NAWOORD
Enkele opmerkingen ter toelichting
(deze tekst is niet in TGL verschenen)
| ERIK BORGMAN |
Het is duidelijk dat de omgang met lijden en sterven op het moment in onze samenleving een brandende kwestie is. Wie over dit onderwerp met mensen in gesprek raakt, komt er al snel achter hoezeer het ze bezighoudt. Wat is nog een menswaardig leven, en wat is een menswaardige omgang met een leven dat tot bijna niets lijkt te zijn teruggebracht? Een en ander spitst zich in bijzondere zin toe op de discussie die zowel in Nederland als in België gevoerd wordt over euthanasie en de wetgeving daaromtrent.
Het is ook duidelijk dat de christelijke traditie over de omgang met dodelijk zieken en stervende mensen enkele fundamentele overwegingen naar voren brengt. Van kerkelijke zijde worden in de discussie rond euthanasie geregeld standpunten naar voren gebracht die uiteindelijk neerkomen op de aansporing voorzichtig te zijn met het zelf in handen nemen van het einde van het leven. Hoe terecht op zichzelf misschien ook, zij lijken niet in te gaan op de vragen waar mensen zich werkelijk voor gesteld zien. Vragen als: wat moeten we doen nu het met onze vader of moeder, onze opa of oma, ons kind, onze vriend of vriendin zo slecht gaat en de medische behandelingen het lijden alleen maar verergeren? In gelovige en theologische taal: hoe kunnen wij zo omgaan met het einde van het leven, dat mensen ook in dat levensstadium iets ervaren van de God van heil en bevrijding die het volle en waarachtige leven van mensen wil, en niet hun lijden en dood?
Om deze vraag werkelijk te stellen is het nodig te verdisconteren dat ziekte en sterven in onze tijd in vergaande mate zijn 'gemedicaliseerd'. Ziek zijn en dood gaan vindt in onze samenleving in hoge mate plaats binnen de kaders van een medische technologie, die een eigen logica kent waaruit maar moeilijk te ontsnappen valt. De vraag naar liberalisering van de wetgeving rond euthanasie is mede een uitdrukking van het verlangen deze logica te doorbreken. Dat betekent niet dat liberalisering ook werkelijk het juiste antwoord op deze vraag is. Maar de discussie rond euthanasie legt uiteindelijk de verstrekkende vraag op tafel hoe op concreet niveau - voor deze patiënt in deze situatie - de medische technologie kan worden vermenselijkt en opnieuw in dienst genomen kan worden van het goede leven.
Aanleiding
Toen de Acht Mei Beweging in mei 2000 op haar manifestatie een forum organiseerde rond de omgang met zieken en stervende, was de eerste aanleiding het nu inmiddels door de Nederlands Tweede Kamer goedgekeurde wetsvoorstel over 'Toetsting van levensbeindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding'. Dit betekent niet dat de discussie over deze wet teneinde is, want de Eerste Kamer moet er nog over beslissen. De tweede aanleiding voor het Acht Mei-forum was een nogal ongelukkige brief van de bisschop van Roermond ruim een jaar eerder, waarin het verzoek om euthanasie en om het sacrament van de zieken als onverenigbaar tegenover elkaar werden gezet.
Vanuit deze aanleidingen ging het forum echter over de feitelijke vragen en dilemma's waarmee mensen rond terminale ziekte en sterven geconfronteerd worden en hoe zij daarmee omgaan. Artsen en pastores, verpleegkundigen en familieleden voerden op een indringende manier het woord. Zo werd het intensieve morele gesprek, zoals dat in feite in de samenleving op allerlei plekken voortdurend plaatsvind, uit zijn schaduwbestaan gehaald. Er wordt nogal eens gesuggereerd dat de morele gevoeligheid in onze samenleving afneemt en dat dit bijvoorbeeld zichtbaar wordt in de roep om liberatisering van de euthanasiewetgeving. Het Acht Mei-forum maakte echter zichtbaar hoe serieus mensen in onze tijd worstelen met de morele vragen waar ze concreet worden geconfronteerd. Het besef dat het leven heilig en een zorgvuldige omgang ermee geboden is, bleek springlevend; het Nederlandse wetsvoorstel werd vanuit dit besef ook bekriseerd. Maar duidelijk werd ook dat het geen zin heeft de gelovige overgave aan de dood die komt uit de hand van God te stellen tegenover het in eigen hand nemen ervan door het verzoek om euthanasie. De omgang met het sterven is in onze tijd onontkoombaar een menselijke verantwoordelijkheid geworden en de omgang ermee ligt in de handen van mensen.
Tegen versimpelingen
Het verlangen om de geluiden die in het forumgesprek opklonken in wijdere kring te laten doorklinken, leidde tot het schrijven van de bijgaande notitie. In deze notitie keert de Acht Mei Beweging zich vooral tegen allerhande versimpelingen die in de discussie op de loer liggen. De vragen reduceren tot het innemen van het juiste standpunt pro of contra een vrijere wetgeving rond euthanasie, doet onrecht aan de complexiteit van de werkelijke vragen die op het spel staan. Gelovig en theologisch kan in discussies als die rond de omgang met terminaal zieken en stervenden ook niet volstaan worden met het herhalen van overgeleverde kerkelijke standpunten. Het gaat erom indringend te luisteren naar wat werkelijk aan de orde is en naar wat mensen daarbij naar voren brengen, om na te gaan welk licht hierop valt vanuit de christelijke traditie. Wij staan als hedendaagse mensen voor nieuwe vragen waarop we de antwoorden nog moeten vinden.
De notitie keert zich ook tegen versimpelingen die algemeen geaccepteerd zijn. Zo beschouwt het Nederlandse wetsontwerp euthanasie als vorm van 'levensbeëindiging op verzoek' en gebeurt in de maatschappelijke en kerkelijke discussie doorgaans hetzelfde. Dit maakt het al dan niet toelaten van euthanasie a priori tot een kwestie van menselijke zelfbeschikking en de vraag of daaraan ook grenzen zijn gesteld. De notitie stelt de vraag of over euthanasie niet beter worden gedacht als een in uitzonderlijke gevallen mogelijke consequentie van de zorg voor goed leven van mensen?
God van heil en leven
In de notitie van de Acht Mei Beweging wordt fundamentele kritiek geuit op het Nederlandse wetsvoorstel 'Toetsing van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding'. Alleen controleren of artsen zich formeel houden aan de voorgeschreven procedure is volgens de Acht Mei Beweging te formeel. Het houdt buiten beeld waar het in de omgang met ziekte en dood om gaat: om menselijk leven dat in de gegeven omstandigheden ondanks alles toch 'goed' genoemd kan worden. Het buiten haakjes plaatsen van de discussie over de vraag wat 'goed leven' is, reduceert het medisch handelen eens temeer tot het toepassen van beschikbare medische technologie. En dat terwijl juist in de discussie rond euthanasie, maar ook op tal van andere manieren, blijkt dat patiënten behoefte hebben aan een zorgzame, op goed leven gerichte geneeskunde, die ze niet dwingt de voortdurend alerte cliënt te zijn, maar waaraan ze zich met een gerust hart kunnen toevertrouwen.
De hele notitie is gericht op het naar boven halen van het normatieve moment in het medisch denken en handelen. Zij doet suggesties om de gevoeligheid hiervoor, het denken hierover en het bediscussiëren hiervan te stimuleren. De notitie doet dit vanuit de overtuiging dat dit de wijze is om in onze samenleving en cultuur te getuigen van een God die een God is van heil en van leven: uitgaande van de plaatsen en momenten waar het zoeken naar heil en het verlangen naar goed leven concreet aan het licht komen. Van hieruit bekritiseert de notitie ook kerkelijke standpunten die normen uit de christelijke overlevering plaatsen tegenover een veronderstelde normloosheid van de hedendaagse cultuur. Deze ontkennen in feite de sporen van Gods Geest die, diffuus of niet, wel degelijk in onze cultuur aanwezig zijn en suggeren dat mensen alleen trouw kunnen zijn aan de christelijke traditie door afstand te nemen van de intuïties en inzichten die zij in hun leven ontwikkelden over wat waar en goed is.
Door juist bij deze intuïties en inzichten aan te knopen experimenteert de notie van de Acht Mei Beweging met een nieuwe vorm van kerkelijk spreken over brandende maatschappelijke kwesties. Het gaat om een vorm van spreken die er niet van uitgaat dat de moderne cultuur vijandig staat tegenover de christelijke overlevering en dat de overlevering daarom tegen deze cultuur verdedigd dient te worden. Deze vorm van spreken weet dat ze onderdeel is van de eigentijdse cultuur en verbindt zich met het zoeken naar goed leven en waarachtige oriëntatie erbinnen. Daarom claimt deze vorm van spreken ook geen formele autoriteit - die bezit de Acht Mei Beweging uiteraard ook niet - maar vertrouwt ze geheel op het vermogen van de christelijke traditie om de eigentijdse situatie en de lopende discussie te verhelderen en zo oriëntatie te bieden op (de God van) heil en goed leven. Met andere woorden, het gaat om een spreken dat niet het eigentijdse gevoel probeert te overwinnen dat elk standpunt onzeker is en voor revisie vatbaar, maar dat vertrouwt op de belofte dat mensen temidden van de onzekerheid verbonden kunnen blijven met de God van heil en goed leven. Een God die in alle zwakte en onzekerheid verkondigd werd door Jezus van Nazaret, die in de christelijke traditie Gods Gezalfde wordt genoemd.
literatuur: Voor de kerkelijke discussie in Nederland rond euthanasie, en verwijzingen naar verdere literatuur, vgl. F. de Lange/J. Jans (red.), De dood in het geding: Euthanasiewetgeving en de kerken, Kampen, Kok, 2000.
![]() |
Klik hier voor:
|
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.