"Overtuigend en hoopgevend", nee toch?
21/03/2002
Ad Willems
[email protected]
Het overkomt me hoogst zelden dat ik bij het lezen van TGL schrik. Meestal lees ik het rustig; een enkele keer blij of zelfs ontroerd. Ik schrok ervan bij Lenaers bespreking van het vertaalde boek van G. Lohfink Heeft God de kerk nodig? te lezen, dat hij Lohfinks visie op de kerk "overtuigend en hoopgevend" noemde (TGL 2002, nr.1, p. 95).Op zich is het niet uitzonderlijk een boek anders in te schatten dan een gewaardeerde recensent. Maar dit geval was voor mij anders. Ik vond het boek noch overtuigend noch hoopvol. Waarom? Kort samengevat: het boek is voor mij niet overtuigend omdat het de bijbel leest als ‘één boek’ met ‘één grondovertuiging’. Dat is onjuist en leidt tot een ideologische lezing. Het boek is niet hoopgevend, omdat het geschreven werd vanuit een oud en hernieuwd wantrouwen tegen de moderne wereld.
Het aan kardinaal Ratzinger opgedragen werk van Lohfink presenteert zichzelf als een grondige herziening van een eerder, zeer succesvol boek van hem uit 1982. Daarin had hij, naar hij nu oordeelt, teveel vertrouwen uitgestraald in wat mensen zelf vanuit hun gelovige overtuiging als gemeenschap kunnen realiseren. Hij had dat vertrouwen ontleend aan nieuwtestamentische kerkmodellen. Nu zegt hij: dat was onjuist. Het was en is steeds Gods Geest zelf die in de kerk telkens een nieuw begin schept. Zonder ons. Het gebeurt altijd verrassend en tegen alle menselijke verwachtingen in.
Het laatste hoofdstuk van Lohfinks huidige boek onthult de achtergrond van zijn bekering. Hij vertelt daarin, dat hij nu terugkijkend drie fasen in zijn kerkbeleving kan vaststellen. De eerste fase was die van een onaangevochten, kinderlijk-vanzelfsprekend geloof. Dat waren zijn jeugdjaren en de periode als kapelaan in een grote stadsparochie. Tijdens de tweede periode studeerde Lohfink exegese. Later werd hij professor voor het Nieuw Testament aan de universiteit van Tübingen. Het waren de jaren van het tweede Vaticaans Concilie, "dat mij en veel anderen in Duitsland niet zo erg raakte". Wel deed een nieuwe stroming haar intrede. Het was de tijd van de kritiek, "die bij voortduring aanstoot nam aan wat wij toen 'de ambtelijke kerk' noemden". Om aan te geven hoe de kerk een nieuwe gestalte kon aannemen volgens het model van het Nieuwe Testament schreef Lohfink het alom geprezen en vertaalde boek Hoe heeft Jezus de kerkgemeenschap gewild?’. Op den duur begon Lohfink echter tijdens zijn professoraat te beseffen, dat hij slachtoffer dreigde te worden van een "naïeve zondenbok-ideologie". De critici van de kerk beschouwden de bisschoppen en de Romeinse curie als verantwoordelijk voor de toenemende afwending van de kerk, omdat zij een zinvolle hervorming blokkeerden. Langzamerhand begon hij zich af te vragen of de bekende lijst van eisen tot hervorming wel juist was. Als voorbeelden uit die lijst noemt hij: afschaffing van de celibaatswet, priesterwijding voor vrouwen, mogelijkheid tot echtscheidng, democratische keuze van bisschoppen.
Zo kwam hij vanaf 1986 in de derde fase van zijn kerkbeleving, waarin de exegeet zich laat inspireren door Gods plan, dat door het geheel van de bijbelse historie aangelegd blijkt op de komst van Jezus en diens kerk. Niet wat mensen in een of andere basisgemeente zelf doen, maar wat Gods Geest aanricht is beslissend. Binnen de kerkgemeenschap is de leiding van de opvolgers van de apostelen van wezenlijk belang. De diepste verwonding die de kerk kan treffen is het verlies van de eenheid, poneert Lohfink nu met nadruk.
In 1988 nam hij ontslag als
professor in Tübingen. Met verlof van zijn bisschop vestigde hij zich in
München. Daar werd hij lid van de ‘Katholische Integrierte Gemeinde’,
waarin hij naar eigen zeggen een nieuwe en verblijdende ervaring opdeed van wat
kerk eigenlijk is. In zijn nieuwe boek blijkt hij, in navolging van kardinaal
Ratzinger, een verklaarde tegenstander van de moderniteit. Openbaring, geloof en
bekering staan – zoals ook Karl Barth volgens Lohfink terecht reeds
beklemtoonde – haaks op de menselijke ervaring. Voor mij is dit niet zo’n
hoopvol geluid. Het lijkt me eerder een signaal van regressie.
Reageren
op bovenstaande reactie kan door onderstaand formulier in te vullen en op de knop
verzenden te klikken.
Indien gewenst, wordt uw reactie anoniem op de website geplaatst (als u het
vakje "Graag anoniem" aankruist). We vragen wel je bekend te maken aan
de TGL-redactie door het vak "Naam" in te vullen.