Nummers
- Vrouwenrechten in de islam
- vzw Verbum: September 2005
- € 7,95
Korte inhoud van dit nummer
- Nemen en geven (column) Verscuren, Ann
Soms sta je erbij en kijk je ernaar.
De jongste dochter van 10 kinderen
komt naar het mortuarium om haar oude moeder te groeten.
Met de andere 9 had ik enkele nachten eerder
– toen moeder pas gestorven was –
nog afscheid genomen.
Zij is de jongste en was ziek op dat moment.
Zij is meteen ook de meest eigenzinnige,
diegene die het verste weg woont,
diegene die getrouwd is met een buitenlander én
diegene die dezelfde krullen als haar moeder heeft.
Ze wil graag de pastor zien die eerder bij haar familie geweest is
en gebeden heeft voor haar moeder.
Haar eigen dochter van 12 jaar is mee gekomen met haar.Zoals steeds is het kil en doods in het mortuarium.
Maar zij brengt de zomer mee.
Met haar lach, haar krullen, haar verhalen.
Ze loopt samen met haar dochter rond en rond haar stille moeder
terwijl ze haar weer warm en levendig maakt met haar woorden:
de moederkloek die haar kuikens stevig onder haar vleugels hield,
de pannenkoeken, de kleinkinderen, de zee, de reizen die ze nog
maakte op haar ouderdom...
Opnieuw zoek ik woorden van afscheid en dankbaarheid en
verweef ik de pannenkoeken, de kloek en de zee in een gebed.
Ondertussen gaan haar handen telkens opnieuw naar de krullen van haar moeder.
"Haar krullewietjes", zegt ze. "Die heb ik ook, en mijn dochter ook."
En dan vraagt ze wat schutterig of ze geen krullewietje van haar moeder zou mogen meenemen. Tuurlijk. En of ik voor een schaar kan zorgen. Tuurlijk. En of ik misschien een krulletje wil afknippen, want dat vindt ze toch te eng om zelf te doen. Natuurlijk; aan welk had u gedacht? Samen met de dochter wordt er gekozen. Daar zo, langs haar oor, dat valt niet zo op. En ik knip voorzichtig en leg het in haar handen als was het de communie. Dat is het ook - geen brood om van te leven, maar een krulletje dat als een draad door de familie loopt, en zo verleden en toekomst verbindt.
"Dat is het dan", denk ik.
Maar nee, zij is zoveel wijzer dan ik.
Zij weet beter dan ik dat het leven neemt en geeft, en dat een mens dat ook mag doen. Ze heeft genomen; nu moet er nog iets teruggegeven worden.
"Wil je van mijn haar ook een krullewietje knippen om aan mijn moeder te geven?"
vraagt ze verlegen.
En zo knip ik weer een krulletje af en stopt zij het speels en toch ontroerd in het borstzakje van haar moeder.
Dan pas is het in orde, dan pas heeft zij eigen-zinnig afscheid genomen.
Ik sta erbij en kijk ernaar en zie dat het goed is.
- Esoterie of mystiek? Staes, Karel
Er hangt een aantrekkelijke mist over het land van de Katharen in Languedoc. Ik zie mensen van het zoekend-avontuurlijke type over detailkaarten gebogen, op weg naar de ruïne van Montségur en het geheimzinnige dorpje Rennes-Le-Chateau. Het worden bijna eigentijdse bedevaartplaatsen op zoek naar zingeving, of minstens naar de sensatie ervan. De woeste eenvoud van ruige rotsen en de gloed van de Aude-wijn houden de melancholie wakker tot laat in de nacht.
“Wanwaar het herboren worden van de Graalverhalen?”, vroeg ik me af “ en wat is er zo fascinerend aan Maria Magdalena en Jozef van Arimathea, strandend op het strand van het Aquitanië (datzelfde Zuid-Frankrijk) van weleer?” Is de da Vinci Code een handige uitbuiting van zucht naar spanning en geheimen? Of maakte het geld op een onweerstaanbare geloofsnostalgie?
- Eens was er boven. Kuiterts andere weg uit de chaos D'hert, Ignace
Harry Kuitert staat bekend als één van de meest spraakmakende protestantse theologen in het Nederlandse taalgebied van de laatste decennia. Zijn naam roept uitgesproken reacties op. In behoudende kringen: "Er blijft niets meer over", "het moet er allemaal aan geloven". Bij aanhangers: "Eindelijk iemand die durft door denken".
- De spoken uit het verleden bedwingen. Geborgenheid, compassie en afweermechanismen Bisschops, Anke
Hoe geborgen weten wij onszelf in ons leven? Hoe geborgen weten wij ons bij anderen en hoe geborgen weten anderen zich bij ons? Hoeveel compassie hebben wij met anderen? Als we eerlijk bij onszelf naar binnen kijken, dan realiseren we ons dat ook wij minder vaak geborgenheid aan anderen bieden dan we zouden willen, dat we ons soms storen aan anderen en negatieve gevoelens jegens hen koesteren, dat we ons vaak afsluiten zonder het zelfs maar te merken en dat onze compassie soms zomaar ineens van het ene moment op het andere kan verdwijnen om plaats te maken voor irritatie, boosheid of gekwetstheid.
Hoezeer we onszelf daarvoor ook op de kop geven, of hoezeer we ons ook voornemen om het een volgende keer anders te doen, vaak blijkt dat we telkens in dezelfde valkuilen trappen. Het oude gezegde luidt niet voor niets dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens! En ook al zouden alle rijkdom en alle middelen eerlijk verdeeld zijn tussen mensen en al zouden we alle spirituele boeken van de wereld lezen, dan nog is het maar de vraag in hoeverre we daardoor zouden groeien in barmhartigheid en compassie met anderen.
Hoe voorkomen we dat we blijven steken in wel weten hoe we het zouden willen doen, terwijl het niet lukt dit ook feitelijk uit te voeren? Hoe onze voornemens in daden om te zetten?
Een door de Nederlandse psychologe Ingeborg Bosch ontwikkelde therapievorm (PRI, Past Reality Integration) heeft ons hier iets substantieels te bieden. Hieronder behandel ik kort haar mensbeeld, met name de algemeen menselijke afweermechanismen. Vervolgens bespreek ik hoe deze afweermechanismen samenhangen met een – meestal onbewust – gevoel van onveiligheid en hoe dit onze relatie met anderen negatief beïnvloedt.
- Moeder en zoon (column) Hoogeveen, Piet
Bij ons thuis hadden we een tweepersoons opklapbed, met zo’n jaren vijftig gordijn ervoor aan een zwarte rails. Als kind probeerde ik het bed wel eens omlaag te klappen. Je schoof stiekem het voorhangsel opzij, trok aan de spiraal, je sprong weg en met een enorme bons kwam het bed op het zeil terecht met de niet uitgeklapte voorpoten er nog onder.
Toen ik eens ziek was lag ik erin en mijn moeder las voor uit de kinderstrip Monki op Bali waarin een aapje de wereld rondreist. Als ik er aan terugdenk, bekruipt me een gevoel van ongekend geluk. Mijn vader had toen vorstverlet en zaagde vurenhouten planken in de schuur. Nog zie ik hem voor me, wanneer ik vers gezaagd hout ruik. Mest op de akker van het kinderlijke oervertrouwen.
Vier keer per dag komt er iemand van de Thuiszorg tegenwoordig mijn moeder helpen. Ze werd ziek niet lang na de dood van mijn vader. Ze wordt gewassen, er wordt een korte wandeling met haar gemaakt, haar maaltijden worden klaargemaakt en aan het eind van de dag wordt ze naar bed gebracht. Voor het zover was, hebben we als kinderen korte tijd zelf deze taken op ons genomen. De keer dat ik haar naar bed zou brengen vond ik niet eenvoudig. Het was de omgekeerde wereld. Je wordt de moeder van je moeder. Ik hielp haar bij het aantrekken van een soort kunststoffen onderbroekje dat nog het best leek op die bollende broekjes die Zwarte Pieten aan hebben, maar dan in sprankelend wit, bedoeld om de matras schoon en droog te houden. Het bed had ik al voorverwarmd met een rol in de magnetron op temperatuur gebrachte kersenpitten. De bovenste helft van haar gezicht stak net boven het laken uit. Ik zag mezelf liggen in dat opklapbed. ‘Dat heb je nog niet eerder gedaan’, zei ze, ‘mij in bed leggen’. Ik werd er stil van.Vijf dagen voor haar dood heeft Monnica met haar zoon Augustinus een gesprek aan een venster ergens in Ostia, aan de monding – os is het Latijnse woord voor mond - van de Tiber. Ze hadden het over wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, over de bronwel van het leven, zoals Augustinus meeslepend vertelt in zijn Confessiones. Samen haakten ze naar en raakten ze aan de hemelse Wijsheid die ligt voorbij het ‘gedruis van onze mond, waar het woord een begin neemt en een einde krijgt’. De kennis van deze beroemde scène uit de vierde eeuw spookte door mijn hoofd tijdens de stilte aan het bed van mijn moeder, al is mijn moeder meer iemand van de aardse wijsheid.
Of je het wilt of niet en voor je het zelf goed en wel in de smiezen hebt, construeer je verbanden en leg je een historisch net over je eigen ervaringen. Soms troost dat, maar soms leidt het ook af van het hier en nu.Wanneer ik afscheid neem van mijn moeder en haar een kus geef, merk ik, dat ik iets vergeten ben. Ik neem haar gebit uit haar mond. Poets het een beetje en dompel het in een glas water. Ik sta weer met beide benen op de grond. Augustinus trekt zich ijlings terug in Ostia en ik blijf achter met mijn eigen, alledaagse mystiek. Spiritualiteit moet tenslotte wel verankerd zijn.
- De witte kruisiging. Overweging Wessels, Anton
Op school werd Marc Chagall als een wonderkind beschouwd, behalve door één meester. Die verweet hem dat hij niet kon tekenen. Toen hij op 98 jarige leeftijd stierf, schreef Le Monde: “Een kind sterft. - Vanaf het begin sprak zijn schilderwerk van de emoties van zijn jeugd”.
- Hekwerkwijk in Antwerpen. De arrogantie van de macht Staes, Karel
Als nauwelijks weg te wissen vuil blijft het getto van Warschau (Tweede Wereldoorlog) aan de geschiedenis kleven zoals de basis van Guantanamo (Noord-Amerikaanse basis op Cuba) dat vandaag doet. Dichter bij bed en niet zo ver in het verleden is er bijvoorbeeld de Geelhandplaats in de Antwerpse Seefhoek. Dat getto is vandaag niet meer te overbruggen. Op de binnenkoer van deze sociale woonblok waaien walmen couscous en prikkelende sausgeuren je bedwelmend toe en ‘de gekleurde medemens’ zit er zo goed als ‘opgeborgen’ in kleine betonhokjes met weinig geïsoleerde muren; geroep en ruzie in alle talen. Hier en daar hokt er nog een arme autochtone mens tussen, ook hier heel aan de rand, bang en eenzaam. Aanplantingen en zitbankjes worden voortdurend vernield, ‘de weerzin er niet bij te horen’ drukt zich maar al te dikwijls uit in vandalisme en soortgelijk machteloos protest.
Zelfs een zogeheten open plein als het Sint-Jansplein, waar wij wonen, ligt bezaaid met bier en andere blikjes en met allerhande zwerfvuil van gemarginaliseerde mensen. Het ‘er niet bijhoren’ – zowel van groepen allochtonen als van in de rand geduwde autochtonen – polariseert zich met de betere burger in angst, weerzin, onbegrip en afstandelijkheid.
- Het Woord is de waarheid. De Johannesproloog in relatie met zijn bronnen Chatelion Counet, Patrick
In vele culturen wordt het Woord aan
het begin van de schepping geplaatst. Is het
Woord zó bijzonder dat het zelfs aan ons vooraf
ging en de oorzaak van ons bestaan kan worden genoemd?
De proloog van het Johannesevangelie is een mystieke tekst. De tekst verwijst immers naar een werkelijkheid buiten de werkelijkheid. En dat op drie niveaus.
- Psalm 148 Staes, Karel
niet te noemen
niet om zeggen of om uit te spreken
is Gods naam,
in wezen ziel en bloed
van hemel en van sterren
of bezieling die het doet en verder doet,
Adem van wat leeft,
Levensadem
Kracht van zijn en groeien
bloeiend in het licht van nacht en dag
sterker dan dat kwaad in donkerten
en flonkerend in sterren en in vruchtenziel en grond van leven, onze God
geen doelloos klauwen, kruipen, vliegen,
wind als waaier langs de wolken,
geen stroom of God is onderstroomerken dus maar dat alle mensenmachten
tevergeefs en buiten boord regeren
als zij dat goddelijke doen en denken
stug negerenkinderen en vrouwen
mannen meisjes jonge mensen
alle gloed van graag te zien
is nooit te overzienwant God beweegt en wiegt ons denken en ons doen
en dit te weten
is een ondertoon, een stroom
om nergens te vergeten!
- Nieuwe gedichten Stroobants, Jos
- Vrouwenrechten zijn onverhandelbaar - ook in de islam Selim, Nahed
Op zaterdag 19 maart van dit jaar vond de vrouwenmoskee in theater de Balie in Amsterdam plaats. De vrouwenmoskee was geen echte moskee maar een toneelvoorstelling in de vorm van een preek, waarvoor ik de tekst, na veel aarzelen, heb geschreven, en die werd voorgelezen door een actrice, in de rol van een vrouwelijke imam.
Ik heb dat toen gedaan - ondanks mijn bezwaren tegen moskeeën in het algemeen, bezwaren die ik niet onder banken of stoelen steek - om aan te geven dat de gewone moskee bij uitstek een mannenmoskee is waarin weinig rekening wordt gehouden met vrouwen. In deze bijdrage zal ik veelvuldig citeren uit mijn preek voor de vrouwenmoskee.
- De gave van het ouder worden. Theologische en atropologische perspectieven van Erp, Stephan
Enige tijd geleden stond het volgende korte berichtje in bijna alle landelijke en regionale dagbladen:
Bejaarde fietster op de snelweg
De politie heeft donderdagmiddag een 83-jarige inwoonster van Beuningen met haar fiets van de snelweg A73 (Nijmegen-Venlo) gehaald. Toen de politie haar liet stoppen, bleek dat de Beuningse geen idee had hoe ze op de snelweg terecht was gekomen. Ook wist ze niet hoe ze er weer af moest komen. De politie heeft de vrouw thuisgebracht.Op verschillende internetforums werd gereageerd op dit bericht: “Naar het bejaardenhuis met die vrouw” - “Dat mens is niet goed snik”. Een enkele keer kwam daarop reactie: “Een beetje respect voor dat oude mens”.
