Licap homepage
Zoeken
Login
Wachtwoord vergetenn
Wachtwoord vergeten close

Nummers

Kerk in beweging.
Kerk in beweging. Gedeelde verantwoordelijkheid.
Mei 2008

Aanleiding voor dit nummer is de brochure “Kerk en ambt”, uitgegeven in opdracht van het provinciaal kapittel 2005 van de Nederlandse Dominicanen. Vanuit een open geest wil TGL stof aanbieden om de dialoog levend te houden. De precaire situatie van het ambt in de kerk tast het enthousiasme van velen niet aan. Diverse stemmen laten zich horen.

€ 7,95
Tijdschrift
nummer 3 / 2008
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace

Art.Nr. 20083
Korte inhoud van dit nummer
Precair maar niet hopeloos D'hert, Ignace

Bij het schrijven van dit editoriaal schiet me de bekende passage uit Handelingen 5 te binnen. Daar horen we de stem van de wijze farizeeër Gamaliël. Hij intervenieert in de conflictsituatie die ontstaan is door de nieuwe beweging die Jezus als Messias proclameert. Haar optreden irriteert de joodse leiders dusdanig dat ze haar uit de weg willen ruimen. En dan spreekt Gamaliël die bekende woorden: “ … Laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is zult u niets tegen hen kunnen uitrichten …” (5, 38).

Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt ook maar iets van een inhoudelijke parallel te suggereren met de brochure “Kerk en ambt” en de reacties erop. In vergelijking met de geloofsovergave van die eerste christenen, lijkt de kwestie van het voorgaan in de liturgie zoals die vandaag aan de orde is, bijkomstig. Het gaat uiteindelijk over “regelgeving”. Normaal is zoiets een zaak van rationeel overleg. In samenspraak met de traditie. Maar evenzeer in gesprek met de huidige cultuur. Met het mensbeeld dat grondig veranderd is. Voeling houdend met de noden die leven binnen de geloofsgemeenschappen. Enkel op die manier kan een beleid worden opgesteld dat tegemoet komt aan de verzuchtingen van de gelovigen.

Je merkt hoe de concrete beleving van eucharistie veel mensen heel erg ter harte gaat. Het gaat in dit sacrament inderdaad om een rituele verdichting van het wezenlijke van christelijk leven: het gaat om de verbondenheid met Jezus de Christus. Dit geldt zowel voor mensen die in een “gewone” parochie ter kerke gaan, als voor hen die hun religieuze thuis elders gevonden hebben.

Zowel uit de brochure als uit de verschillende bijdragen in dit nummer blijkt dat sacramentaliteit beleefd wordt vanuit een bepaald kerkbeeld. Het gaat nooit alleen maar over de eucharistie of het priesterschap. Soms wordt de indruk gewekt dat het ambt grondslag zou zijn van de kerkgemeenschap. Als er geen ambtsdragers meer zijn, dan lijkt het alsof de Kerk op de tocht staat. Nieuwtestamentisch is het net andersom. Niet het ambt draagt de Kerk, maar de Kerk draagt alle ambten en heeft ook de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid om te voorzien in de nodige ambtsdragers. Aldus de Nederlandse theoloog A. Houtepen in de vorige eeuw.

De precaire situatie waarin de Kerk met betrekking tot haar ambtsdragers is terechtgekomen, heeft echter de dynamiek en het enthousiasme van velen niet aangetast. Dit moge blijken. Hopelijk krijgen ze de kans om tot volle wasdom te komen.

Kerk als lichaam D'hert, Ignace

Het bestuur van de Nederlandse dominicanen zond begin september 2007 aan alle parochies in Nederland de brochure ‘Kerk en ambt’. Daarin pleiten de auteurs voor een ambtsopvatting waarin de priester een dienaar is van de gemeente die het lichaam van Christus is. Hiervoor zijn goede nieuwtestamentische gronden aan te geven. En dat heeft zijn consequenties.

Kerk en ambt. Enkele kanttekeningen naar aanleiding van een studiedag

Ook in de Vlaamse kerkgemeenschap is de brochure van de Nederlandse dominicanen onder de aandacht gekomen. Vandaar het initiatief om hierover met elkaar in gesprek te gaan om te horen hoe men daar in verschillende gemeenschappen mee omgaat. Eddy Van Waelderen maakte de studiedag van 19 januari 2008 mee en heeft zijn bedenkingen neergeschreven voor het februarinummer van ToPiC. Wij publiceren hieronder zijn tekst, met veel dank.

Ervaringen binnen het parochiale werkveld Van Coillie, Griet

Griet Van Coillie is sinds september halftijds werkzaam als parochiepastor binnen het bisdom Vlaams-Brabant-Mechelen. De brochure ‘Kerk en ambt’ lijkt haar speciaal te zijn geschreven voor de situatie van de parochies Buizingen en Lot. Om beter te kunnen focussen op de actuele vragen van een hedendaagse mondige parochie, vertelt ze eerst iets over haar geschiedenis.

Op weg naar een zelfstandige geloofsgemeenschap Koopmans, Joost

De Boskapel in Nijmegen is een pastoraal project van de augustijnen. De kapel werd in 1963 in gebruik genomen. Het gebouw vormde een breuk met het traditionele denken over Kerk, liturgie en kerkgebouw en was een weerspiegeling van de ideeën van het augustijnenconvent in die jaren. De gezamenlijke inzet werd ook zichtbaar in nieuwe vormen van liturgie, waar van alle kanten mensen op afkwamen. In de jaren zeventig werd de kapel wat onafhankelijker van het klooster. Door het aantal uittredingen uit het convent kwam de verantwoordelijkheid bij een paar augustijnen te liggen. Maar hoe minder augustijnen er overbleven, hoe meer kapelbezoekers actief werden. Nu is het een centrum dat gedragen wordt door een actieve geloofsgemeenschap. Deze geloofsgemeenschap werkt aan verzelfstandiging omdat schrijver dezes de laatste pastor is die vanuit de augustijnen in Nederland ingezet kan worden en in 2009 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Stilstaan bij de bron Angenent, Clara

Als geestelijk verzorger in een ziekenhuis heb ik boeiende contacten. De patiënten voor wie ik ben aangesteld zijn niet vanzelfsprekend gelovige parochianen. Ze vormen een dwarsdoorsnede van de samenleving in Midden-Brabant: van traditioneel gelovig tot antikerkelijk, van onverschillig tot spiritueel bevlogen. Uit mijn ervaring blijkt dat maar een klein deel zich rooms-katholiek noemt en kerkelijk betrokken is. Voortdurend word ik uitgedaagd om te luisteren en te achterhalen waar iemand zich gelovig bevindt. Welk taalspel past bij deze mens, bij deze familie?

Het ambt als dienst binnen een liturgisch samenspel. Over de liturgische gemeenschap die op zondag samenkomt in de Brug in Lier Verstricht, Lea, Zutterman, Filip

Vanaf midden jaren tachtig groeide haast organisch de gemeente die zich nu elke zondag verzamelt in de kapel van de Brug in Lier. Belangrijkste ingrediënten voor die groei waren de ruimte voor jongeren en hun nieuwe visie, liederen van Oosterhuis en Huijbers, een bezielende muzikant en dirigent, en na verloop van tijd een goede samenwerking met de gasthuiszusters van Lier, die voor een eigen ruimte zorgden.

Bouwen aan een plaatselijke geloofsgemeenschap Loones, Johan, Messiaen, Marc

Verantwoordelijkheid opnemen binnen de structuur van een parochie of breder parochiaal verband, met toegewijde inzet vorm en gestalte geven aan een plaatselijke geloofsgemeenschap, creatief wegen zoeken naar een authentieke liturgie: hoe doe je dat? En vanuit welke bewogenheid? Hoe houd je vol, ondanks grenzen en moeilijkheden? Johan Loones en Marc Messiaen getuigen …

Toegewijd aan Gods presentie Borgman, Erik

De geruchtmakende brochure ‘Kerk en ambt’ van de Nederlandse dominicanen maakt uiteindelijk één fundamenteel punt. Een kerk voor wie de eucharistie het centrale sacrament is en dat wat de gelovigen samenroept tot gemeenschap en tot Kerk maakt, is met zichzelf in tegenspraak, wanneer zij het onmogelijk maakt de eucharistie te vieren in de gemeenschappen waar zij dient te worden gevierd. Als de traditionele toelatingseisen tot het priesterambt dit in de weg staan, blijkt het behoud ervan belangrijker dan de eucharistie. Wat in deze situatie te doen, is de vraag van de brochure. Voor Erik Borgman een zeer katholieke vraag!

Een priesterarme Kerk of een arme priesterkerk? Braziliaanse kanttekeningen Houlleberghs, Peter

Bijna dertien jaar waren mijn echtgenote en ik als theologisch geschoolde leken actief in de Braziliaanse Kerk. In de periode van 1989 tot 2002 werkten wij in twee bisdommen in het noordoosten van Brazilië: Fortaleza en João Pessoa. Onze opdracht bestond erin om de kerkelijke basisgemeenschappen en de volksorganisaties in de periferie van de grootstad en in het binnenland te ondersteunen en tevens om de opleiding en de vorming voor mensen in de pastoraal mee te organiseren. We zijn nu vijf jaar terug in Vlaanderen en proberen ons hiervoor in de lokale Kerk in te zetten.

De Jezusruimte schept dialoog Standaert, Benoit

Broeder Benoît Standaert belichtte op het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (IPB) in Antwerpen de rol van de Jezusruimte in de interreligieuze dialoog, waarover het IPB een driedaags forum hield in oktober 2007.

Geroezemoes (column) Verscuren, Ann

Stel: u bent een jaar of vijftig. U gaat soms nog naar de kerk, maar weet eigenlijk niet of en wat u nog gelooft. Ze hebben ons vroeger zo veel wijsgemaakt. Ik ken nog altijd de helft van de catechismus uit mijn hoofd. "Kerk en geloof" roept bij u beelden op van het bezinningsmoment waarmee elke vergadering van uw parochievereniging begint, de paus die zegt tegen condooms te zijn en de middernachtmis op Kerstmis waar elk jaar de elektriciteit uitvalt, zodat er een gezellig geroezemoes ontstaat als de pastoor naar de sacristie trekt om dat euvel te op te lossen. U herinnert zich ook de begrafenis van uw grootmoeder, waar men plechtig een kleine processie met wierook en wijwater rond de doodskist maakte, en u hebt een vage hoop op een hemel. Verder is er het zilveren kruisje van uw grootmoeder dat u bewaart in een mooi juwelendoosje, de foto's van uw kinderen in hun 'plechtige communiekleren' en een lichtgevend Lourdesbeeldje op uw nachtkastje. U hoorde laatst nog van de buurvrouw dat ze nu niet meer zaterdag ‘s avonds naar de kerk kan gaan, omdat de pastoor een dagje ouder wordt en niet op vier plaatsen tegelijk de mis kan doen. U stelt er zich weinig vragen bij. Maar nu waakt u al enkele dagen in het ziekenhuis bij uw lievelingstante die stervende is. U denkt: Er moet toch iets gebeuren. We kunnen haar toch niet zomaar laten gaan? Tante ging toch altijd trouw naar de kerk. U weet nog hoe vroeger, toen uw grootmoeder stervende was, de pastoor in zijn soutane aan huis kwam, fluisterend ontvangen werd door uw ouders, hoe hij met zijn grote brillenglazen uit een kleine bijbel las over “grazige weiden en vredig water” en daarna met zijn duim glimmend van de olie een kruis op haar voorhoofd tekende. Toen had u flink het onzevader meegebeden. In overleg met uw familie wenst u nu ook de aalmoezenier van het ziekenhuis te zien, zodat uw tante de ziekenzalving kan ontvangen. U vraagt aan de verpleging of dat kan en het vriendelijke meisje zegt dat ze meteen “de pastor van de afdeling” zal contacteren. U knikt, gaat terug naar de kamer en vertelt de rest van de familie dat er iemand zal komen. De pastoor van de afdeling, hebben ze gezegd. Tien minuten later komt er iemand binnen die u niet kent. Een vrouw. Ze kijkt iedereen vriendelijk aan en stelt zich voor als Ann Verscuren, pastor van de afdeling, die gebeld is door de verpleging.

U kan op verschillende manieren reageren:

* (in volledige stilte) U bekijkt haar van top tot teen, lippen opeengeperst, om vervolgens vragend naar de rest van het gezelschap te kijken.
* (vanzelfsprekend) Dank u wel, zuster, dat u zo snel kon komen.
* (spontaan-verbaasd) Ah, bent u hier de pastóór? Ik wist niet dat dat tegenwoordig al kon.
* (stijfjes en vastbesloten) Euh mevrouw, excuseer, wij twijfelen er niet aan dat u als pastoraal helpster goed werk doet, maar wij willen toch liever een echte priester voor een ziekenzalving.
* (aarzelend) Goeiedag, euh, moeten we priesteres zeggen?
* (opgelucht) O, wat fijn dat u een vrouw bent, we hebben al zo veel meegemaakt met onze pastoor die niet kan luisteren.

Hoogstwaarschijnlijk neemt u het gewoon zoals het komt. Het lijkt wel een natuurwet dat mensen zich wonderwel en snel kunnen aanpassen, zonder veel vragen. U vindt het dus allemaal in orde. Die pastor zal het wel weten, zeker, die werkt hier. Als er maar iets gebeurt voor tante. Achteraf bent u misschien wel verwonderd dat het zo heel anders was dan veertig jaar geleden met uw grootmoeder. Zo veel persoonlijker. Ze heeft eerst een hele tijd met ons gepraat en toen zei die pastor in haar gebed dat tante vroeger altijd bloemenkransen voor ons vlocht ... Toen moest ik toch even mijn zakdoek nemen. En die handoplegging deden we samen, heel speciaal was dat. Maar het kan ook ingewikkelder worden. Dan zegt u na het ritueel bijvoorbeeld tegen de pastor dat u het heel mooi vond en vraagt u in één adem of het zo ook 'in orde is'? Was dit nu een echte ziekenzalving? Kunnen we dat zo op het doodsbericht zetten? Als die pastor dan antwoordt dat dit een ziekenzegen was, geen zalving, maar dat ze wel benoemd is door de bisschop om dit werk te mogen doen en het dus heus 'in orde' is, komt u toch in tweestrijd. Uw hart vond het helemaal in orde, maar uw hoofd begint zich vragen te stellen. Wat zou de pastoor hier nu van vinden? Is een ziekenzegen dan wel het beste dat tante kon krijgen - want tante verdient het beste? Zou het voor God in orde zijn? Moet er dan misschien toch nog een priester komen? Wie regelt nu dit euvel? Uw familie begint te roezemoezen achter uw rug.

(gebed) Nieuwenhuis, Jan

Jij, Eeuwige,
vreemdeling,
niet te weten,
niet te zien,
altijd kom Je ons achterop
- ‘als Ik voorbij ben,
kun je mij zien’-.
Je loopt met ons mee, zeggen ze,
Je bent naast en voor en achter
en in en met,
nooit te betrappen.
Wij weten niets van Je
behalve dat wij Jou niet kwijt kunnen
en niet kunnen vergeten,
altijd weer achterom kijken
om Je te zien
en misschien te weten.

Zie ons hier bijeen,
een stelletje pelgrimsgangers
van A naar Z,
van hier tot ginder,
van geboorte tot je-weet-wel, -
allemaal anders,
voeten en handen en oren en ogen,
honderd bloemen,
misschien wel vijfhonderd,
en toch, -
en toch
één, ergens, samen,
ik niet zonder jou
en jij niet zonder mij.
Wat zouden wij zijn,
als Jij ons niet elke levensdag
bij de haren grijpt
en brengt tot waar we niet willen?

Wij smeken Je,
wij bezweren Je,
houd ons vast,
doe ons opstaan,
leer ons onze dood,
onze wanhoop,
ons ongeloof,
ons het-wordt-toch-niks
te overwinnen,
leer ons onze blindheid,
doofheid, melaatsheid, bezetenheid,
bloedvloeiing, lamheid
te boven te komen,
alles wat Jouw Messias te lijf is gegaan,
en stuur ons terug naar de stad,
onze werkplaats,
en leer ons doen wat gedaan moet worden;
doe ons hart branden in ons,
laat de duisternis ons niet overmeesteren
en doe ons opstaan, nu,
en laat ons door Jou gezegend worden.

Slotgebed door Jan Nieuwenhuis in de Vesperviering van het symposium ‘Kerk en ambt: hoe verder?’ op 10 november 2007 in de Dominicuskerk te Amsterdam.

Op het randje (column) Hoogeveen, Piet

Onlangs ben ik ter helle nedergedaald. Nou ja, nedergedaald: eigenlijk opgestegen, want een beetje hel ligt tegenwoordig niet meer ondergronds, maar in een torenhoog gebouw zoals de nieuwe Bibliothèque Nationale in Parijs. De ‘hel’ is de gebruikelijke aanduiding voor de afdeling verboden of in beslag genomen boeken. Deze bibliotheek had voor een grote expositie de poorten van haar hel ontsloten en uit haar grote voorraad boeken de erotische exemplaren met prenten geselecteerd. Een van de oudste handschriften op de expositie betrof een veertiende-eeuws manuscript van de Roman de la Rose. Onder aan een van de bladzijden zie je een non met een mandje doodgemoedereerd een penis plukken van een overvolle fallusboom. Ook boeken uit latere perioden waren dikwijls voorzien van dergelijke ironische kanttekeningen. Ik vond die eigenlijk wel zo aardig in vergelijking met de meer platte, rechttoe rechtaan afbeeldingen. Het spelkarakter op de tentoonstelling was trouwens sowieso veel groter dan wat tegenwoordig op menige pornosite wordt aangeboden. De ‘conste der minnen’ is in een geseksualiseerde maatschappij er niet eenvoudiger op geworden.

De meeste handschriften uit de Middeleeuwen laten geen marge onbeschreven of ongetekend. Gotische getijdenboeken vol Bijbelse teksten zijn niet slechts voorzien van plantaardige motieven of lieve vlinders, maar worden in de marge omringd door apen, fabeldieren, naakte mannetjes die hun kont naar je keren of slijmerige slakken. Wat moet dat toch? Het doet denken aan de soms bizarre voorstellingen onder de misericordes in de koorbanken, waar geen leek mocht komen. Onder het zitvlak van monniken en koorheren is een vreemde wereld binnengedrongen in het heilige der heilige. En wat te denken van al die figuren die zich buiten op de luchtbogen van kathedralen ophouden: snoepende beren, huilende honden op een glijbaan naar omhoog vastgehouden door een hemelse magneet? Zelfs de scriptoria van de kloosters waren er niet van verschoond tot woede van Bernardus van Clairvaux: “Wat betekent daar die belachelijke monsterlijkheid, die afzichtelijke mooiheid en mooie afzichtelijkheid? Wat doen daar die ontuchtige apen, die woeste leeuwen, die monsterlijke centauren (…) ?” Het heeft er veel van weg dat de overgang tussen de seculiere wereld en de wereld van het heilige opgevuld werd met kritische krabbels. Het heilige moest vooral niet te veel losraken van het gewone, maar toch complexe leven.

Een narthex is een kerkportaal dat een overgangsgebied vormt tussen het gewijde en ongewijde, een architectonische kantlijn. Het is een beeld dat recent graag gebruikt wordt voor een nieuwe benadering van het vak godsdienst/levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs. Daarbij wordt uitgegaan van een vruchtbare en confronterende wisselwerking tussen religieuze tradities en eigentijds leven. Bert Roebben heeft nu zelfs een ‘narthicale’ godsdienstpedagogiek ontworpen. Het is een uitdagend boek, alleen dat ‘narthicale’ klinkt wel erg zwaar in mijn oren. Dat is op het randje. Zoveel gewicht verdraagt de marge nu ook weer niet. Dat weten ze zelfs in de hel.

Lied van Mozes. Exodus 15 Staes, Karel

Even stilstaan bij een andere schrijfstijl …
Voortaan zoek ik een meer eigentijdse verwoording en vorm om accenten uit onsterfelijke Bijbelliederen op te roepen. Zo ook in het lied van Mozes na het doortrekken van de Rietzee (Exodus 15,1-18 ). Overwinning op het kwaad, geloofsbelijdenis in God als de Enige en als Waarborg voor uiteindelijke en volledige veiligheid.

Weerzinwekkend water rijst in muren op
en een na een slaan golven van ontmoediging op ons neer
de wereld is te klein om nog in weg te vluchten
en wij dansen op de golven van dat weerzinwekkend water
in chemische illusies, in bootjes van verloren mensen zonder land
alles loopt uit de hand

maar een vreemd vertrouwde Kracht breekt de watermuren,
rolt de golven op en maakt de bodem van ons leven weer begaanbaar
en ... spreek de Naam niet uit, er is geen noemen aan
te zeer versleten, godvergeten,
terwijl de Eerbied is gebleven, want geen macht weerstaat
de warme Kracht die van de Naam uitgaat.

Die fluistert in de hoop van kleine mensen
doet geloven dat het anders wordt
brengt een feest op gang, waarbij de dood niet meer aan tafel zit.

Dit is de Echo,weerklank van herinnering
uit tijden toen de Naam aanroepen werd
door Abraham en Mozes

toen woestijnen bloeiden
zeeën openbloeiden tot begaanbaar Land

dit Visioen behaalt de bovenhand.

Boekbesprekingen

 ANTOINE BODAR , Ongeordende liefde. Wim Houtman in gesprek met Antoine Bodar , Ten Have, Kampen, 2006, 22 x 14, 124 p., 13,90 EUR, ISBN 9789025956899

KAREN WASSINCK, Wat echt belangrijk is. Zingeving voor alledag, Lannoo, Tielt, 2005, 190 p., 17 x 20, EUR 18,95, ISBN 9789020966411

ARJAN BROERS, Opmaat tot eeuwigheid. Beschouwingen van Martinus Muskens bewerkt door Arjan Broers, Valkhofpers, 2007, 96 p., 13 x 20, 10, 00 EUR, ISBN 9789056252472

ROBERT WINSTON, Het verhaal van God. Een persoonlijke zoektocht in de wereld van geloof en wetenschap, Kampen, Kok, 2007, 400 p., 23 x 16, 24,90 EUR, ISBN 9789043513029

LAURENS DE KEYZER, JehovahÕs getuigen. Slavernij van het geweten, Ten Have, Kampen, 2005, 14,5 x 22, 120 p., 14,95 EUR, ISBN 9789089310088

H. JAGERSMA, De onbekende rijkdom van de Bijbel, Skandalon, 2007,14 x 22, 128 p., 14,95 EUR, ISBN 9789076564241

ANNEMIE DILLEN, Geloof in het gezin? Ethiek, opvoeding en gezinnen vandaag, Leuven 2006,17 x 24, 224 p., 24,95 EUR, ISBN 9789020965414

GEERT VAN OYEN, Marcus mee maken, VBS/ACCO 2006. 21 x 13,5. 288 p. Û 21,80. ISBN 9789033461187

LIEVEN BOEVE en ANNELEEN DECOENE (red.), Wat mogen we hopen? Perspectieven op de verrijzenis van het lichaam, Halewijn, 2007, 14,5 x 23,5, 200p., 17,00 EUR, ISBN 9879085280484

GERARD BODIFEE, God en het gesteente. Waarover religie en wetenschap spreken en zwijgen, Davidsfonds-Kok, 2007, 168 p., 22 x 15, 16,95 EUR, ISBN 9789077942277

HANS WEIGAND (red.), Het volle leven. Levenskunst en levensloop in de moderne samenleving (ICS Cahier, 42), Boekencentrum Uitgevers, 2005, 96 p., 13,5 x 21,5, 9,80 EUR, ISBN 9789023917984

AD WILLEMS, Religie. Na de grote verhalen, Valkhof Pers, 2007, 96 paginaÕs, 12,5 x 20, 10,00 EUR, ISBN 978 90 5625 256 4

JEANNE DEVOS, Denken en doen. Een leven in spiritualiteit, Davidsfonds, 2007, 151 p., 14,50 x 22, 16,95 EUR, ISBN 9789058264565