Nummers
- Als boeddhisme en christendom elkaar raken.
- Maart 2006
Is het mogelijk, zoals sommigen beweren, tegelijk christen én boeddhist te zijn. Zijn er inderdaad duidelijke overeenkomsten tussen de beide levensstijlen zoals wel eens beweerd wordt? We leggen ons oor te luisteren bij mensen die bij elkaar te gast zijn geweest en die zich hebben open gesteld voor elkanders wijsheid.
- € 7,95
Korte inhoud van dit nummer
- Boeddhisme en christendom D'hert, Ignace
Hoe absoluut is vrije meningsuiting? Hoe onaantastbaar een geloofsovertuiging? Een cartoon met een spotprent van de profeet ontketent onverwacht felle reacties in de moslimwereld. Er zijn televisiebeelden van woedende massa’s die een gevoel van angstige onzekerheid opwekken. Er lijkt niet veel nodig om een wereldbrand te doen losbarsten. Natuurlijk, ‘de’ islam is genuanceerder, veelzijdiger dan de op sensatie gerichte nieuwsbeelden suggereren. Je wil als bewust denkende westerling niet meedoen met het simpele zwart-wit denken. Je wil vasthouden aan die andere beelden van de islam die je ook kent. De moslims in je eigen buurt. Mensen met wie je goede contacten hebt. Die je uitnodigen bij hun feesten. Wiens kinderen met de jouwe spelen. Er gaat niets boven directe contacten van mens tot mens. Die zijn sterker dan alle theoretische beschouwingen.
In deze katern gaan we op zoek naar dergelijke ontmoetingen tussen mensen die leven vanuit een christelijke en vanuit een boeddhistische achtergrond. Heel wat spiritueel zoekende mensen voelen zich aangetrokken door de wijsheid en de levensstijl van het boeddhisme. Ze hebben zich vaak bepaalde praktijken uit die traditie eigen gemaakt. Op die manier is het boeddhisme geen volslagen onbekende voor mensen die zich toeleggen op een spirituele levensstijl. Het loont dan ook de moeite om te luisteren naar de ervaringen en inzichten van mensen die zich hebben verdiept in elkanders visies.
Is het mogelijk, zoals sommigen beweren, tegelijk christen én boeddhist te zijn. Zijn er inderdaad duidelijke overeenkomsten tussen de beide levensstijlen zoals wel eens beweerd wordt? We leggen ons oor te luisteren bij mensen die bij elkaar te gast zijn geweest en die zich hebben open gesteld voor elkanders wijsheid.
- Boeddhisme en christendom - Mimi Maréchal en Akiki Morishita Anbeek, Christa
Over de ontmoeting tussen boeddhisme en christendom kan op verschillende manieren worden nagedacht. De invalshoek die men kiest, bepaalt voor een deel het zicht dat men krijgt op de ontmoeting tussen deze religies. Dr. Christa Anbeek licht dit toe door hieronder vier mogelijke benaderingen te schetsen, waarvan ze er vervolgens één verder uit werkt.
- De vonk die woont in ons binnenste Vandekerckhove, Bieke
Confrontatie met een ongeneeslijke ziekte slaat met stilzwijgen. Een meedogenloze nacht is je deel. Op zoek naar soelaas ontdekkne mensen een andere stilte. De stilte waarin psalmen tot spreken komen.
- een leven al speurend - Mededogen vlak voor je voeten Peers, Andrew
“Vóór het schrijven van dit artikel ben ik nooit op de man af gevraagd, waarom precies een trappistenmonnik deelneemt aan een Ch’an sessie ”. Broeder Andrew Peers beschrijft hieronder hoe voor hem verschillende religieuze wegen elkaar voeden en versterken.
- Sterven aan Boeddha, sterven aan Christus Lathouwers, Ton
Ton Lathouwers maakte een keuze van citaten over de dialoog tussen zenboeddhisme en christendom uit: ‘Waarom kwam Bodhidharma naar het Westen? De ontmoeting van zijn met het Westen’, van de Indiase jezuïet en zenmeester Ama Samy.
- Hoe talloos de poortloze poorten ook zijn...Zen en christendom over 'paradoxale teksten' Limpens van Overbeek, Greetje
In het najaar van 1981 begon Greetje Limpens van Overbeek met de zenmeditatie. Ik kwam in contact met het zenboeddhisme door de boeken van pater Hugo Enomiya Lassalle, die enkele jaren daarna mijn zenmeester werd en met wie ik mijn koanstudie begon.
- Hoe talloos de levende wezens ook zijn...Dichte deuren, poortloze poorten en zen Lathouwers, Ton
Sommige teksten in het evangelie klinken heel on-christelijk. Althans op een eerste gezicht. Misschien opent een boeddhistische manier van lezen de ogen voor een andere interpretatie van dergelijke teksten.
- Over christendom, boeddhisme en diakonia Lathouwers, Ton, Schuilenga, Mirjam
De dialoog tussen boeddhisme en christendom is niet in de eerste plaats een zaak van structuren en formele gespreksrondes. Het is allereerst een zaak van mensen die spreken vanuit hun intiemste religieuze overtuiging. Ten getuige het gesprek dat christelijke theologe Mirjam Schuilenga (auteur van het boek 'God in de marge, over diaconie en spiritualitiet, armoede en gemeenschap', Halewijn 2006) en zenleraar Ton Lathouwers hadden op een februarimorgen in een kouwelijk Nijmegen.
- Op de adem van de wind Nicolay, Corry
In het interreligieus centrum ‘Kleurrijk Fryslân Pad’ leren mensen uit verschillende religies elkaars gebedsvormen kennen en waarderen. Voorbij de uiterlijke verschillen ontdekken ze bij elkaar de diepere ingesteldheid. Corry Nicolay vertelt …
- Stadhuisgevel Stroobants, Jos
I.
Het voyrste huys staat hoog gegeveld: rij
na rij geschiedenis naar hand en trots
gezet. De beelden zien hoe leven schots
en scheef voorbijgaat, hoe beneveld, wij,door té veel “nu” en toch te weinig tijd,
de snelle avond moeten zien te halen,
ander huis en tafel, warme schalen
troost, een bed, wat rust en veiligheid.Soms wijkt een beeld en komt een ander: iemand
werd versteend en tot herinnering
bevorderd, tot een vrome rimpeling,cosmetica voor het geheugen. Niemand
weet méér dan hij ziet of dan hij hoort.
De tijd gaat voort, een windvlaag, onverstoord.II.
Soms wijkt een beeld en komt een ander. Vader-
schap vraagt om erkenning, en de zonen
zijn hardleers. Pas laat leren zij wonen
in het ouderlijke huis, en naderdan het hemd is hen de zelf bevochten
mythe van hun onafhankelijkheid.
Maar gevels zijn geduldig, hebben tijd
genoeg voor alles wat wij ooit vermochtenaan betekenis bijeen te schrapen.
Schrijvend en herschrijvend aan verleden
vinden wij wellicht geen beter heden,geen uiteindelijke zin voor ’t rapen,
maar misschien verzoent een nieuwer woord
ons met de tijd die schuift – en ons verstoort.In de westgevel van het Leuvens stadhuis werden onlangs twee nieuwe beelden geplaats, dat van Leopold I, koning der Belgen, en dat van Willem I, heerser over de Nederlanden op het ogenblik dat België onafhankelijk werd. Een laat gebaar van verzoening wellicht, maar ook een voorzichtig herschrijven van de geschiedenis!
- Wit (column) Verscuren, Ann
Ik weet haast niets meer
van alles wat ik eens heb willen zeggen.
Ik wil haast niets meer zeggen.
Alleen iets van het licht.Hans Andreus
Ze zit in een leunstoel, haar gezicht gericht naar het licht dat in stralenbussels binnenvalt. Ik ontmoet haar op communieronde in het ziekenhuis: “Dit brood is teken van Jezus' leven en hoe hij dat vooral deelde met zieken en mensen die het moeilijk hadden. Mag Jezus ook dicht bij jou zijn.”
Tranen springen in haar ogen.
“Ik ben nu 76 jaar en ik heb niemand meer die dicht bij mij is. Mijn ouders zijn dood, mijn man is 15 jaar geleden gestorven en mijn zus enkele jaren terug. En ik heb geen kinderen.” Ze zucht. “We hebben wel een zoontje gekregen, maar hij is gestorven bij de geboorte. En ik heb hem niet mogen zien.”
Dat komt als een mantra terug: “ik heb hem niet mogen zien”. Haar man heeft het gezien, en haar zus ook, maar zij niet. De zusters vonden dat toen beter, het zou anders maar meer verdriet doen. “Dus heb ik mijn kindje niet mogen zien.” Jaren later pas durfde ze aan haar man vragen of het er dan zo afzichtelijk uitzag, want ze dacht dat dat de reden was waarom ze geen afscheid had mogen nemen. Maar nee, het was mooi, met zwart haar; volmaakt, had haar man gezegd. “Maar ik weet nog altijd niet of ik dat wel mag geloven, want ik heb het zelf niet kunnen zien.” Of ze hun kindje een naam hadden gegeven? durf ik te vragen. “Ach nee, dat had geen nut volgens de zusters. En erna hebben ze ontdekt dat ik nooit meer kinderen zou kunnen krijgen. Nooit meer.”
Ze draait haar gezicht weer naar het raam en laat de tranen stilletjes lopen. Ik vloek inwendig op de ‘gepaste rouwverwerking’ van vroeger en vraag me af of er voor haar in hemelsnaam ‘iets van het licht’ kan zijn?En dan, onverwacht, draait ze haar gezicht terug naar mij en glimlacht langzaam. Traag vertelt ze.
“Maar ik heb één souvenir. Mijn zus zou meter worden en was apetrots. Het was oorlog toen en ze reed met de tram voorbij een etalage waarin ze een warme, witte, brede sjaal zag liggen. Die moest ze hebben. Ze is een halte verder uitgestapt en is die sjaal gaan kopen om te gebruiken bij het doopsel van haar petekind. Hij is nooit gebruikt geworden. Niemand van de familie heeft het ooit in zijn hoofd gehaald om te vragen of ze die sjaal mochten gebruiken. Die is heilig voor mij. Af en toe pak ik hem vast, ik was hem met de zachtste zeep die er is zodat hij goed ruikt en leg hem terug in een mooi papiertje.” Ze zwijgt even. “In die sjaal zal ik begraven worden. Iedereen rondom mij weet dat, de buren en de verre familie. En ik heb het ook opgeschreven.”De haren op mijn armen gaan recht overeind staan als ik het hoor, omdat het zó klopt. De cirkel zal rond zijn als zij zelf sterft. Dan zijn ze weer samen. Een kind, naamloos en ongezien, dat in een witte sjaal had moeten gewikkeld worden. En een moeder die haar kracht haalt uit diezelfde witte sjaal die haar lijkwade zal worden.
- De Alm8ige God, Die =, ws & kmt (column) Hoogeveen, Piet
Maria Goos, schrijfster van televisieseries als ‘Pleidooi en Oud Geld’ en het veel geroemde theaterstuk ‘Cloaca’, biechtte nog niet zo lang geleden in de Volkskrant het een en ander op over haar jeugdige ervaringen met kerk en geloof. Ik herkende direct haar gevoel van na het biechten: je was van binnen gewassen, je had een schoongeschrobde ziel.
Rond haar twaalfde, eind jaren zestig, haakte ze af. Niet omdat de kerk zich toen te weinig aanpaste aan de moderne gelovige, maar eerder omdat ze dat teveel of op de verkeerde wijze deed. Ze vertelt: “Zolang preken onbegrijpelijk waren geweest, hadden ze me de ruimte gelaten om er zelf de meest devote gedachten bij te krijgen, maar toen de geestelijke ging spreken over ‘de pil’ en ‘losgeslagen jongeren’ werkte het niet meer.” Met de beatmissen lukte het evenmin: “Het was actueel, het was onderhoudend, maar schoon werd je er niet van”.In de loop van zijn geschiedenis heeft het christendom een grote lenigheid tentoongespreid wanneer het erom ging aansluiting te vinden bij bestaande culturen. Treffende voorbeelden daarvan vinden we al in de tweede eeuw wanneer Christus als een alternatieve Orpheus wordt geportretteerd en de levensreis van Christenen verhelderd wordt met de tocht van Odysseus. Populaire heidense feesten zoals het zonnewendefeest (25 december) kwamen getransformeerd terug op de kerkelijke kalender en eeuwenoude heilige plaatsen werden voorzien van een kerk of een klooster. Waar ooit Diana werd vereerd of geput werd uit geneeskrachtige bronnen kwamen pelgrims de relieken van christelijke heiligen vereren.
Er zijn zelfs onderzoekers die stellen dat het christendom in de Late Oudheid zich alleen maar zo sterk kon verbreiden, omdat het bewust of onbewust gebruik maakte van eeuwige archetypen en universele thema’s die aan de basis liggen van alle religies. “Kerstening veronderstelt verheidensing”, schrijft Tjeu van den Berk in zijn boek Mystagogie. Anderen noemden datzelfde proces ooit ‘de zondeval van het christendom’. Tja.Aanpassen en aanpassen is twee. Modieuze aansluiting bij de nieuwste waan van de dag zet voor het christendom geen zoden aan de dijk. Een SMS-BBL (bijbel in sms-taal) die binnenkort verschijnt, zal vermoedelijk net zo veel effect sorteren als de beatmissen bij Maria Goos deden. Wie met de tijd trouwt, is gauw weduwe.
Maar die meer fundamentele aanpassing in de zin van verheidensing klinkt me evenmin als muziek (al dan niet van Orpheus) in de oren. Wanneer je zo sterk het universele benadrukt, verdwijnt het nieuwe en bijzondere van de christelijke boodschap als sneeuw voor de zon. Ook in een syncretistische cultuur als die van het Romeinse rijk wist men dat wel. Jeruzalem en Athene moet je niet op één hoop gooien. Christenen zijn wat mij betreft gestoorde heidenen. De Heilige Geest is vooral een stoorzender en ‘De Alm8ige God’ blijft nodig voor een grondige schrobbeurt.Na Jeruzalem en Athene moet je niet op een hoop gooien:
Althans, dat vond Tertullianus aan het einde van de tweede eeuw die uiterst kritisch stond tegenover het opheffen van de spanning tussen het geloof en universeel denken.
- Bij psalm 132 Staes, Karel
Achtervolg mij, blijf mij volgen
richt mijn zoeken naar een onderkomen
voor Uw gaan en komen
- wie Gij voor ons zijt –Geen rust, geen vrede zal ik vinden,
net zo min als de geloofsgenoten van weleer
en ik zal blijven zoeken
naar Uw Naam, Grond van ons bestaanblijf ons zo geheel doorstromen
mens na mens omzomen
boom na boom geworteld
in dat Goddelijke Watertempelstille luchten
lichten open van Uw trouw,
Gij gaat ons niet zomaar voorbij
verdwijnt nietin de wolken van de waan,
want geslachten lang beweren wij uw Naam
en geen een die U vergeet,
wij weten waar Gij ongeweten woontGij blijft ons immers rakelings nabij
onaanwijsbaar dicht
in ons
onmetelijk en zoveel meerkwaad en zoveel kwalen
verliezen hun verschrikking meer en meer,
achterhaal door U
Gij, die ons uit dood en donker haalt
