Gemeenschap is niet alleenzaligmakend
(als reactie op het artikel van M. Van Tente: "Met welke naam zullen we U aanroepen?")

31/8/2000
Jan de Leeuw
[email protected]

Geef uw mening op deze reactie

Het artikel Met welke naam zullen we u aanroepen? heeft me erg aangesproken. Alleen die titel al! Die roept op tot erkenning van het Mysterie - en dat is wat de kern van mijn persoonlijk geloofsleven uitmaakt. Ieder beleeft dat Mysterie op een heel eigen manier, en de uitdrukking daarvan is vaak voor anderen niet zo best verstaanbaar. Toch moeten we daarover met elkaar blijven communiceren  Dat is voor mij een heel wezenlijk element van 'kerk zijn' en ik ben erg blij dat tgl ons via internet daartoe in de gelegenheid stelt. Eerlijk gezegd, op dit moment is dat met anderen spreken/schrijven over het geloof zelfs de enige vorm waarin ik aan de geloofsgemeenschap deelneem, want in mijn omgeving zijn er geen liturgische diensten die  mij aanspreken.
Om op het artikel terug te komen: op p.142 wordt terecht gesteld dat echt leven en gelukkig worden alleen kan binnen een of andere vorm van gemeenschap. Maar dan staat er: "Binnen het spel van onze menselijke relaties ontdekken we wat ons als allerbelangrijkste, ja als 'heilig' voorkomt. Daar ook gaan we iets vermoeden van wat 'Mysterie' en 'openbaring' wordt genoemd." Naar mijn persoonlijke ervaring echter is een relatie met mensen niet de enige vindplaats van het Mysterie. Ik beleef dat ook heel sterk in de natuur, die ik ervaar als direct uit Gods hand voortkomend, ja bijna God zelf zijnde. "Extra communitas nulla salus, nulla revelatio" lijkt me dus te sterk uitgedrukt. En dan die 'samengeroepen gemeente van God', daar huiver ik een beetje van: elke echte gemeenschap is iets van God, geroepen (en uitverkoren) is iedereen. Asjeblieft geen aparte club van uitverkorenen!
Op p.147 wordt gesteld dat Jezus geen woord of jota van de torah heeft versmaad of afgeschaft. Inderdaad, letterlijk afgeschaft heeft Hij niets, maar Hij heeft ook voorzover wij weten nooit de regels en voorschriften van de torah benadrukt, ongetwijfeld in tegenstelling tot de gewone rabbi's. In feite heeft Hij aldus toch het belang van die regels ontkend en ze aldus 'versmaad'. Het ging Hem altijd om het wezen van de relatie mens-God en mens-mens, steeds wees Hij er op dat alle regels in dat kader moeten worden beoordeeld.
Op p.150 wordt, na een aanduiding van een nieuwe geloofstaal, gezegd dat op deze wijze de kerk sacrament van de innige vereniging met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht zou worden. Het is me geenszins duidelijk waarom die nieuwe geloofstaal ineens aan de kerk wordt toegeschreven; in het voorgaande was van de kerk geen sprake. Denkt de auteur dat het goede alleen van de kerk kan komen?

Geef uw mening op deze reactie

 


Bekijk vorige reactie op het artikel van M. Van Tente
Vorige reactie op het artikel van M. Van Tente


Reageren op deze reactie kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


 

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :