Nummers
- Armoede. Naar een kanteling van perspectief.
- November 2006
In het eerste nummer van deze jaargang ging TGL samen met Broederlijk Delen aan de slag om de themakatern Vice Versa te realiseren. Op deze manier hopen we de levende spiritualiteit, zoals deze in het veld gestalte krijgt, op het spoor te komen. In dat katern stond de betrokkenheid op de Derde Wereld centraal. In het laatste nummer van deze jaargang gaan we samen met Welzijnszorg in zee. Thans richten we de blik op de situatie dichtbij: mensen in armoede in onze onmiddellijke omgeving. We zijn bovendien gelukkig met de Nederlandse bijdragen die over dezelfde thematiek handelen. Deze zijn gebaseerd op een lezingenreeks in het Albertinum te Nijmegen van het voorbije jaar.
- € 7,95
Korte inhoud van dit nummer
- Zorgend nabij D'hert, Ignace
‘Pleidooi voor een barmhartige samenleving’: dit hadden we ook als titel aan deze themakatern kunnen meegeven. We hebben het niet gedaan. Misschien hebben we nog een Dalai Lama nodig eer een dergelijk taalgebruik zijn melige bijklank voorgoed is kwijt geraakt. Iets in diezelfde trant geldt voor ‘spiritualiteit’. Nochtans hebben we het daar als tijdschrift voortdurend over; over spiritualiteit in de zin van ‘bewogenheid, betrokkenheid, bezieling’.
In de relatie tot de medemens heeft spiritualiteit in het verleden uitgesproken vormen aangenomen. Religieuze congregaties werden opgezet met die zorg als centrale opzet. Niet zelden verwekten zij een stroming van zelfvergeten aandacht voor de noodlijdende medemens. Inzet en persoonlijke betrokkenheid waren sleutelwoorden. Deskundigheid en professionaliteit evenzeer, maar gaandeweg gingen deze zich ook buiten de kerkelijke kringen ontwikkelen. Veralgemening van deze controleerbare zorg werd terecht algemeen toegejuicht.
De evolutie van de vorige decennia is gekend. De zorg van de religieuzen voor de noodlijdende medemens heeft geen mensen meer kunnen werven binnen de vroegere religieuze leefpatronen. De professionalisering van de zorg en de hulpverlening is grotendeels in andere handen terecht gekomen. Deze evolutie is onomkeerbaar. Ze geeft tal van mensen de kans hun bewogenheid voor de medemens op nieuwe manieren vorm te geven, los van de vroegere uitgesproken religieuze verbanden. Deze meer zakelijke aanpak heeft ongetwijfeld pluspunten. We kunnen echter niet blind zijn voor het feit dat verzakelijking ook een mogelijke schaduwzijde met zich meedraagt. Deze wordt vooral duidelijk wanneer de druk die op hulpverleners wordt gelegd, hen verplicht zich te beperken tot een zuiver efficiëntie service. Terwijl het algemeen gekend is dat de behoeftige mens vooral nood heeft aan een persoonlijk contact. Hoe summier ook. Het gezien worden als mens blijkt van het allergrootste belang; er mogen zijn met je persoonlijke geschiedenis, je eigen visie op leven en dood, je relaties. Hoe deze persoonlijke toets te verzoenen is met het runnen van een instelling die door de gemeenschap gefinancierd wordt, vormt een aparte problematiek.
Analyse en ervaringsberichten geven ons een kijkje op enkele betrokken partijen in deze complexe materie.
- Armoede in Nederland. Feiten en achtergronden Janssen, Raf
Bij elke herontdekking van het armoedeprobleem tekent zich het volgende patroon af: het gros van de energie wordt niet gestoken in een analyse van de fundamentele oorzaken van armoede, maar in het afbakenen, meten en beschrijven van risicogroepen die als achterblijvende minderheden worden bestempeld. Er verschijnen geen rapporten over armoede, maar rapporten over armen. Iedere keer opnieuw ligt het accent op het in kaart brengen van arme mensen: wie zijn ze, waar zitten ze, welke kenmerken hebben ze? In feite zijn het vragen die passen bij een politiek van armenbegeleiding in plaats van armoedebestrijding. Hierbij wordt armoede steeds meer voorgesteld als een persoonlijk falen. In feite is het een uitwas van het neoliberale project dat de verzorgingsstaat uitholt en het sociale klimaat doet verharden.
- De theorie van de presentie Baart, Andries
‘Van sommige mensen is het leven kapot. Ze zijn geïsoleerd, eenzaam en voelen zich verscheurd. Sociaal zijn zij overbodig’. Deze uitspraak zet de toon in het denken over presentiewerk en reguliere hulpverlening. Hoe gaat het er in de presentie concreet aan toe? ‘Presentie is een manier van zorg geven die dikwijls sterk afwijkt van wat normaal is in de hoofdstroom van het reguliere werk: je hoeft je helper niet door wachtlijsten, intakes en aanmeldingsprocedures heen te zoeken in de zorgbureaucratie want de presentiebeoefenaar komt naar je toe, is in jouw (leef)wereld te vinden, sluit radicaal aan en je kunt hem of haar zonodig van straat, van de gang, plukken en binnen vragen. De presentiebeoefenaar beweegt met je mee: waar jij moet gaan, daar gaat de presentiebeoefenaar, net zo snel of traag, solidair, nabij, aanspreekbaar.’
- Je moet nooit sneller gaan, dan de langzaamste kan. Presentiewerk in Vlaanderen Hermans, Marja
Een getuigenis over het presentiewerk in Vlaanderen: ‘Ik vind de "verdichting" van het individuele ondersteuningswerk in gesprekken, huisbezoeken, ziekenhuisbezoeken ongelooflijk boeiend en uitdagend. Als pastoraat betekent dit: mensen ondersteunen totdat zij weer rechtop gaan lopen, of - beter gezegd misschien - samen op zoek gaan naar situaties, waarin er kansen zijn om weer rechtop te lopen, dan heb ik afgelopen jaar veel kansen gehad om pastor te "spelen". Er zijn prachtige momenten van moed en hoop geweest, van (h)erkenning en kracht, maar ook zeer vele van diepe wanhoop en verdriet, van machteloosheid en diepe ervaringen van onrecht. Samen met mensen daar doorheen gaan, in nabijheid, maar toch met een zogenaamde. kritische distantie, vergt veel van mijn energie en doorzettingskracht. Anderzijds ervaar ik juist in dit heel individuele pastoraat vaak de genade van de opstand-ing, als zodanig is het ook een bron die energie geeft.’.
- Wij rijken en de armoede. Notities over wat we kunnen doen zonder grote offers te brengen Philips, Jos
De meesten van ons - laat ons onszelf onflatteus 'middenklasse-Nederlanders' noemen - kunnen waarschijnlijk zonder ernstige schade aan ons eigen goede leven flink wat van ons inkomen en vermogen weggeven. Want het is plausibel dat iemand genoeg reële keuze heeft uit projecten waarin hij de meeste van zijn centrale capaciteiten tot op zekere hoogte kan ontwikkelen als aan voorwaarden zoals de volgende is voldaan: hij, of zij, moet, behalve beschikken over behoorlijke behuizing, voedsel en gezondheidszorg, ook kunnen kiezen tussen een aantal opleidingen en beroepen; een gezin kunnen stichten en vriendschappen aangaan; toegang hebben tot informatie over de wereld en tot politieke ambten; een sport kunnen beoefenen of een muziekinstrument bespelen; genoeg vrije tijd hebben en geld voor de bioscoop en de trein naar de kust. Voor de meesten van ons zou nog aan dergelijke voorwaarden zijn voldaan al gaven we de helft van ons geld weg.
- Armoede in Vlaanderen. Niet te vatten Hermans, Herwig
Het zou eigenlijk ons gezond verstand te boven moeten gaan. We leven in één van de meest welvarende regio's en toch is er een groep die duidelijk uit de boot valt. Er is een kloof in de samenleving, een kloof die zich verbreedt en verdiept.
- Armoede bestrijden in Vlaanderen? De uitdaging groeit Hermans, Herwig
Volgens de gangbare inkomenscijfers mag armoede dan misschien stagneren, op andere domeinen zet ze onverminderd door. Werken aan structurele oplossingen vraagt om een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en om solidariteit. Solidariteit is geen achterhaald ideaal, net zo min als het geloof dat de strijd tegen armoede daadwerkelijk wat kan veranderen in de samenleving.
- Een omgekeerde economische vluchteling Alliet, Daniel
Het was Daniëls droom om naar het Zuiden te trekken. Het werd Brussel waar het Zuiden naar hem toe komt. Daniël deelt zijn huis met mensen uit de derde en de vierde wereld en in zijn leef- en werkomgeving wonen 16 verschillende nationaliteiten. Daniël is priester, en dat steekt hij niet weg. Daarnaast ziet hij zichzelf als een sociaal opbouwwerker, iemand die vanuit een evangelische inspiratie bouwt aan de maatschappij. Dat bouwen aan de samenleving gebeurt de facto met alle culturen, alle godsdiensten die samenleven in zijn Brussel. Dat werken gebeurt vanuit ‘de gouden regel’. Een regel die je op eigen wijze verwoordt terug vindt in dertien verschillende godsdiensten: "Doe aan een ander wat je wil dat ze aan jou zouden doen, doe niet wat je niet wil dat jou niet wordt aangedaan". Interreligieus samenleven start en wordt gevoed in de straat, in het basiswerk.
- Armoede in wit én zwart? Van Robaeys, Bea, Vranken, Jan
Er moeten grote inspanningen worden geleverd om het nakende failliet van een generatie allochtonen af te wenden. Eerst en vooral moet er geïnvesteerd worden in maatregelen die de inclusie van deze groepen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt beogen. Maar ook op andere domeinen zullen er stappen moeten worden gezet. De aanpak moet inclusief zijn: waar jonge allochtonen vandaag bijna uitsluitend als (potentiële) criminelen wordt benaderd, zal er extra aandacht moeten komen voor de identiteitsproblemen, de socio-economische situatie en de welzijnsproblematiek bij deze burgers. Het armoedebeleid en het middenveld dienen daartoe te interculturaliseren. De hulpverleners, organisaties, ervaringsdeskundigen en verenigingen waar armen het woord nemen zijn overwegend ‘wit’. Meer kleur in de sector is gewenst: laat allochtone armen mee bepalen wat armoede is en welke maatregelen nodig zijn.
- Engelengeduld en menselijkheid Aerts, Joske
Over de uitdagingen in de armoedebestrijding: ‘Er is nog veel werk om mensen duidelijk te maken niet te oordelen en veroordelen. Waarom zou de ene mens wel mogen kiezen of hij al dan niet rookt, een gsm koopt enz. en de andere niet? Daarom is media-aandacht zo belangrijk. Zij geven niet alleen mensen in armoede een stem, maar ook de professionele diensten die problemen willen aankaarten. Ook investeren in de opleiding van maatschappelijk werkers is belangrijk. In scholen voor bijzonder onderwijs zie je soms prachtige dingen gebeuren. Mensen die met engelengeduld en veel menselijkheid omgaan met mensen die zich dikwijls zo uitgesloten weten. Toch kunnen we mensen nooit veranderen, tenzij ze dit zelf willen.’
- Stroomafwaarts naar de bron. Een literair perspectief op de identiteit van katholiek onderwijs Roebben, Bert
Het levensbeschouwelijke karakter van een school kan men uitdrukken in termen van identiteit of spiritualiteit. Het eerste begrip heeft een zakelijke lading in het huidige onderwijslandschap en verwijst naar de waarden en normen die een school wil hoog houden. De term spiritualiteit is meer organisch van aard: hier gaat het over hoe mensen op de werkvloer proberen gestalte te geven aan de pedagogische opdracht, wat hen daarin drijft en inspireert. In deze bijdrage onderneemt Bert Roebben een korte geestelijke reis om aan te tonen hoe traditionele bronnen van christelijke spiritualiteit kunnen bijdragen tot de her-verbeelding van de katholieke identiteit van de school van morgen. Wie zijn menselijke identiteit als ‘geschonken identiteit’ leert ervaren, durft het leven met open vizier aan te gaan en te vechten voor meer menswaardigheid, precies op die plekken waar mensen worden onderworpen.
- Troost Verscuren, Ann
Ik zwem in melancholie. Oud verdriet en nieuw verdriet slaan de handen in elkaar en ik zink erin weg. Overkomt mij dat nu of laat ik het mezelf overkomen? Waar is mijn wil om het hoofd boven water te houden? Geen idee, zeker mee weggestroomd. Elia kruipt onder een doornstruik in de woestijn- hij wil niks meer. Alles heeft hij achter zich gelaten. Eén herinnering geeft troost. Twintig was ik en mijn eerste grote liefde vond de liefde niet groot genoeg meer. Op zo’n moment vergaat de wereld. Ik kon alleen maar verdrinken. Tot een goeie vriend toevallig langskwam op die immens verdrietige avond. Hij nam de schade op, liet mij razen in zijn armen en suste me zoals je een kindje wiegt: met nietszeggende woorden, enkel klanken die laten voelen dat je niet alleen bent. Toen ik leeggehuild was en de vermoeidheid als een steen op me viel, stak hij me in bed en hield mijn hand vast tot ik sliep. Een engel kwam naar hem toe en zette water en brood neer. "Sta op en eet, Elia". Dat deed hij, en erna viel hij weer in slaap. Toen ik wakker werd, was mijn engel er niet meer. Die was geruisloos verdwenen, net zoals hij verschenen was. Maar hij had wel iets achtergelaten. Op het nachtkastje hield mijn grote witte knuffelbeer de wacht. Aan zijn voeten bungelden de langste en kleurrijkste kousen die de engel in mijn kleerkast had kunnen vinden. Ik kon niet anders dan glimlachen. Naast de beer lag mijn lievelingsdichtbundel open op een toepasselijk gedicht. De klanken van de avond tevoren werden omgezet in woorden. De engel zette andermaal een kruik water en brood neer met de boodschap "de reis is nog ver". Het verraste me hoe mijn goeie vriend mijn eigen krachtbronnen had opgedolven en ze netjes op een rijtje had gezet naast mijn bremstruik: woorden, humor en anderen. Anderen die over je waken en warmte schenken als jij het koud hebt. Hier zou ik mee verder reizen. Hier zal ik ook nu mee verder reizen. Nooit meer zonder reisgenoot.
- Broodplank en stoof Hoogeveen, Piet
Ruim tien jaar terug fietste ik op een ochtend naar het station. Ik passeerde een rijtjeshuis waaruit van alles naar buiten werd gebracht en op de stoep gezet. Ik stapte af. Er stonden intussen stoelen aan de weg, dozen met boeken, terzijde zag ik een koperen kandelaar liggen, verderop een fototoestel. Pannen en bestek lagen kris kras door elkaar en gekreukelde lakens bewogen in de wind. Op mijn vraag of dit allemaal werd weggegooid, kreeg ik van een jong iemand die haastig met nog meer spullen de voordeur uit kwam, een bevestigend antwoord. Wat de reden was vertelde hij niet, maar ik vermoedde dat de bewoner van het huis was overleden en dat nabestaanden niets met deze spullen hadden en er zo snel mogelijk van af wilden. In de doos met boeken zaten bijbelcommentaren van gerenommeerde protestantse auteurs als Oepke Noordmans. Langzamerhand kwamen er meer mensen op af. Eentje raapte het fototoestel op en constateerde dat er nog een rolletje in zat. Hij begon van de omstanders lachend kiekjes te maken, al vonden de meesten dat hij dat niet kon maken. De afspraak die ik met mijn moeder had kon wel enig uitstel verdragen en ik keerde eerst voorzien van een stalen buisstoel met daarin Noordmans op mijn fiets terug naar huis om vervolgens alsnog naar mijn moeder af te reizen met een kleurrijk verhaal.
Niet lang geleden heb ik het huis van mijn overleden moeder, samen met mijn zus en broers, leeggeruimd. Het was voor het eerst dat ik hiermee te maken kreeg. Zo lukraak als bij het hier boven beschreven tafereel ging het overigens niet toe. Toch werden we steeds gemakkelijker met wegdoen. De stapel die we maakten voor de kringloopwinkel groeide onstuimig, maar de dingen die ik zelf wilde bewaren hadden een bescheiden omvang: de broodplank die ze nog had vanaf haar trouwen, een doos met zilveren lepeltjes, een verzameling bidprentjes, wat foto’s, een oude stoof. Nu mijn moeder er niet meer was, verdween de samenhang van haar spullen. Het werden losse objecten die je op hun eigen waarde bekeek. Sommige waren mooi of aardig, andere lelijk en niet de moeite waard. Mijn moeder zat er niet meer in. Ik kon ze boven verwachting gemakkelijk loslaten.
- Bij psalm 90 Staes, Karel
Van bij de bergen en de eeuw’ge sneeuw van voor de wereld is ontstaan, stond Gij vooraan als "Toeverlaat en Toekomst", "Wederkomst" van Naam naar Naam is de vraag naar U gebleven
Al evenzeer is komen en vergaan de t’rugkeer naar het stof, ons aller lot geweest: mensenkinderen, zorgenkinderen naar de dood, van groen in Morgenlicht tot dor bij avonddonker
In Uw Onmetelijk Blik staan jaren voor de eeuwen, tot één dag, één nacht gebracht...één ogenblik!
ons hele doen en laten wordt een spiegel die weerkaatst, de echo van ons eigen onvermogen, al wat ons tot "méér" en "beter" maakt, al dat vechten met elkaar
staat al gauw wellicht voor iedereen voor U, te kijk!
