MAKEN VROUWEN DE KERK ANDERS ?
Gender en religieus leiderschap
(tekstfragment)
| Veerle DRAULANS |
| Op
welke vorm van gezag kunnen de vele vrijwilligers die in de kerk
leidinggeven terugvallen? En tot welke conclusies leidt een dergelijke
analyse als men ze doordenkt voor de positie van vrouwelijke
leidinggevenden? Vooral het gezag van vrijwilligers die leiding geven
blijkt erg kwetsbaar. Competentie wordt vaak herleid tot
ervaringsdeskundigheid, waarbij de eigen biografische ervaringen én de
steun van de lokale geloofsgemeenschap veel gewicht krijgen. Omdat die
steun van de lokale gemeenschap conditio sine qua non is, gaan
vrijwilligers in leidinggevende posities gemakkelijk accent leggen op
een leiderschapsstijl waarvan ze weten dat de gemeenschap deze
waardeert. Keerzijde van dit accent op leiderschapsstijl is dat de
inhoudelijke dimensie van leidinggeven minder belangrijk wordt. Maar
heeft een dergelijke vorm van gezag wel langetermijndraagkracht? Dient
niet dringend meer tijd en energie geïnvesteerd in vorming en
deskundigheidsontwikkeling, zodat het imago van amateuristische aanpak
of weinig voorbereid werk kan doorbroken worden?
Zijn er uitwegen? Mannen en vrouwen op basis van professionele competentie tewerkstellen in kerken en geloofsgemeenschappen is uiteraard één mogelijkheid. Een andere mogelijkheid is het priesterschap toe te laten voor gehuwde mannen en vrouwen, zodat meer mensen op basis van legaal-rationeel gezag taken op zich kunnen nemen. Maar geen van beide opties impliceert dat vrouwen zich meteen ook goed zouden voelen in de heersende cultuur. Het openstellen van priesterschap voor vrouwen zou men als een positieve actie kunnen bestempelen, als tezelfdertijd de structuur en cultuur van kerk- en geloofsgemeenschappen onveranderd blijft. Er is een globale, kritische analyse van kerk- en geloofsgemeenschappen nodig, gericht op wijziging van structuur en cultuur naar meer rechtvaardigheid en gendergelijkheid. Er is nog een lange weg te gaan. Het oude adagium van de tweede feministische golf ‘representatie als voorwaarde tot verandering’, krijgt steun vanuit wetenschappelijke hoek: de gegevens over de seksesamenstelling van groepen, fenomenen als tokenism en stereotypering geven aan dat enkel bij een voldoende procentuele vertegenwoordiging de cultuur van een organisatie daadwerkelijk kan wijzigen. De cijfers en getuigenissen van vrouwelijke predikanten, zelfs in denominaties die reeds decennia geleden het ambt openstelden voor vrouwen, laten daarover weinig twijfel bestaan. Binnen de context van de rooms-katholieke kerk confronteert dit gegeven met een pijnlijke en paradoxale situatie: ondanks de feminisering van geloofsgemeenschappen en parochies, ondanks de sterke vrouwelijke aanwezigheid in het kerkelijk vrijwilligerswerk, is een doorbraak naar een meer gendergelijke cultuur verre toekomst, zolang wijding, beslissingsmacht en mannelijke sekse met elkaar verbonden blijven... |
![]() |
Klik hier voor:
|
Reageren
op bovenstaand artikel kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.