Licap homepage
Zoeken
Login
Wachtwoord vergetenn
Wachtwoord vergeten close

Nummers

Sporen van geestkracht?
Sporen van geestkracht? Nieuwe religieuze bewegingen.
September 2007

Het is merkwaardig in welke verschillende richtingen de zoektocht naar spiritualiteit zich de laatste decennia beweegt. De verscheidenheid kan niet zomaar binnen één overzichtelijk kader worden ondergebracht. De aanwezigheid van deze min of meer “nieuwe” religieuze bewegingen kan echter niemand die ook maar enigszins met de materie bezig is, ontgaan.
Het is ons niet gelukt alle bewegingen die we graag aan het woord hadden gehoord ook tot schrijven te bewegen. Daardoor ziet de uiteindelijke selectie er nogal arbitrair uit. Toch hopen we enkele grote tendenzen van het huidig spiritueel landschap in beeld te hebben gebracht.

€ 7,95
Tijdschrift
nummer 5 / 2007
Hoofdredacteur: D'hert, Ignace

Art.Nr. 20075
Korte inhoud van dit nummer
In beweging D'hert, Ignace

Een gezin neemt zijn intrek in een leegstaand klooster en begint er een centrum voor spiritualiteit. Mensen zoeken elkaar op om de spirituele ervaringen die ze tijdens een voettocht of bedevaart hebben opgedaan met elkaar te delen. Anderen sluiten graag aan bij de inspiratie van een “grote” religieuze orde of congregatie die ze op een nieuwe manier, in lekengestalte, vorm willen geven. Jongeren troepen samen op massabijeenkomsten waar een of ander religieus leider verschijnt. Er zijn de reeds langer bekende grote bewegingen met soms stevig uitgebouwde structuren die een sterke aanhang hebben. Minder opvallend en meer verspreid zijn de toevallige kleine groepjes die hun eigen weg gaan. Sommige daarvan zijn gedreven door de bevlogenheid van een charismatisch leider, andere komen samen rond een gedeelde thematiek. En nog zoveel meer.

Het is merkwaardig in welke verschillende richtingen de zoektocht naar spiritualiteit zich de laatste decennia beweegt. De verscheidenheid kan niet zomaar binnen één overzichtelijk kader worden ondergebracht. De aanwezigheid van deze min of meer “nieuwe” religieuze bewegingen kan echter niemand die ook maar enigszins met de materie bezig is, ontgaan.

Ook het verschil in kerkbetrokkenheid valt op. Sommigen stellen de zorg voor een kerkelijke heropleving voorop. Hun “beweging” staat in dienst van het instituut. Ze situeren zich dan ook in het centrum van het institutioneel kerkelijk gebeuren. In deze kringen hoor je wel eens zeggen dat de nefaste invloeden van de secularisatie moeten worden omgebogen. Zeg maar teruggeschroefd. Anderen vinden, net andersom, dat de secularisatie nog een tegoed aan vernieuwing in zich draagt. Zij betreuren de restauratie die zich de laatste decennia doorzet. Een behoorlijk aantal houdt de kerk als organisatie helemaal voor bekeken. Het instituut is volgens hen te veel een doel op zich geworden. Op die manier verdringt zij de zoektocht die gaande is in menige beweging.

Dat hieruit een verschillend groepsgevoel voortvloeit hoeft nauwelijks betoog. Ofwel zal men de spirituele verstandhouding binnen de eigen groep beschermen en verder uitbouwen. Dan zijn duidelijkheid en houvast hierbij de sleutelwoorden. Ofwel zal men eerder bedacht zijn op samenwerking met bondgenoten buiten de grenzen van de eigen beweging. Bij deze laatsten staat de betrokkenheid op de wereld voorop.

Het is ons niet gelukt alle bewegingen die we graag aan het woord hadden gehoord ook tot schrijven te bewegen. Daardoor ziet de uiteindelijke selectie er nogal arbitrair uit. Toch hopen we enkele grote tendenzen van het huidig spiritueel landschap in beeld te hebben gebracht. Misschien ontmoet u tijdens de vakantie nog een heel andere nieuwe religieuze beweging. Stuur ons dan een kaartje. Met dank.
 

Persoonlijk, orthodox en eigentijds De Groot, Kees

In deze bijdrage presenteert Kees De Groot, docent praktische theologie aan de universiteit van Tilburg, een empirische verkenning van de ‘nieuwe’ bewegingen in het (overwegend Nederlandse) katholieke circuit. In scherp contrast met de sombere berichten over ‘katholiek Nederland’ worden ze beschouwd ‘als tekenen van een religieuze vitaliteit.’ Voor welk fenomeen staan deze bewegingen en wat moeten we er ons kwantitatief bij voorstellen? Welke is de betekenis van deze bewegingen en wat kunnen we ervan verwachten in de toekomst?

De indruk dat alles klikt. Ervaringsbericht van een waarnemer Vranckx, Jos

Jos Vranckx werkte jarenlang als journalist voor Gazet van Antwerpen en is één van de oprichters van het weekblad Tertio. Een grote ontvankelijkheid voor het nieuwe, een gezonde portie nieuwsgierigheid en een paar verrassende ontmoetingen deden hem het oude instituut door nieuwe ogen bekijken ...

De groep van Anseremme. Authenticiteit als motor voor het nieuwe Chatrain, Norbert, Van Crombrugge, Wilfried

Wilfried Van Crombrugge en Norbert Chantrain zijn respectievelijk sinds 1987 en 1992 betrokken bij vakantiecursussen te Anseremme. Zij blikken terug op 30 jaar van zoekend geloof tijdens de zomerse ontmoetingen in hartje Ardennen: of hoe een vrijplaats binnen de Kerk een antwoord biedt op de nood aan authenticiteit.

De vereniging Scala. Een zoektocht naar toegewijd leven Corsius, Eric, Nelen, Piet

In de rooms-katholieke traditie werd het begrip ‘Toegewijd leven’ vrijwel altijd verbonden aan de typische leefvorm van religieuze instituten en gemeenschappen. De stagnatie in het aantal roepingen heeft echter binnen deze religieuze leefvormen de vraag opgeroepen naar continuïteit en verjonging. Redemptorist Piet Nelen was sterk betrokken bij de initiatieven waartoe deze bevraging in zijn gemeenschap geleid heeft: in de schoot van de gemeenschap ontstond de vereniging Scala ...

Inkijk in Scala. Een ervaringsbericht

Samen met haar echtgenoot maakt Ageeth Potma, milieutechnologe en sinds kort ook theologe, bijna tien jaar deel uit van Scala. Vanuit haar ervaringen biedt ze ons een inkijk in deze vereniging: een boeiende schets van een nieuwe beweging die haar weg zoekt doorheen - en vaker zelfs aan de rand van - het kerkelijk landschap ...

Inkijk in Scala. Een ervaringsbericht Potma, Ageeth

Samen met haar echtgenoot maakt Ageeth Potma, milieutechnologe en sinds kort ook theologe, bijna tien jaar deel uit van Scala. Vanuit haar ervaringen biedt ze ons een inkijk in deze vereniging: een boeiende schets van een nieuwe beweging die haar weg zoekt doorheen - en vaker zelfs aan de rand van - het kerkelijk landschap ...

De Hooge Berktgemeenschap. Beweging van kerk en maatschappij Travaille, Sybe

Sybe Travaille is psycholoog en woont met zijn vrouw Lilla en hun gezin sinds 1977 in de gemeenschap Hooge Berkt. Hij is er verantwoordelijk voor de werkgroep gastvrijheid en de ontvangst van nieuwe gasten. Hij blikt terug op 40 jaar ‘Hooge Berkt’.

Nieuwe bewegingen in de kerk. Een poging tot evaluatie Borgman, Erik

Als directeur van het Heyendaal Instituut en theoloog verbonden aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, behoren religie en cultuur tot de belangrijkste aandachtsgebieden van Erik Borgman. In dit artikel neemt hij de diverse aspecten van de nieuwe bewegingen in de Kerk onder de loep en komt hij tot een evenwichtige - en verrassende - conclusie.

 

Honderd dagen (column) Verscuren, Ann

Dankbaar en nieuwsgierig opgedragen aan mijn medestudenten van weleer

Licenciaat in de Godsdienstwetenschappen. Zo zou het enkele maanden later op mijn diploma staan. Maar eerst waren er nog honderd dagen te gaan waarin lessen, seminaries, een thesis en examens centraal stonden. Toch vierden mijn medestudenten en ik op honderd symbolische dagen van de eindstreep al de vrijheid.

De voorbereidingen voor die fameuze ‘honderd dagen’ liepen vlot. Wij wilden toch aan de Kerk van morgen timmeren? Wel, we zouden een hele dag als bouwvakkers in blauwe overalls rondlopen. Wij hoopten toch veel licht en lucht in onze droomkerk te krijgen? Wel, een fietstochtje in weer en wind zou een goeie start zijn. Wij dachten toch dat variatie verrijkend kon zijn? Wel, we zouden allemaal onze eigen smaak meebrengen voor de pick-nick onderweg.

Natuurlijk mocht een viering op deze dag niet ontbreken, dus werd er een liturgiegroepje samengesteld: twee mannen en twee vrouwen (of waren we toen nog jongens en meisjes?). Heleen kon voor een hoop gebruikte bakstenen zorgen als passend symbool. Prima. Gerd en Filip wilden wel met z'n tweeën preken. Keigoed.

"Die vredesdans waar we ooit een bezinningsdag mee afsloten, zou dat kunnen?" "Jaaaa, da's echt een ritueel van onze groep!"Het enthousiasme groeide. "Zullen we die professor als voorganger vragen?"BANG, daar zaten we op het pijnpunt. De twee jongens en twee meisjes zaten opeens niet meer samen rond de tafel, maar tegenover elkaar, met in hun midden het hete hangijzer dat ‘eucharistie’ heette. Kunnen we na 4 jaar studeren niet laten zien dat wij ook iets in onze mars hebben en dat verandering van onderuit mogelijk is? Moeten we als laatstejaars geen symbooldaad stellen?Reactie langs de andere kant: we gaan toch niet aan het priesterschap raken? Het eucharistisch brood breken is toch het hoogtepunt van gemeenschap vormen?Het viertal geraakte er niet uit en ging te rade bij de vriendelijke prof. Die had oor en begrip voor elk standpunt, maar stelde heel terecht dat deze beslissing de hele groep aanging.

Zo gebeurde het dat op het einde van een les het hangende schisma uit de doeken werd gedaan en er vanop het verhoog in de aula twee pleidooien kwamen. Eén door een vrouw - vurig vanop de barricaden - die toekomst, vrouwen en vernieuwing preekte. Eén door een man die rustig vertelde wat eucharistie vieren op het einde van zijn studie voor hem betekende. Daarna kon er anoniem gestemd worden. 30 stemmen gingen er naar de eucharistie, 6 naar de gebedsdienst.

Het werd een mooie dag, onze ‘honderd dagen’. Iedereen klom als bouwvakker op de fiets en er werd veel variatie op de pick-nickdekentjes ontdekt. Ook de eucharistieviering was geslaagd en de aanwezige proffen feliciteerden het liturgiegroepje achteraf met de bezinnende dans en de ‘preek door twee’. Heel apart vonden ze dat. Alle 36 studenten kregen een bouwsteen mee. Een herinnering, en meteen ook een opdracht. We werden immers ook een beetje gezonden, de Vlaamse Kerk in.

Nu, vijftien jaar ervaring in onderwijs en pastoraal rijker, zou ik het anders doen. Ik zou met mijn medestudenten in een kring gaan zitten en ieder van hen vragen. "Vertel eens als je wil, (wanneer) ervaar jij Kerk? Waar wil jij trouw aan zijn of blijven en hoe komt dat? Welke opdracht heb je gaandeweg aan je bouwsteen verbonden? Hoe zou jij nu met deze 36 mensen in deze kring willen vieren?"

Ik ben licenciaat in de Godsdienstwetenschappen geworden, een titel die zelden of nooit gebruikt wordt. (dan mijn liefje: die krijgt brieven aan waarop er ronkend prof. dr. ir. staat.) De weinige keren dat ik die woorden neerschrijf, denk ik nochtans niet aan de thesis of examens die ik daarvoor moest afleggen. Dan denk ik aan die honderd dagen die het meest uitdagende examen uit mijn studietijd hebben gevormd.

Monnik op de zee. Henk de Velde wil tot zijn dood de wereld rondzeilen Prillevitz, Paul

Paul Prillevitz is journalist voor verschillende binnen- en buitenlandse bladen. In die hoedanigheid leerde hij Henk De Velde kennen. Voor TGL schetst hij het portret van een man die op zijn manier - en wel erg letterlijk - nieuwe horizonten opzoekt: een verslag van een "mystieke pelgrimstocht met een onbekend einde".

Soja en de wilde wolf. Norbertijn tussen Averbode en Brazilië Vankrunkelsven, Luc

Luc Vankrunkelsven leeft en werkt deels in Brazilië voor Fetra, een familiale boerenvakbond , en deels in Europa voor Wervel, een vereniging voor rechtvaardige en verantwoorde landbouw. Vanuit deze spreidstand tussen beide kanten van de oceaan schrijft hij regelmatig flitsen over de wereldvoedselsituatie en voedselsoevereiniteit.

De hemelse boekbinder (column) Hoogeveen, Piet

Opruimen is niet mijn sterkste kant. Jarenlang heb ik artikelen uit kranten geknipt, maar vervolgens kwamen die ongesorteerd op stapels of in schoenendozen terecht. Stapels van losse papiertjes maken, daar kan ik wat van, vooral op de vloer. Rond de tafel in mijn studeerkamer liggen ontelbare kleine eilandjes van steeds geler wordende paperassen. Met mijn computer is het al niet veel beter gesteld. Die weerspiegelt als twee druppels water mijn bureau met daaromheen een soort Egeïsche zee met talloze cycladen.

Soms ben ik wel eens jaloers op anderen die dat allemaal veel beter en efficiënter weten te organiseren. De Romeinen, dat waren nog eens organizers! Wanneer die een legerkamp of een stad ontwierpen bepaalden ze eerst waar de navel van de stad of het kampement kwam. Dat werd het punt waar de twee hoofdwegen, de noord-zuid lopende cardo en de oost-west lopende decumanus, elkaar loodrecht kruisten. Zo ontstonden vier velden die vervolgens weer verder in vieren werden verdeeld en zo verder tot een compleet schaakbord ontstond. De vloer van het Pantheon in Rome laat het prachtig zien. Helaas, mijn kamer geeft een enigszins andere aanblik.

Misschien moet ik alles op en rond mijn bureau maar eens terugbrengen tot maximaal vier dingen. Die zijn tenminste nog in één oogopslag waar te nemen. Wanneer je op een wandeling drie of vier mensen tegenkomt dan hoef je ze niet te tellen, je registreert ze net als kleuren en vormen. Bij vijf of meer moet je echt gaan tellen.

De buitenkant van een middeleeuws evangeliarium ziet er soms uit als een Romeins castrum. Je ziet vier kwadranten met in elk een evangelist, meestal symbolisch weergegeven, en middenin Christus als de navel der wereld. Dat er maar vier evangeliën en niet meer dan vier in de canon zijn opgenomen vindt hier een goede reden. Er zijn tenslotte ook maar vier jaargetijden met zijn vroegere quatertemperdagen, vier waterstromen in het paradijs, vier windstreken, vier kardinale deugden, vier grote profeten, vier westerse kerkvaders...

Over opruimen gesproken: Een paar jaar terug heb ik een cursus boekbinden gevolgd. Directe aanleiding vormde het feit dat ik nogal wat boeken had die toe waren aan een nieuwe rug. Sommigen lagen al min of meer uit de band toen ik ze tweedehands kocht, anderen waren door mijn veelvuldig gebruik min of meer uit elkaar gevallen. Maar het was niet alleen dit praktische motief dat een rol speelde. Nu denk ik dat daaronder een ander, dieper, motief zat: ik wilde op mijn manier ordenen: katernen aan elkaar naaien, kop en staart uit elkaar houden, een boekblok maken, leeslinten aanbrengen en het geheel in de band zetten. Helemaal aan het slot van zijn beroemde Divina commedia, canto 100, wanneer Dante oog in oog staat met het goddelijk licht, schrijft hij (in de vertaling van Ike Cialona en Peter Verstegen):


'Ik zag hoe diep in die oneindigheid liefde een boek maakt van de losse bladen die alom in de wereld zijn verspreid.’ Echt opgeruimd wordt er pas in de hemel.

De hereboer Stroobants, Jos

Wie we zijn geworden na die vele korte jaren
komen wij wellicht nooit echt terdege achter.
Zullen we voldoende wijsheid, tijd en rust vergaren
om te worden wie we moeten zijn? De pachter
slechts zijn wij, de drager van de zorg voor land en erf.
De Hereboer kijkt toe en waakt
of niemand aan het lied verzaakt.
En breekt hij ons, wij vangen heel zijn zonlicht in die scherf.

Het wandelen Stroobants, Jos

Wij duren niet zoals de dingen duren,
wachten niet op lucht en licht en tijd,
en hoe zij ons verslijten doorheen uren,
weersomstandigheden, jaren, en het
brute zijn. Wij doen. Te veel wellicht,
te weinig ook. Maar wij veranderen.

Wij duren niet zoals voorzien. (Door ons,
door anderen.) En soms ontsnappen wij
aan eigen bakens, vinden woordendons
en dekens en een lichter, groter plicht
dan ik en jij. Wij doen. Te veel wellicht,
te weinig ook. Wij worden anderen.

Wij duren aan onszelf voorbij. En wij
meanderen. Door vlakten onbekend,
door polders, delta’s, aan verdriet voorbij
en aan gemakkelijk geluk. Wij zien
het aan en staan. Wij doen. Te veel wellicht,
te weinig ook. Een tastend handelen.

Wij duren kwetsbaar, scheppen duurzaamheid
(niet onderhandelbaar), die ons ontsnapt
en wuift, ons overhuift en ons bevrijdt.
En soms vertragen wij, en maken tijd.
En wij ontdoen ons van teveel gewicht
en waan, en zien ons aan - en wandelen.
 

Biddend bij een bede om trouw (hymne) Staes, Karel

JPsalm 119, 1-8

Dit is de enige psalm van een ongewone lengte. Het is eerder een lied van vreugde, vertwijfeling en zorg, van berouw en inkeer, of het gelovig vasthouden aan God, die met zijn Wet (een liefdesspel van de hoogste orde), als het ware zichzelf symboliseert in het Verbond met de mens: het maakte ooit de identiteit van een volk uit. Omwille van een diepere herkenbaarheid in élke mens heb ik getracht te beluisteren hoe een geloofsverhaal opnieuw "te vertalen en te herhalen" is in een vastberaden gaan door licht en donker, of zoals Paulus het ooit schreef: "als door het vuur heen". Enkele passages in de "Wet" God zelf te zien, die "niet om uit te spreken ons diepste wezen uitmaakt".

Naar U gaat mijn verlangen,
aan U blijft mijn zoeken hangen,
om als water
uit Uw zwijgen neer te stromen

bij het volgen van mijn wezen,
wist ik op Uw spoor te komen,
nooit wil ik nog verdwalen!
Wijs mij de weg die ik moet gaan.

Ik wil niet meer beschaamd verloren staan
met al teveel en al te oud verdriet.
Zonder sluip- en kronkelwegen
wil ik U blijven zoeken

tot Gij mij weet te vinden:
zo wordt Uw trouw weer levensgroot - en echt,
meer dan een verloren Woord, ooit van ver gehoord.
Laat niet toe dat Uw spoor weer wordt als mist, uitgewist.