GEEN GELOOF ZONDER VRAAGTEKENS


TARSICIUS J. VAN BAVEL 

Geef uw mening over dit artikel

Een uittreksel

In ons christelijk geloof vinden we dezelfde processen terug als in de profane geloofsacten die we dagelijks stellen. Het feit dat wij geloven is helemaal niet verwonderlijk. Maar de inhoud van dat geloof of de vraag naar wat we geloven, snijdt diep in onze persoonlijkheid. Christelijk geloof is in de eerste plaats geloof in God, zoals Jezus ons dat voorgeleefd heeft. De eerste christelijke schrijvers maakten een onderscheid tussen geloven dat God bestaat, geloven dat Gods woorden waar zijn, en geloven in God. Als we uitgaan van onze eigen ervaring, dan zullen we moeten toegeven dat ‘geloven in’ God het belangrijkste is. Zeggen we "die gehuwden geloven in elkaar" of "ik geloof in mijn vriend", dan beschrijven we daarmee een heel diepe verbondenheid tussen twee personen. Zo'n verbondenheid treffen we nog niet aan wanneer ik zeg: "Piet bestaat echt" of "wat Piet zegt, is waar". Maar "ik geloof in Piet" drukt al een levenshouding uit van vereniging en overgave. Als men mij vraagt: "waarom geloof je in God?", dan is er geen eenvoudig antwoord mogelijk, net zo min als wanneer ik iemand vraag: "waarom hou jij van Anne-Marie?" Het kortste antwoord dat ik eigenlijk kan geven op de vraag "waarom geloof jij in God?" is: omdat ik mij aan hem wil overgeven, want hij houdt van mij. Het weinige dat ik van hem weet, vult en voltooit mijn leven. Ik wil mij herkennen in wat hij vraagt, want hij is niet alleen een troostende God die van mij over de dood heen wil houden, maar ook een eisende God. Hij kiest altijd de kant van de zwakken, hij neemt het op voor weduwen en wezen, hij verafschuwt onrecht, hij beveelt mij van mensen te houden zelfs als ze mij vijandig gezind zijn. Wij mogen de joodse en christelijke traditie van medelijden voor de zwakkeren nooit overboord gooien. Dan zouden we iets heel kostbaars wegwerpen.

In mijn tijd luidde de veel gehoorde opwerping: maar voor dat alles heb ik God niet nodig; de menselijke natuur en mijn gezond verstand zeggen mij ook wat ik moet doen en hoe ik moet leven. Als ik daar over nadacht, kwam ik tot de volgende overweging. Laat het waar zijn dat ook de natuur mij dat leert, dan is dit nog helemaal geen argument tegen God. Hoogstens moet men zeggen: waar er voor de niet-gelovige alleen een verplichting vanuit de natuur bestaat, is er voor een gelovige een dubbele verplichting, zowel vanuit zijn mens-zijn als vanuit God. Daar komt nog bij dat ik mij afvraag of velen de natuur niet al te zeer overschatten. Kiezen wij van nature voor de zwakken? Waarom zijn menselijke relaties zo broos? Waarom doen mensen elkaar zoveel leed aan? Waarom is er nagenoeg ononderbroken oorlog? De natuur is evident niet zonder meer goed.

Het volledige artikel is te lezen in TGL 2000/4


Bekijk reactie(s) op dit artikel
Bekijk reacties


Reageren op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.


Geef uw mening over dit artikel

Naam :

Graag anoniem

Emailadres :

Geef eventueel een titel aan uw reactie :

Tik hier de tekst van uw reactie :