ik het kan volgen. Uit Irak komt hij, Bagdad, en hij woont nu al 15 jaar in Denemarken. Daar was hij ingenieur, hier is hij kruidenier. Ik uit een meelevende klank, maar hij wil van geen medelijden weten. "Twee verschillende levens, twee goede levens", zegt hij en blijft glimlachen. "Ik heb wél foto's bewaard van mijn vroegere leven voor mijn dochter", zegt hij "zodat ze kan zien dat ik niet altijd kruidenier ben geweest."
"Mijn man is ook ingenieur", zeg ik. "Jullie zijn dus collega's". Als ik buiten ga, krijg ik zoals altijd een glimlach en een buiging. Ik heb zijn buiging leren accepteren als een cadeautje, net als de papaya's die hij af en toe als een extraatje in mijn boodschappentas stopt.

Aan Iván Böszörményi-Nagy, de Hongaarse psychiater die in de Verenigde Staten de grondlegger werd van de contextuele therapie, werd eens op een congres gevraagd naar de kern van zijn gedachtegoed. Hij was even stil en antwoordde toen: Be good to strangers. Daarmee citeerde hij de eerste koning van Hongarije, wiens zoon én troonopvolger hem vroeg hoe hij later een goede vorst kon zijn. Wees goed voor vreemden.

Bloemlezen Hoogeveen, Piet

Nijhoffs ‘Het lied van de dwaze bijen’(1) bestaat uit acht strofen van telkens vier regels. De eerste en derde regel van het kwatrijn zijn daarbij aan elkaar gelijk of soms bijna gelijk. Bovendien expliciteert de vierde regel dikwijls de inhoud van de tweede regel. Dit is het eerste kwatrijn:

Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.

Kees Fens herkent er terecht het parallellisme in dat zo kenmerkend is voor veel psalmen en andere Bijbelse teksten. Het gedicht vraagt als het ware om koorbanken waarin tegenover elkaar gezongen wordt: de eerste twee regels voor de zangers in de banken links, de volgende twee voor die in de banken rechts. Er is nog iets, wat Fens overigens niet noemt, dat doet denken aan het zingzeggen in koorbanken. Dat zijn de bijen zelf die zoemen. Het beeld van zoemende bijen die op zoek zijn naar de honing van de traditie is in de Middeleeuwen een geliefde metafoor.

Wanneer Sint-Willibrord uit Engeland wegtrekt naar Ierland omdat daar de vruchten van de contemplatie nog zoeter zijn, schrijft Alcuin, de beroemde Karolingische geleerde, in zijn vita (levensbeschrijving) van Willibrord dat deze daar als een zeer verstandige bij (prudentissima apis) de honingvloeiende bloemen van het geloof leegzuigt. Mogelijk is de oudste verwijzing naar bijen in het verhaal van de profetes Debora te vinden. Haar naam betekent letterlijk honingbij. Zij zit dan ook onder haar palm en zoemt Gods woord als hemelse dauw.

Zoemen is heel lichamelijk. Lezen, zo vond men in vroegere eeuwen, doe je niet alleen met je ogen, maar met heel je lichaam. Je lippen bewegen, je tong doet mee, je oren proberen te verstaan wat je eigen mond naar buiten brengt, je hand tast langs de letters. Zo wordt een tekst letterlijk ‘ingelijfd’. Het Latijnse woord voor lezen, legere, verwijst naar activiteiten als oogsten, bijeen sprokkelen, verzamelen. Vandaar nog ons mooie woord ‘bloemlezingen’.

Enige tijd terug was ik met studenten op studiereis naar Turkije. In Istanbul bezochten we het Topkapi paleis. In een van de zalen daar worden diverse relikwieën van de profeet bewaard: een baardhaar, een tand, zijn voetafdruk in klei. Terwijl wij daar met open mond rondkeken, hoorden we opeens in dit museum een imam de Koran reciteren. Dagelijks zit hij daar alsof hij wil zeggen: die tand en al die andere memorabilia zijn er slechts omwille van het lezen van de Koran. Zijn lichaam beweegt lichtjes vanaf zijn heupen. Soms is zijn stem wat zachter, dan zit hij wel heel diep in een woord gedoken, dan weer harder en vliegt hij naar een volgende bloem.

Zoemen we nog wel genoeg? We schieten met onze ogen over het beeldscherm. Bloemen achter glas. Ja, zoemsessies tijdens vergaderingen waar we elkaar een beetje afzoemen. We zochten het hogerop, net als die dwaze bijen uit het gedicht van Nijhoff, maar die veranderen dan ook in sneeuwvlokjes:

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
huiswaarts omlaag gedwereld,
het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tussen de korven.

 

(1) Uit: Nijhoff Martinus, Verzamelde Gedichten, Den Haag, 1974.

Hymne. Boek Tobit, 13 Staes, Karel

Het boek Tobit smaakt naar de aartsvaderverhalen, even tijdloos en poëtisch, maar met dit grote verschil: de oerverhalen van Genesis beschrijven de eerste stappen naar God op grond van Diens Belofte; bij Tobit belanden we in de wijsheidsliteratuur, waar het Godsvolk zich bezint over de ballingschap in een vreemd land na de verwoesting van de tempel (symbool van Gods nabijheid). Alleen de terugkeer naar God bergt hoop in zich. Tobit geneest van zijn blindheid, gelouterd en bescheiden geworden, maar juichend omdat hij eindelijk ziet waar het op aankomt. (boek Tobit, 13)

Ver van huis, vervreemd van eigen grond,
onzegbaar bitter in de mond, nu niets nog overblijft,
zo worden wij geroepen om bescheiden te genezen,
te herlezen in elkaar en in de wonden,
die de een de ander ooit heeft aangedaan

laat ons niet langer in de waan
dat uitverkoren volk te zijn dat beter is dan eender wie
en mogen wij voortaan
geleidelijk en echt Uw mensen zijn,
vernieuwd, geheeld en heel gemaakt

Gij hebt uw sporen nagelaten
ze onuitwisbaar neergeschreven
in de pijn van onze ballingschap, … verlaten
hebt Gij ons niet, maar eigenwijze dwazen als wij waren
praalden wij destijds met macht, getal en taal

en dwaalden wij verloren ver van U

nu weten wij ons overspoeld door eigen vuil,
zijt Gij niet langer meer het zegeteken
van ons eigen beter weten,
eindelijk hebben wij ons naar U gekeerd,
ons afgekeerd van vreemde goden

tot rust gekomen leerden wij te zien
dat “liefde lijden is”
verrijzenis in U volkomen is